Voorwaarden voor ontslag
Om de rechten van werknemers te garanderen, bepaalt het ontslagrecht dat werknemers alleen met een goede reden ontslagen mogen worden. Het UWV toetst of de ontslagaanvraag terecht is.
UWV toetst reden voor ontslag
Als een werkgever een werknemer wil ontslaan, moet hij hiervoor toestemming vragen aan het UWV. Het UWV toetst of de werkgever zich houdt aan de regels voor ontslag.
Een werknemer mag bijvoorbeeld niet worden ontslagen op grond van zijn ras, geloof of politieke overtuiging. Ook geldt er een ontslagverbod tijdens de eerste 2 jaar van langdurige ziekte en een ontslagverbod tijdens zwangerschapsverlof en bevallingsverlof. Ook wanneer er sprake is van bijvoorbeeld een verstoorde werkrelatie, geeft het UWV alleen toestemming als de werkgever eerst z’n best heeft gedaan om de relatie te herstellen.
Pas als de werkgever voldoet aan deze regels, geeft het UWV een ontslagvergunning.
De ontslagregels zijn vastgelegd in:
- het Ontslagbesluit;
- het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen 1945.
Gronden voor ontslag
Het UWV geeft een ontslagvergunning af op 2 mogelijke gronden:
bedrijfseconomische
redenen (bijvoorbeeld als de werknemer boventallig is, het bedrijf gaat
verhuizen of de deuren sluit);
persoonlijke redenen
(bijvoorbeeld fraude, teveel ziekteverzuim of een ernstig verstoorde
werkrelatie).
De werkgever moet in zijn verzoek aan het UWV goed kunnen onderbouwen dat het ontslag terecht is.
Ontslag zonder tussenkomst van het UWV
In een aantal gevallen kan een werkgever een werknemer ontslaan zonder een ontslagvergunning van het UWV:
- bij ontslag op staande voet;
- bij ontslag in de proeftijd;
- bij ontslag met wederzijds goedvinden;
- wanneer het
ontslag via de
kantonrechter loopt; - bij ontslag wegens faillissement van werkgever;
- bij het aflopen van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Opzegtermijn bij ontslag
Er gelden wettelijke opzegtermijnen bij ontslag. Deze gelden voor iedereen, tenzij er in de arbeidsovereenkomst of de cao afwijkende regels staan. Alleen bij ontslag op staande voet of in de proeftijd geldt geen opzegtermijn.
Bezwaar maken tegen ontslag
Als de werknemer het niet eens is met de gang van zaken, moet hij binnen 6 maanden bezwaar maken tegen het ontslag.