Europese audittaken

Het ministerie van Financiën coördineert het financieel beheer van de EU-begroting en de EU-subsidiefondsen in Nederland. De rechtmatigheid van EU-bestedingen in Nederland staat centraal in de nationale verklaring, die door Financiën wordt opgesteld. 

Taken financieel beheer Europa

Europese taken op het gebied van financieel beheer zijn:

  • De jaarlijkse kwijtingsprocedure van de Europese begroting coördineren. Hierbij leggen de EU-instellingen verantwoording af voor de besteding van de Europese middelen.
  • De kabinetsreactie op het EU-Trendrapport van de Algemene Rekenkamer coördineren.
  • Beleid opstellen voor het antifraudebureau van de Europese Commissie OLAF en de Nederlandse bijdrage aan de jaarlijkse rapportage van OLAF.  
  • Beleid ontwikkelen voor een betere verantwoording over EU-gelden en vereenvoudiging van EU-regelgeving.
  • De Nederlandse bijdrage aan voorstellen van de Commissie coördineren op het gebied van het Europese regelgeving inzake financieel beheer.
  • De jaarlijkse samenvatting opstellen en indienen over het financieel beheer over de EU-fondsen in gedeeld beheer.  

Nationale verklaring

De Europese Rekenkamer geeft ieder jaar een oordeel over de betrouwbaarheid van de Europese begroting en over de wettigheid en regelmatigheid ervan. Dit oordeel heet de betrouwbaarheidsverklaring. Tot op heden is dit oordeel negatief. Dit betekent dat het financieel beheer en de controle van Europese fondsen onvoldoende op orde is.

Lidstaten kunnen op vrijwillige basis ook een zogeheten nationale verklaring opstellen over het functioneren van de controlesystemen en de rechtmatigheid van de bestedingen. In Nederland geeft de minister van Financiën namens het kabinet jaarlijks zo’n verklaring af aan de Tweede Kamer en de Europese Commissie. De Algemene Rekenkamer geeft een oordeel bij de verklaring.

In de verklaring staat in hoeverre het financieel beheer en de controle van Europese fondsen in gedeeld beheer op orde zijn. De Europese fondsen in gedeeld beheer zijn de EU-landbouwfondsen, de EU-structuurfondsen (inclusief het EU-visserijfonds) en de migratiefondsen van de Europese Unie.

Zowel de Europese Commissie als het Europese Parlement zijn voorstander van de nationale verklaring. Zij moedigen andere landen aan het Nederlandse voorbeeld te volgen. Naast Nederland hebben het Verenigd Koninkrijk, Denemarken en Zweden op vrijwillige basis soortgelijke initiatieven ondernomen.