Verdachten
De politie houdt verdachten aan en verhoort hen op het politiebureau. De periode waarin een verdachte kan worden opgehouden voor onderzoek duurt hooguit 6 uur. Als iemand wordt opgehouden om de identiteit van diegene vast te kunnen stellen, mag de termijn eenmaal met maximaal 6 uur verlengd worden. De verdachte heeft het recht om voorafgaand aan het eerste politieverhoor gedurende een half uur een advocaat te raadplegen. Ook kan de verdachte tijdens de periode waarin hij wordt opgehouden voor onderzoek de politie vragen of hij contact mag opnemen met zijn advocaat. Minderjarigen hebben bovendien het recht te vragen of een advocaat of vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig mag zijn.
Als de 6 uur voor onderzoek te weinig is, kan de hulpofficier van justitie besluiten tot inverzekeringstelling van maximaal 3 dagen. Over een eventuele verlenging met nog 3 dagen beslist de officier van justitie na voorgeleiding. Na de inverzekeringstelling kan de officier van justitie bij de rechter-commissaris een vordering tot bewaring indienen. Dat betekent dat de verdachte voor een periode van 14 dagen kan worden vastgehouden. Daarna kan de rechter-commissaris besluiten tot gevangenhouding gedurende maximaal 90 dagen. Uiteindelijk is maximaal 110 dagen voorarrest mogelijk.
Terechtstaan
Na afloop van het onderzoek kan de officier van justitie het besluit nemen tot vervolging van een verdachte. Deze krijgt dan een dagvaarding waarin precies staat waarvan hij wordt verdacht en wat zijn rechten zijn. Ook is te lezen waar en wanneer de rechtbank de zaak behandelt.
Veroordeeld
Tijdens de rechtszaak spreekt de rechter de verdachten vrij of veroordeelt hen. Veroordeelden krijgen straffen en maatregelen opgelegd, zoals een boete, taakstraf of gevangenisstraf. Bovendien krijgen zij een strafblad die voor een bepaalde tijd wordt opgenomen in het Strafregister.
Hoger beroep of onherroepelijk
Veroordeelden die het niet eens zijn met de uitspraak van de rechter kunnen in hoger beroep gaan. In het vonnis staat of hoger beroep mogelijk is of dat het vonnis onherroepelijk is. Als hoger beroep mogelijk is, moeten veroordeelden (of hun advocaten) binnen 14 dagen hoger beroep indienen bij de griffie van het gerecht. De beroepsprocedure is kosteloos.
Het kabinet is van plan personen die veroordeeld zijn voor een ernstig geweldsdelict of zedendelict niet vrij te laten zolang een beroepsprocedure loopt tegen een uitspraak van de rechter.
In hoger beroep
Tijdens het hoger beroep beoordeelt een andere rechter de zaak. Deze spreekt de
veroordeelde vrij, legt dezelfde of een andere straf op. Veroordeelden kunnen
maar een keer in hoger beroep gaan. Daarna kunnen zij in cassatie bij de Hoge
Raad.
Ook de officier van justitie kan in hoger beroep gaan. Verdachten krijgen hiervan bericht.