Noodhulp bij rampen en oorlog
Noodhulp is de EHBO van ontwikkelingssamenwerking. Na een aardbeving, orkaan, bij oorlog of na een aanslag probeert de Rijksoverheid, via organisaties als de Verenigde Naties en het Internationale Rode Kruis, waar mogelijk te helpen.
Hulp op verzoek
Nederland geeft noodhulp wanneer een land dat is getroffen door een ramp of oorlog daar zelf om vraagt. Er gelden daarbij een aantal regels. Het moet gaan om:
- een levensbedreigende situatie;
- het verlichten van het lijden van (de meest kwetsbare) mensen;
- hulp naar behoefte (niet meer en niet minder);
- onpartijdige hulp (dus ongeacht ras, religie, politieke overtuiging of geslacht);
- aanpassing aan de plaatselijke omstandigheden en gebruiken.
Nederland geeft meestal geen hulp aan de overheden van getroffen landen, maar vrijwel altijd via internationale partners. Meestal zijn dat de Verenigde Naties (VN) of het Internationale Rode Kruis. In veel gevallen worden ook niet-gouvernementele organisaties (ngo's) ingeschakeld. Die zijn eerst onderzocht op betrouwbaarheid, geschiktheid, hun capaciteit om de hulp ook echt uit te voeren en op de intentie goed samen te werken met de VN.
Voorbeelden van de Nederlandse humanitaire hulp zijn te vinden in Haïti, Darfur (Soedan) en de Democratische Republiek Congo (DRC).
Soorten noodhulp
Er worden allerlei soorten hulp gegeven, zoals:
- onderdak voor ontheemden: bijvoorbeeld in tenten;
- voedsel en landbouw: verstrekken van levensmiddelen;
- gezondheid: medicijnen, artsen, reddingswerkers;
- water en sanitatie: drinkwater verstrekken, (tijdelijke) wc’s aanleggen;
- onderwijs: noodscholen;
- bescherming van kwetsbare mensen: bewaking van kampen;
- kleinschalige terugkeer en hervestiging van vluchtelingen en ontheemden.
Coördinatie noodhulp
Na een ramp moet worden voorkomen dat hulporganisaties elkaar voor de voeten
lopen. Daarom eist Nederland bij het aanbieden van noodhulp dat die
internationaal gecoördineerd wordt door de speciale noodhulporganisatie van de
Verenigde Naties: het Office for the
Coordination
of Humanitarian Affairs (OCHA). Daarbij moet het ontvangende land zelf een
grote inbreng hebben in de manier waarop hulp geboden wordt.