Wettelijke randvoorwaarden
Uit toekomstverkenningen van de schappen is gebleken dat ondernemers te weinig invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming en dat er te weinig direct contact is met het bestuur. Daarom heeft de overheid op 25 maart 2009 de Wet op de bedrijfsorganisatie gewijzigd.
De overheid stelt randvoorwaarden voor product- en bedrijfsschappen via de
Wet op de
bedrijfsorganisatie. Hiermee wil de overheid bereiken dat product- en
bedrijfsschappen zich:
richten op publieke taken die niet door private partijen (kunnen) worden opgepakt
Zoals stimulering van innovatie bij bedrijven via scholingsactiviteiten en onderzoeken. Of promotie van het product (‘Snoep gezond eet een appel’) of de functie (‘Kijk eens wat vaker in de spiegel van de kapper’);transparant verantwoorden
Het moet voor ondernemers duidelijk zijn waarom tot bepaalde besluiten is gekomen en voor welke activiteiten de ondernemers moeten betalen.
Wetswijziging
Op
25 maart 2009 is de Wet op de bedrijfsorganisatie gewijzigd.
Code Goed Bestuur
Product- en bedrijfschappen moeten zich houden aan de
principes van
goed bestuur die zijn vastgelegd in de Code Goed Bestuur. De Code Goed
Bestuur is door de schappen zelf ontwikkeld, de overheid heeft wel aangegeven
welke onderwerpen erin opgenomen moeten worden. In 2007 hebben de schappen de
Code Goed Bestuur al ingevoerd. Door de wetswijziging is nu ook wettelijk
vastgelegd op welke bestuurlijke principes de besturen aangesproken kunnen
worden en hoe zij daarover verantwoording afleggen.Draagvlakonderzoek
De schappen zijn verplicht om elke 4 jaar een
draagvlakonderzoek uit te voeren. Via het
draagvlakonderzoek krijgen ondernemers de mogelijkheid een oordeel te vellen
over het product- of bedrijfschap waar zij onder vallen. Daarbij kunnen zij ook
het voortbestaan van het schap aan de orde stellen. De
Toezichtkamer van de SER ziet er samen
met de verantwoordelijke ministers op toe dat de schappen het draagvlakonderzoek
juist uitvoeren.
Op de website van de SER staat een
overzicht
van de wet- en regelgeving waar product- en bedrijfschappen mee te maken
hebben.