Verhouding regering en parlement
De Koning en de ministers vormen samen de regering. Het kabinet, dat bestaat uit alle ministers en staatssecretarissen, bestuurt het land en voert het beleid uit. Het kabinet moet het vertrouwen hebben van een meerderheid van de Tweede Kamer. Het parlement controleert het kabinet.
Ministeriële verantwoordelijkheid
Ministers zijn verantwoording schuldig aan het parlement, zowel gezamenlijk als afzonderlijk (ministeriële verantwoordelijkheid). Ook staatssecretarissen moeten verantwoording afleggen aan het parlement, maar de minister blijft eindverantwoordelijk.
Vertrouwensregel
Het kabinet en de afzonderlijke ministers moeten het vertrouwen hebben van het parlement. De vertrouwensregel geldt in de praktijk alleen voor de Tweede Kamer.
Het parlement kan het vertrouwen opzeggen door een motie van wantrouwen in te dienen. Een minister, of het hele kabinet, moet aftreden als de meerderheid van het parlement geen vertrouwen meer heeft.
Bij een conflict biedt het kabinet meestal zijn ontslag aan de Koningin aan. Dan volgen vaak verkiezingen en een nieuwe kabinetsformatie.
Dualisme
In een dualistisch stelsel is er een afstand is tussen het kabinet en het parlement. Zij hebben elk hun eigen verantwoordelijkheden.
In Nederland heeft zowel de regering als het parlement wetgevende macht. Er is toch sprake van een dualistisch stelsel, omdat ministers en staatssecretarissen geen lid mogen zijn van het parlement. Uitzondering hierop is de periode na de verkiezingen, tijdens de vorming van een nieuw kabinet.