Vraag en antwoord
Waar meld ik ouderenmishandeling in de zorg?
Als u slachtoffer bent van mishandeling in een zorginstelling, kunt u dit melden bij het Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg. Uw familieleden of vrienden kunnen de melding ook voor u doen. Daarnaast kunnen zorgverleners, medewerkers en bestuurders van zorginstellingen ouderenmishandeling melden. Het Meldpunt Ouderenmishandeling in de zorg is ondergebracht bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ).
Vormen van ouderenmishandeling
Ouderenmishandeling kent veel vormen. Denkt u bijvoorbeeld aan:
- lichamelijke mishandeling zoals slaan, knijpen of vastbinden;
- psychische mishandeling zoals pesten, bedreigen, afsnauwen of uitschelden;
- seksueel misbruik;
- verwaarlozing zoals het niet geven van eten en drinken;
- diefstal van geld en/of eigendommen;
Signalen van ouderenmishandeling
Signalen die mogelijk op ouderenmishandeling wijzen zijn bijvoorbeeld:
- zichtbaar letsel;
- overdreven schrikreactie bij een onverwachte aanraking;
- onsamenhangende verklaringen over verwondingen;
- depressiviteit of onverklaarbare angst;
- schichtig of teruggetrokken gedrag.
Ouderenmishandeling melden
U kunt
ouderenmishandeling online
melden op de website van de IGZ. Met vragen over de melding of andere vragen
over ouderenmishandeling kunt u contact opnemen met het
Meldpunt Ouderenmishandeling
in de zorg. U krijgt schriftelijk bericht over wat er gebeurt met uw
melding. De zorginstelling of het IGZ kan onderzoek doen. De IGZ ziet erop toe
dat zorginstellingen hun verantwoordelijkheid nemen en eventueel maatregelen
treffen.
Maatregelen bij ouderenmishandeling
De maatregelen van de IGZ lopen uiteen. Zij kunnen de zorginstelling bijvoorbeeld stimuleren betere maatregelen te nemen om ouderenmishandeling te voorkomen. Maar de IGZ kan ook aangifte doen tegen vermoedelijke plegers van ouderenmishandeling. In het uiterste geval spant deze instantie een tuchtzaak aan.
Melden van ouderenmishandeling in huiselijke kring
Ouderenmishandeling in huiselijke kring kunt u melden bij het
Steunpunt Huiselijk Geweld. Het slachtoffer kan
dit zelf doen, maar bijvoorbeeld ook een mantelzorger of een familielid.