Internationaal varen
Bestuurders van een pleziervaartuig krijgen in het buitenland te maken met uiteenlopende eisen. In veel landen is een internationaal vaarbewijs nodig.
Schippers van pleziervaartuigen hebben in het buitenland vaak een
internationaal vaarbewijs nodig. Soms is dat ook nodig voor het besturen van
schepen waarvoor in Nederland geen vaarbewijs nodig is. Meer informatie over de
verschillende regels in het buitenland is te vinden op de
website van de ANWB.
Het internationaal vaarbewijs wordt ook wel het Internationaal Certificaat van Competentie (ICC) genoemd. Vanaf 1 januari 2010 is het ICC geïntegreerd in het Klein Vaarbewijs of het Groot Pleziervaartbewijs. Houders van een vaarbewijs die op of na deze datum een vaarbewijs hebben aangevraagd, hoeven dus geen apart ICC meer aan te vragen.
Eigenaren van een vaarbewijs dat vóór die datum is afgegeven, kunnen een ICC krijgen door hun vaarbewijs om te zetten. Zij ontvangen dan een nieuwe vaarbewijs waarin de ICC is geïntegreerd. Ook de geldigheidsdatum wordt dan meteen aangepast.
De stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (Vamex) geeft de nieuwe
vaarbewijzen af. De
formulieren
voor het aanvragen van omzetting zijn te vinden op de website van Vamex.
Sportpatent voor het varen op de Rijn
Bestuurders van een schip dat op de Rijn boven het Spijksche Veer bij Lobith vaart, hebben naast een Klein Vaarbewijs een zogenaamd sportpatent nodig. Hier gelden namelijk internationale afspraken voor de vaart op de Rijn. Voor boten korter dan 15 meter volstaat een Klein Vaarbewijs.
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verstrekt het sportpatent.
Op de site van het CBR staat een overzicht van de
eisen waaraan een schipper moet voldoen om een
sportpatent te verkrijgen. Op deze website kan ook het
patent worden aangevraagd.
Documenten voor pleziervaartuigen
Schippers van recreatieschepen moeten in het buitenland kunnen aantonen dat ze de eigenaar van het schip zijn. Hiervoor is in de meeste landen een Internationaal Certificaat voor Pleziervaartuigen (ICP) nodig. Dit document is in het Engels, Frans en Nederlands opgesteld en bevat de gegevens van de eigenaar. Daarnaast staat er in het ICP een beschrijving van het schip en de aanwezige apparatuur.
De ANWB verstrekt het ICP. Het
aanvraagformulier
is te vinden op de website van de ANWB.
Als de eigenaar een schip uitleent voor een reis in het buitenland, is een zogenaamde machtiging bruikleen nodig. Hierin geeft de eigenaar aan dat de boot rechtmatig is uitgeleend.
Scheepsregister
Het is ook mogelijk om het schip te registreren in het scheepsregister van
het kadaster. In dat geval is een ICP niet nodig. Meer informatie over deze
registratie is te vinden op de website van het
Kadaster. De eigenaar van een schip moet zich
echter in eerste instantie bij de
Inspectie Leefomgeving en
Transport (ILT) melden.
Andere documenten
Verder zijn voor het varen in het buitenland in veel gevallen de volgende documenten nodig:
- Een bemanningslijst waarop staat wie op het schip meevaart, inclusief adresgegevens en paspoortnummer. Bovenaan de lijst staan de scheepsnaam, de thuishaven en de nationaliteit. In Finland, Rusland, Estland, Letland, Litouwen en Polen is deze lijst in ieder geval verplicht. Maar ook in veel Zuid-Europese landen en buiten Europa is zo’n lijst verplicht.
- Een bewijs dat de BTW voor het schip is voldaan. Dit kan een aankoopnota
zijn met daarop de BTW vermeld of een
verklaring van de
douane.
Bedieningscertificaat en machtiging voor een eventuele marifoon.
Buitenlandse vaarbewijzen in Nederland
In Nederland zijn ook een aantal buitenlandse vaarbewijzen geldig. Het
ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een lijst van erkende buitenlandse
vaarbewijzen samengesteld. Een
overzicht van erkende
buitenlandse vaarbewijzen is te vinden op Overheid.nl.