Politieke ambtsdragers
Het landelijk bestuur van de overheid bestaat uit ministers en staatssecretarissen (kabinet) en leden van de Eerste- en Tweede Kamer (parlement). De lonen van de ambtsdragers worden bezoldiging of schadeloosstelling genoemd. Ook hebben de Kamerleden recht op verschillende aanvullende arbeidsvoorwaarden, zoals een dienstauto, een uitkering bij aftreden en een pensioenvoorziening.
Inkomen ministers en staatssecretarissen
Het loon van ministers en staatssecretarissen heet bezoldiging. Daarnaast hebben zij recht op onkostenvergoedingen en diverse aanvullende regelingen. Bijvoorbeeld een pensioen en een uitkering na aftreden. Ook hebben de bewindspersonen aanspraak op een dienstauto, beveiliging en een gemeubileerd verblijf in de buurt van het ministerie als zij op grote afstand van het ministerie wonen.
Alle functies van het Rijk zijn ingedeeld in salarisschalen. Een ambtenaar
start op een bepaalde trede (periodiek) in de salarisschaal. Bij goed
functioneren is het mogelijk om elk jaar een trede hoger te worden ingedeeld.
Dit staat in het
Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren
(BBRA).
Bezoldiging
- ministers hebben recht op € 10.325,86 per maand (schaal 21 van het BBRA);
- staatssecretarissen hebben recht op € 9.691,95 per maand (schaal 20 van het BBRA);
- vakantieuitkering van 8%;
- eenmalige uitkering en eindejaarsuitkering, voor zover het rijkspersoneel die ook krijgt.
Onkostenvergoedingen
- verhuisvergoeding als de minister of staatssecretaris verhuist naar een woning binnen een straal van 25 kilometer van het ministerie;
- reis- en verblijfskosten bij buitenlandse en binnenlandse dienstreizen;
- reis- en verblijfkosten in binnen- en buitenland als dat nodig is voor de functie;
- informatie- en communicatievoorzieningen.
Uitkering na aftreden
- recht op een uitkering, ongeacht de reden van vertrek;
- het eerste jaar 80%, daarna 70% van de laatste bezoldiging;
- de duur van de uitkering is afhankelijk van de periode waarin betrokkene politieke ambtsdrager is geweest (dus niet per se als bewindspersoon);
- een eventueel nieuw inkomen wordt op de uitkering verminderd;
- de uitkering stopt wanneer een nieuw inkomen gelijk of hoger is dan de uitkering.
Pensioen
- ouderdomspensioen;
- nabestaandenpensioen.
Overige afspraken
- dienstauto met chauffeur;
- een maandelijkse vergoeding voor de verschuldigde loonbelasting over het gebruik van de dienstauto. Dit omdat ministers en staatssecretarissen om veiligheidsredenen ook privé van de dienstauto gebruik moeten maken;
- mogelijkheid tot een gemeubileerd verblijf nabij het ministerie als de minister of staatssecretaris op grote afstand van het ministerie woont;
- beveiligingsmaatregelen thuis en op het ministerie.
Inkomen Eerste Kamerleden
De leden van de Eerste Kamer zijn deeltijd-politici. Hun inkomen bedraagt daarom 25% van de schadeloosstelling van leden van de Tweede Kamer. Zij hebben geen recht op secundaire voorzieningen, zoals een pensioen en arbeidsongeschiktheidverzekering. Leden van de Eerste Kamer ontvangen daarvoor een jaarlijkse vergoeding en regelen dit zelf.
Vergoeding
- inkomen van € 1.998,28 per maand;
- vakantieuitkering van 8%;
- eenmalige uitkering en eindejaarsuitkering, voor zover het rijkspersoneel die ook krijgt.
Onkostenvergoedingen
- vaste jaarlijkse vergoeding van reiskosten;
- verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de woonplaats.
Secundaire voorzieningen
- jaarlijks ontvangen leden van de Eerste Kamer € 2658,33. Daarmee regelen zij zelf voorzieningen voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
Inkomen leden Tweede Kamer
Leden van de Tweede Kamer ontvangen allemaal een schadeloosstelling. De helft van eventuele inkomsten uit andere werkzaamheden of een eigen bedrijf worden hiervan afgetrokken. Dat geldt alleen als dit bedrag meer dan 14% van de schadeloosstelling bedraagt. Ook hebben de Kamerleden recht op diverse onkostenvergoedingen op een uitkering na aftreden.
Schadeloosstelling
- inkomen van € 7.311,56 per maand (hoogste periodiek van BBRA schaal 16);
- vakantieuitkering van 8%;
- eenmalige uitkering en eindejaarsuitkering, voor zover het rijkspersoneel die ook krijgt.
Regeling neveninkomsten
- de helft van de neveninkomsten wordt van de schadeloosstelling afgetrokken als het bedrag hoger is dan 14% van de schadeloosstelling;
- voor bedragen die minder of gelijk zijn aan 14% van de schadeloosstelling volgt geen vermindering;
- de korting is nooit meer dan 35% van de schadeloosstelling.
Onkostenvergoedingen
- maximale vergoeding van € 2.404,83 per jaar voor kosten die nodig zijn voor de functie;
- keuze tussen een Ov-jaarkaart of een compensatie van reiskosten voor woon-werkverkeer tot maximaal € 0,37 per afgelegde kilometer;
- vaste jaarlijkse vergoeding voor reiskosten buiten het woon-werkverkeer;
- verblijfkosten waarvan de hoogte afhankelijk is van de woonplaats.
Uitkering na aftreden
- recht op een uitkering, ongeacht de reden van vertrek;
- het eerste jaar 80%, daarna 70% van de laatste schadeloosstelling;
- de duur van de uitkering is afhankelijk van de periode waarin betrokkene politieke ambtsdrager is geweest (dus niet per se als Kamerlid).
Pensioen
- ouderdomspensioen;
- nabestaandenpensioen.