Voorwaarden orgaandonatie
Iedereen van 12 jaar en ouder kan donor worden. De donor kan zelf aangeven welke weefsels/organen hij wil doneren of hij kan de beslissing aan een nabestaande overlaten.
Of iemand uiteindelijk ook donor wordt, hangt af van een aantal factoren. Bijvoorbeeld van de lichaamsconditie van de overledene en de kwaliteit van de organen en weefsels.
Wanneer geen donor?
Onder bepaalde omstandigheden kunt u geen donor zijn:
- wanneer op het moment van overlijden sprake is van bloedvergiftiging;
- als iemand een ziekte heeft, zoals HIV;
- wanneer de leeftijdsgrens is bereikt. Bij elk orgaan en weefsel gelden andere leeftijdsgrenzen. Een 80-jarige is bijvoorbeeld niet meer geschikt als hartdonor, maar kan nog wel huid doneren.
Bij orgaandonatie is het noodzakelijk dat iemand in het ziekenhuis is overleden. Organen hebben zuurstofrijk bloed nodig om geschikt te blijven voor transplantatie. Daarom wordt de overleden donor kunstmatig beademd waardoor het hart blijft kloppen, zodat er zuurstofrijk bloed blijft stromen.
Een weefseldonatie kan vaak nog wel wanneer iemand niet in het ziekenhuis is overleden.
Nabestaande orgaandonor geen zeggenschap
Een nabestaande kan geen orgaandonatie tegenhouden die vooraf is vastgelegd in het donorregister. De nabestaande heeft dan geen zeggenschap. Er zijn twee uitzonderingen:
- Wanneer iemand jonger dan 16 is en komt te overlijden en één van de ouders of voogd bezwaar heeft tegen de donatie;
- Bij zwaarwegende redenen. Een nabestaande kan bijvoorbeeld in zware psychische nood raken als de donatie door zou gaan. De betrokken arts beoordeelt of dit zo is.