Financiering ontwikkelingssamenwerking

In 2011 investeert de Rijksoverheid ruim € 4,6 miljard in ontwikkelingssamenwerking. Dit geld gaat naar rechtstreekse steun aan arme landen, multilaterale organisaties als de Verenigde Naties en Wereldbank, bedrijven en maatschappelijke organisaties.

Bezuinigingen ontwikkelingshulp

De komende jaren wordt er niet extra bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Het bedrag hiervoor blijft gehandhaafd op 0,7% van het bruto nationaal product (bnp). Dit is een van de maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013 om de overheidsfinanciën op orde te brengen. De 5 fracties in de Tweede Kamer (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) en het demissionaire kabinet hebben daarover in april 2012 overeenstemming bereikt. Het akkoord beperkt het begrotingstekort in 2013 tot 3% van het bruto binnenlands product (bbp). De maatregelen uit het begrotingsakkoord staan in de Voorjaarsnota 2012, het financiële overzicht van het lopende begrotingsjaar.

In de jaren 70 beloofden de rijke landen minstens 0,7% van hun bnp uit te trekken voor ontwikkelingssamenwerking. Dit percentage staat bekend als de OESO-norm. In 2010 investeerde de Rijksoverheid ruim € 4,7 miljard in ontwikkelingssamenwerking. Dit bedrag is ruim 0,8% van het bnp vanwege de extra hulp die Nederland gaf om het milieu, de natuur en de waterkwaliteit in ontwikkelingslanden te verbeteren.

In september 2010 heeft het kabinet uiteenlopende bezuinigingsvoorstellen gedaan in het regeerakkoord. Zo gaat het percentage voor internationale samenwerking in 2012 terug naar 0,7% van het nationaal inkomen. Samen met andere aanpassingen moet dit vanaf 2015 een bezuiniging opleveren van in totaal € 1,9 miljard.

Officiële criteria voor hulp (ODA)

Niet alle buitenlandse investeringen gelden als ontwikkelingshulp, zoals de inzet van soldaten voor vredesmissies. De echte ontwikkelingshulp wordt ook wel ODA genoemd, de afkorting van de Engelse term Official Development Assistance. Onder ODA vallen bijvoorbeeld de bijdragen aan millenniumdoelen zoals armoedebestrijding, meer kinderen naar school en tegengaan van aids en malaria. Een volledig overzicht van de ODA-uitgaven per beleidsterrein is te vinden in de zogeheten HGIS-nota 2010 van het ministerie van Buitenlandse zaken.

De criteria voor ODA worden opgesteld door het externe link: Development Assistance Committee (DAC) van de externe link: Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Het kabinet zet zich in voor aanpassing van de DAC-criteria zodat ook internationale vredesmissies onder ontwikkelingssamenwerking vallen.

Financieringskanalen ontwikkelingshulp

Ontwikkelingshulp wordt op verschillende manieren verstrekt, via:

Samenwerking met wetenschap

Het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) werkt ook samen met kennisinstituten als TNO, het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) en universiteiten. De samenwerking is onder meer gericht op:

  • beleidsontwikkeling: vertalen van wetenschappelijk onderzoek naar nieuwe maatregelen van de Rijksoverheid voor armoedebestrijding;
  • stages: van bijvoorbeeld studenten bij het ministerie van Buitenlandse Zaken;
  • promotieplekken: voor ambtenaren die wetenschappelijk onderzoek willen doen. Hun bevindingen kunnen weer richting geven aan nieuw armoedebeleid.

Meer informatie staat in het hoofdstuk Onderzoek verbetert ontwikkelingssamenwerking.

Verder zetten veel gemeenten, organisaties en particulieren zich in voor ontwikkelingsdoelen, onder andere via de millenniumakkoorden. Meer informatie over de financiering van ontwikkelingshulp staat in het dossier Subsidies voor ontwikkelingssamenwerking.

Verantwoordelijk ministerie