Organisatie politie
De politie bestaat uit 25 regionale politiekorpsen en het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). Het kabinet wil er 3.000 agenten bij (waaronder 500 dierenpolitieagenten) en vanaf 2012 komt er één nationale politie.
Regionale korpsen, KLPD en nationale politie
De politie in Nederland bestaat nu uit 25 regionale politiekorpsen en het
Korps landelijke politiediensten (KLPD). Het
kabinet wil de organisatie van de politie veranderen, zodat die zich meer kan
bezighouden met de veiligheid op straat. Daarom is het de bedoeling dat er per 1
januari 2012 één nationale politie komt. Hiervoor wordt de
politiewet
aangepast.
Bestuur regionale korps politie
De burgemeester van de grootste gemeente in de regio bestuurt het regionale korps. Samen met de korpschef en de hoofdofficier van justitie vormt hij de zogeheten ‘regionale driehoek’, of de beheersdriehoek. De dagelijkse leiding over een korps heeft de regionale korpschef, meestal een hoofdcommissaris van politie.
Korps landelijke politiediensten (KLPD)
Het KLPD is een specialistisch politiekorps met taken die van landelijk of internationaal belang zijn. Bijvoorbeeld:
- de aanpak van zware, georganiseerde criminaliteit;
- het verlenen van luchtsteun (bijvoorbeeld om een verdachte auto vanuit een helikopter te volgen);
- het bestrijden van grof geweld en terrorisme;
- beveiliging van leden van het Koninklijk Huis;
- training van politiepaarden en speurhonden.
Het kabinet wil de operationele sterkte van de politie uitbreiden met 3.000 agenten (waaronder 500 dierenpolitieagenten).
Recherche
De
recherche
is ook een onderdeel van de politie en valt onder de regionale korpsen. De
recherche doet vooral onderzoek, spoort daders en verdachten op en analyseert
misdrijven en strafbare feiten. Het kabinet wil de recherche en andere
opsporings- en vervolgingsdiensten uitbreiden. Dat staat in het
regeerakkoord.
Vrijwilligers bij de politie
Bij de politie werken 1.500 vrijwilligers met politiebevoegdheden. Na een uitgebreide scholing, die het politiekorps betaalt, heeft een politievrijwilliger dezelfde bevoegdheden als een beroepsagent. De vrijwilligers dragen ook hetzelfde uniform en verrichten hetzelfde werk als beroepskrachten.
Vrijwilligers zonder politiebevoegdheden
Een andere categorie vrijwilligers bij de politie zijn de volontairs, daarvan zijn er nu ruim 900. Zij hebben niet dezelfde bevoegdheden als gewone agenten en politievrijwilligers. Voor hun werk hoeven ze ook geen opleiding te volgen. Volontairs helpen bijvoorbeeld bij de administratie of bij voorlichting.
Meer politievrijwilligers nodig
Het aantal politievrijwilligers is de afgelopen jaren gedaald. Het politiepersoneel bestaat voor 4,5% uit vrijwilligers. De minister van Veiligheid en Justitie wil dat in 2015 het aantal vrijwilligers 10% is. Om meer vrijwilligers te werven, wil de minister samen met de Politieacademie kijken naar de duur van de opleiding voor politievrijwilligers.
Daarnaast wil de minister het werk van de vrijwilliger interessanter maken, bijvoorbeeld door hen in te zetten bij meer politietaken. Bij sommige korpsen is het voor politievrijwilligers mogelijk door te stromen naar beroepsfuncties. Dit is afhankelijk van het beleid van het korps waar men werkt.
Minister verantwoordelijk voor goed functioneren politie
De minister van Veiligheid en Justitie is eindverantwoordelijk voor het goed functioneren van de politie. De minister is ook verantwoordelijk voor het beleid en maakt afspraken over de doelen die de politie moet halen.
De minister beheert de regionale politiekorpsen en is korpsbeheerder van het KLPD. Zo stelt de minister onder meer de regels op voor de financiën van de regionale korpsen en regelt ook arbeidsvoorwaarden, bewapening en kleding van de politie.
Toezicht op politie en overheidsbeleid
De
Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (Inspectie OOV)
houdt toezicht op politie, politieonderwijs, brandweer en rampenbestrijding. De
inspectie onderzoekt geen misdaden maar bekijkt of het overheidsbeleid goed
wordt uitgevoerd en resultaat oplevert. Daarover publiceert ze
openbare rapporten en adviezen.
Internationale samenwerking politie
Criminelen laten zich niet tegenhouden door landsgrenzen. Daarom stimuleert
Nederland de
internationale
samenwerking met politiediensten in Europa maar ook daarbuiten. De lidstaten
van de Europese Unie (EU) helpen elkaar om georganiseerde en
grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden. De organisaties Interpol en
Europol zijn een voorbeeld van deze samenwerking:
Interpol is een organisatie voor wereldwijde
politiesamenwerking waarbij 188 landen zijn aangesloten, ook Nederland.- Het in Den Haag gevestigde
Europol is een
Europese recherche-informatiedienst die inlichtingen verzamelt en analyseert om
ernstige internationale misdaad te bestrijden.
Samenwerking politie Benelux en Duitsland
De politie van de 3 Beneluxlanden en Duitsland werkt rondom de landsgrenzen intensief samen. Een politieagent uit Nederland kan in elk van deze landen:
- het verkeer regelen;
- identiteitscontroles uitvoeren (paspoortcontrole);
- verdachten observeren, achtervolgen of arresteren;
- individuen of groepen (bijvoorbeeld voetbalsupporters) begeleiden;
- locaties doorzoeken (bijvoorbeeld bij een bommelding).
Een buitenlandse agent mag in Nederland geen bekeuring uitschrijven.