Toekomst pensioenstelsel: pensioenakkoord
In 2011 heeft het kabinet met de sociale partners een Pensioenakkoord afgesloten. In dit akkoord werd overeengekomen dat de AOW-leeftijd in 2020 zou worden gekoppeld aan de ontwikkeling van de levensverwachting, waarbij de leeftijd in 2020 naar 66 zou gaan en in 2025 naar 67. Hiertoe heeft het kabinet ook een wetsvoorstel ingediend. De overheidsfinanciën zijn sinds het sluiten van het akkoord sterk verslechterd. Dit heeft onvermijdelijk ook consequenties voor het tempo waarin maatregelen moeten worden genomen. Daarom verhoogt het kabinet de AOW leeftijd al geleidelijk vanaf 2013.
- Pensioenakkoord en nieuwe begrotingsafspraken
- Verhoging AOW-leeftijd
- Aanvullend pensioen: Witteveenkader
- Lagere premie, langer sparen
- Verhoging bedrag AOW
- Flexibele AOW
- Stabielere pensioenen
- Meer duidelijkheid over risico’s pensioenen
- Lage inkomens extra ouderenkorting
- Stabiele pensioenpremies
- Vitaliteitspakket: werkbonus en mobiliteitsbonus
- Versterking bestuur pensioenfondsen
Pensioenakkoord en nieuwe begrotingsafspraken
In het begrotingsakkoord staat het volgende over de AOW en de pensioenen.
- De AOW-leeftijd wordt in 2013 met 1 maand wordt verhoogd. Daarna stijgt deze leeftijd in stappen, tot in 2019 de pensioengerechtigde leeftijd 66 jaar is. In 2023 wordt de pensioengerechtigde leeftijd 67 jaar. Daarna wordt de AOW aan de levensverwachting gekoppeld.
- In 2014 wordt de pensioenrichtleeftijd in het Witteveenkader aangepast naar 67 jaar. Daarna wordt deze gekoppeld aan de levensverwachting. De maximale opbouwpercentages voor pensioenen worden verlaagd met 0,1% in 2014.
Dit is een van de maatregelen uit het Begrotingsakkoord 2013 om de overheidsfinanciën op orde te brengen. De 5 fracties in de Tweede Kamer (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) en het demissionaire kabinet hebben daarover in april 2012 overeenstemming bereikt. Het akkoord beperkt het begrotingstekort in 2013 tot 3% van het bruto binnenlands product (bbp). De maatregelen uit het begrotingsakkoord staan in de Voorjaarsnota 2012, het financiële overzicht van het lopende begrotingsjaar.
Hieronder volgen de afspraken uit het pensioenakkoord van 2011.
Verhoging AOW-leeftijd
Het AOW-pensioen vormt meestal het basisinkomen van mensen die gepensioneerd zijn. Dit wordt door de overheid geregeld. Het kabinet wil in 2020 de AOW-leeftijd verhogen van 65 naar 66 jaar. Bovendien wordt de AOW-leeftijd op den duur gekoppeld aan de levensverwachting.
Aanvullend pensioen: Witteveenkader
Gekoppeld aan de AOW-leeftijd wordt ook de pensioenleeftijd verhoogd naar 66 jaar. Hiervoor moeten de fiscale regels voor de aanvullende pensioenopbouw worden aangepast. De regels voor de fiscale aftrekbaarheid van pensioenpremies zijn vastgelegd in het zogenoemde Witteveenkader. Per 1 januari 2013 wordt de richtleeftijd voor de opbouw van een pensioen verhoogd naar 66 jaar en in 2015 naar 67 jaar. Als gevolg van de jaarlijkse verhoging van de AOW wordt ook de AOW-franchise (het deel van het salaris waarover geen pensioen wordt opgebouwd) verhoogd.
Lagere premie, langer sparen
Als de verhoging van de pensioenleeftijd doorgaat, moet het fiscaal mogelijk zijn om op 66 jaar hetzelfde aanvullend pensioen op te bouwen als nu op 65-jarige leeftijd. Hiervoor wordt de pensioenrichtleeftijd verhoogd naar 66 jaar. Doordat pensioendeelnemers langer doorwerken, is een verlaging van de opbouwpercentages mogelijk. Pensioendeelnemers hebben immers 1 extra opbouwjaar, dus 1 jaar extra tijd om pensioen op te bouwen.
Verhoging bedrag AOW
Het kabinet wil het AOW-pensioen vanaf 2013 voor iedereen met 0,6 % extra per jaar verhogen.
Flexibele AOW
Werknemers kunnen straks kiezen of zij eerder of later stoppen met werken. Als de plannen doorgaan om de AOW-leeftijd in 2020 te verhogen naar 66 jaar, is de situatie in 2020 als volgt.
- Wie stopt op 66-jarige leeftijd, krijgt het dan geldende bedrag aan AOW, dat als standaardbedrag voor hem of haar geldt.
- Wie ervoor kiest om op zijn 65e met pensioen te gaan, krijgt AOW die met 6,5% wordt gekort ten opzichte van het standaardbedrag.
- Wie langer doorwerkt en stopt op zijn 67e, krijgt 6,5% meer AOW dan het basisbedrag.
Stabielere pensioenen
Het kabinet wil de pensioenen meer schokbestendig maken. Dit houdt in dat bij grote schommelingen op financiële markten niet meteen ingegrepen hoeft te worden. Meevallers en tegenvallers van beleggingen worden wel verwerkt in de pensioenen, maar ze worden verspreid over verschillende jaren. Beleggingen zijn gericht op de lange termijn. Pensioenverzekeraars kunnen straks zelf een balans kiezen tussen de risico’s die zij willen nemen en de kans om de pensioenen te indexeren. Hierbij houden zij onder andere rekening met de leeftijdsopbouw van de deelnemers aan het fonds.
Meer duidelijkheid over risico’s pensioenen
Het nieuwe pensioenstelsel moet meer duidelijkheid bieden over de pensioenen. Zo kunnen de resultaten van beleggingen meevallen of tegenvallen. Daardoor kunnen pensioenen hoger of lager uitvallen dan verwacht. De pensioenfondsen zullen hun deelnemers eerder en transparanter informeren over deze risico’s.
Lage inkomens extra ouderenkorting
Vanaf 2020 komt er voor de lage inkomens een extra ouderenkorting. Deze heffingskorting. bedraagt, afhankelijk van het inkomen, maximaal € 300. Het maximumbedrag geldt voor mensen met een inkomen tot € 18.000 bruto per jaar.
Stabiele pensioenpremies
De pensioenpremie, het geld dat werkgevers en werknemers opzij zetten voor het pensioen, blijft stabiel. Dat houdt in dat in goede tijden de premie niet automatisch wordt verlaagd, maar dat in slechte tijden de premie ook niet automatisch wordt verhoogd.
De huidige pensioenenrechten van gepensioneerden en werkenden moeten onderdeel van de nieuwe regeling worden. Het kabinet, de sociale partners en externe deskundigen zullen onderzoeken op welke manier dit het beste geregeld kan worden.
Vitaliteitspakket: werkbonus en mobiliteitsbonus
Vanaf 2013 wil het kabinet de mobiliteitsbonus invoeren. Werkgevers kunnen deze bonus krijgen als ze 55-plussers in dienst nemen Voor werknemers komt er een werkbonus. Beide regelingen zijn onderdeel van het ’vitaliteitspakket’.
Werkgeversorganisaties en vakbonden gaan meer en betere afspraken maken in cao’s over langer doorwerken.
Versterking bestuur pensioenfondsen
Het kabinet heeft op 24 februari 2012 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend om het bestuur van pensioenfondsen te versterken. Pensioenfondsen kunnen dan ook voor een bestuur kiezen dat uitsluitend bestaat uit deskundige externe beroepsbestuurders. Voor een aantal belangrijke besluiten heeft dat bestuur dan de goedkeuring nodig van werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden. Pensioenfondsen kunnen op dit moment kiezen voor een bestuursmodel dat uit werkgevers, werknemers en pensioengerechtigden bestaat.
Pensioenfondsen kunnen daarnaast ook kiezen voor een bestuursmodel dat uit werkgevers, werknemers en uit pensioengerechtigden bestaat. Het kabinet wil hiermee regelen dat pensioengerechtigden steeds recht hebben op een plek in het bestuur.
Versterking bestuur bedrijfstakpensioenfondsen en ondernemingspensioenfondsen
Met het wetsvoorstel wil het kabinet ook dat bedrijfstakpensioenfondsen verplicht een raad van toezicht instellen. Bedrijfstakpensioenfondsen die volledig zijn verzekerd bij een verzekeraar kunnen ook een visitatiecommissie instellen. Ondernemingspensioenfondsen moeten op basis van het wetsvoorstel kunnen kiezen tussen een raad van toezicht of een visitatiecommissie.
Documenten en publicaties
Kabinet en sociale partners eens over uitwerking pensioenakkoord
Het kabinet heeft met de werkgeversorganisaties en vakbonden, verenigd in de Stichting van de Arbeid, overeenstemming bereikt over ...
Facts & Figures uitwerking Pensioenakkoord
Feiten en cijfers als achtergrond informatie bij het pensioenakkoord. In de oorspronkelijke facts and figures over het ...