Speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs wordt op een aparte school gegeven, bijvoorbeeld op scholen die gespecialiseerd zijn in onderwijs aan kinderen die blind of doof zijn. Er ligt een wetsvoorstel om de kwaliteit van het speciaal (voortgezet) onderwijs te verbeteren.

Wetsvoorstel speciaal onderwijs

Een nieuwe wet moet ervoor zorgen dat leerlingen vanuit het (voortgezet) speciaal onderwijs zo mogelijk weer kunnen instromen in het gewone onderwijs of kunnen doorstromen naar een gewone vervolgopleiding. Het speciaal onderwijs blijft bestaan met een capaciteit voor ongeveer 70.000 leerlingen. Dit wetsvoorstel moet de kwaliteit van het speciaal onderwijs te verbeteren.

Het wetsvoorstel ligt bij de Tweede Kamer. De wet kan pas in werking treden als de Tweede en de Eerste Kamer met het voorstel hebben ingestemd. Het streven is om de wet voor het speciaal onderwijs in augustus 2012 in te laten gaan en voor het voortgezet speciaal onderwijs per 1 augustus 2013.

Speciaal onderwijs in regionale samenwerkingsverbanden

De scholen voor het speciaal onderwijs gaan deelnemen in regionale samenwerkingsverbanden voor passend onderwijs. Binnen de samenwerkingsverbanden spreken de scholen af welke leerlingen kunnen worden doorverwezen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs. Voor leerlingen die worden doorverwezen, geeft het samenwerkingsverband een 'toelaatbaarheidsverklaring' af. Daarmee vervalt de landelijke indicatiestelling.

Clusters speciaal onderwijs

Het speciaal onderwijs bestaat uit 4 clusters:

Cluster 1: blinde, slechtziende kinderen

Onder cluster 1 vallen de scholen voor visueel gehandicapte kinderen of meervoudig gehandicapte kinderen die slechtziend of blind zijn. In totaal gaat het om zo’n 2.500 leerlingen. De meesten gaan, met speciale begeleiding, naar het reguliere onderwijs. De overigen bezoeken speciale scholen.

De speciale scholen in dit cluster zijn:
externe link: Bartiméus
externe link: Sensis
externe link: Visio

Cluster 2: dove, slechthorende kinderen

Onder cluster 2 vallen de scholen voor dove en slechthorende kinderen, kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden en/of taalmoeilijkheden en kinderen met communicatieve problemen zoals bij bepaalde vormen van autisme.

Meer informatie over de onderwijsmogelijkheden van deze groep kinderen, waaronder een  overzicht van de speciale scholen, is te vinden op de website van belangenvereniging externe link: Siméa.

Cluster 3: gehandicapte en langdurig zieke kinderen

Onder cluster 3 vallen de scholen voor leerlingen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen, langdurig zieke kinderen en leerlingen met epilepsie.

Scholen in dit cluster zijn onder meer:

  • Epilepsie-scholen (leerlingen met epilepsie)
  • LZK-scholen (langdurig zieke kinderen)
  • Mytyl-Tyltyl-scholen (lichamelijk, en meervoudig gehandicapte kinderen met een verstandelijke beperking)
  • ZML-scholen (zeer moeilijk lerende kinderen)

Meer informatie over cluster 3, waaronder een overzicht van de speciale scholen die hieronder vallen, vindt u op de website van de externe link: Landelijke Vereniging Cluster 3 (LVC3).

Cluster 4: kinderen met stoornissen en gedragsproblemen

Onder cluster 4 vallen scholen voor kinderen met psychiatrische stoornissen of ernstige gedragsproblemen en scholen die verbonden zijn aan pedologische (kinderkundige) instituten.

De vereniging LVC4 is de landelijke belangenbehartiger van het externe link: Cluster 4-onderwijs. Op de website van de vereniging vindt u ook alle scholen die onder dit cluster vallen.

Toekomst speciaal onderwijs

De overheid wil dat het onderwijs zo veel mogelijk jongeren voorbereidt op de arbeidsmarkt. Dit geldt ook voor het speciaal onderwijs. Zo kent het voortgezet speciaal onderwijs nu 3 verschillende uitstroomprofielen. Afhankelijk van zijn of haar mogelijkheden kan een leerling onderwijs volgen in het profiel gericht op arbeidsmatige dagbesteding, het profiel gericht op de (beschermde) arbeidsmarkt of het profiel dat gericht is op het behalen van een diploma voortgezet onderwijs.

Wet Wajong

De Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten, de Wet Wajong, biedt een uitkering op minimumniveau voor mensen die al op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn. Leerlingen met een beperking die van school komen,  komen nog al eens terecht in deze uitkering. Maar ook deze jongeren willen liever deelnemen aan de maatschappij in plaats van een levenslange uitkering. Daarom richt ook het voortgezet  speciaal onderwijs zich er steeds meer op om jongeren met een beperking voor te bereiden op de arbeidsmarkt.

Kerndoelen

Ook zijn vanaf het schooljaar 2009-2010 de zogeheten kerndoelen verplicht in het speciaal onderwijs. Deze doelen, die aangeven wat leerlingen moeten kennen en kunnen na hun schoolcarrière, werden eerder al in het reguliere onderwijs ingevoerd.

Steun voor leraren

Leerlingen in het speciaal onderwijs hebben vaak extra aandacht en tijd nodig van leraren. Daarom wil de overheid extra ondersteuning in de klas en de school stimuleren. Bijvoorbeeld door de inzet van klassenassistenten, begeleiders of de aanstelling van een gespecialiseerde leraar. Docenten houden zo meer tijd over voor hun onderwijstaken en begeleidingstaken.

In de kamerbrief 'Heroverweging passend onderwijs‘ van 25 januari 2010 de meest recente plannen beschreven over de toekomst van het passend onderwijs. U kunt ook terecht op de websites van externe link: Kennisnet en het externe link: Landelijk informatiecentrum voor ouders 50tien.

Kerndoelen speciaal onderwijs

Of uw kind nou naar een school voor speciaal basisonderwijs of een gewone basisschool gaat, het zal dezelfde stof leren. De scholen hebben dezelfde kerndoelen. Dit zijn doelen die aangeven wat uw kind aan het eind van de basisschool moet kennen en kunnen, bijvoorbeeld op het gebied van taal en rekenen. Sinds 1 augustus 2009 gelden ook in het speciaal onderwijs richtlijnen voor wat leerlingen aan het eind van hun schooltijd moeten kennen en kunnen.

In het speciaal onderwijs gelden daarnaast nog een aantal voor deze leerlingen aangepaste doelen. Dove en slechthorende leerlingen moeten bijvoorbeeld op een bepaald niveau de Nederlandse gebarentaal beheersen. En voor blinde en slechtziende leerlingen staat in de kerndoelen bijvoorbeeld beschreven dat ze zich zelfstandig moeten kunnen bewegen door gebruik te maken van een stok. Scholen mogen zelf bepalen hoe ze deze doelen willen halen.

Lees voor meer informatie over de kerndoelen speciaal onderwijs het overheidsbesluit van 18 mei 2009.

Uitstroomprofielen speciaal onderwijs

Scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs moeten een zogeheten ontwikkelingsperspectief van leerlingen vaststellen. Het ontwikkelingsperspectief dient als basis voor een plan, waarin staat op welke manier wordt toegewerkt naar een voor uw kind passend door- of uitstroomprofiel. Dat kan zijn: het halen van een diploma, uitstroom naar werk of arbeidsmatige dagbesteding. De bedoeling is dat de mogelijkheden van uw kind optimaal worden benut.

Vervoer naar school

Voor het vervoer van uw kind naar het speciaal of voortgezet speciaal onderwijs heeft uw gemeente een aparte regeling, het leerlingenvervoer.

Meer informatie over regelingen en vergoedingen van het vervoer van uw kind naar school biedt Leerlingenvervoer, een website van de externe link: Chronisch zieken en Gehandicapten Raad.

Projecten Time out

Voor leerlingen die vanwege gedragsproblemen (tijdelijk) geen onderwijs op hun eigen school meer (kunnen) volgen bestaan er een aantal zogeheten ‘time-out’-voorzieningen. Dit zijn projecten waarmee deze probleemleerlingen weer teruggeleid worden naar het gewone onderwijs.

Herstart

Jaarlijks zijn er ongeveer 2.500 leerlingen die om verschillende redenen 4 weken of langer niet naar school gaan zonder uitzicht op een schoolplaatsing, de zogeheten ‘thuiszitters’. Herstart is een programma dat zich richt op deze leerlingen. Doel van het project Herstart is om leerlingen tussen de 5 en 16 jaar die geen onderwijs volgen weer op een school te krijgen. De leerlingen doorlopen een onderwijsprogramma van 13 weken dat is toegespitst op hun eigen situatie. Als het nodig is kan deze periode worden verlengd. Per jaar kunnen ruim 500 thuiszitters worden geholpen.

Op de Rails

Op de Rails is een project voor leerlingen ouder dan 10 jaar die gedragsproblemen vertonen op school en als gevolg daarvan conflicten hebben met school en/of medeleerlingen. In het Op de Rails-project krijgt de jongere in een kleine groep les en training, om ervoor te zorgen dat hij of zij weer op een goede manier gebruik leert maken van het aanbod van het regulier onderwijs. Het onderwijsprogramma duurt voor de jongere vanaf een paar maanden tot maximaal één jaar. Doel is een nieuwe start te maken in het regulier onderwijs. Maar ook kan blijken dat de jongere in het speciaal onderwijs beter tot zijn recht komt.

Rebound

Een Rebound-project is bedoeld voor leerlingen die wegens gedragsproblemen de veiligheid van medeleerlingen en docenten in gevaar brengen en daardoor tijdelijk niet meer te handhaven zijn binnen de school. De school waar de leerling staat ingeschreven, blijft gedurende de plaatsing in een reboundproject verantwoordelijk voor het onderwijs aan de leerling.