Van Rijk naar gemeenten en provincies

De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer taken en verantwoordelijkheden. Bijvoorbeeld op het gebied van landschap, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. De Rijksoverheid richt zich op 13 nationale belangen.

Rol van provincies en gemeenten

Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er met een gebied moet gebeuren en keuzes maken die passen bij de wensen en opgaven van het gebied. Het Rijk vertrouwt de provincies en gemeenten dat zij deze beslissingen goed kunnen maken. Bijvoorbeeld bij:

  • Woningbouw

    Gemeenten krijgen ruimte om woningen te bouwen die aansluiten bij de wensen en de doorstroming van hun inwoners (kleinschalige natuurlijke groei). De Rijksoverheid maakt geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. In deze regio’s is de woningbouw zo verweven met andere nationale opgaven dat de Rijksoverheid betrokken blijft.
    Wel stelt het Rijk landelijke doelstellingen vast om de woningmarkt goed te laten werken. Provincies houden de regie om te zorgen dat er geen overaanbod of onderaanbod ontstaat.
  • Bedrijfslocaties

    Voldoende bedrijventerreinen, kantoren en detailhandellocaties dragen bij aan het vestigingsklimaat en zijn daarom onderdeel van het ruimtelijk beleid. De samenwerkende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de herstructurering van bestaande (leegstaande) en de bouw van nieuwe bedrijfslocaties. Provincies houden de regie om te zorgen dat er geen overaanbod of onderaanbod ontstaat.
  • Landschap en natuur

    Het landschapsbeleid gaat naar de provincies. Het is hun taak om te zorgen voor voldoende groene ruimte binnen en rondom de steden. Boeren en particulieren in het landelijk gebied krijgen een grotere rol bij het beheren en ontwikkelen van natuur.
  • Toetsen ruimtelijke plannen

    Het Rijk is gestopt met het vooraf toetsen van ruimtelijke plannen. Tot 2012 werden nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen en ruimtelijke plannen van de provincies getoetst op strijdigheid met nationale belangen, zoals milieuregels. Het ministerie van Defensie (militaire terreinen), het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (energieopwekking en -transport) en Rijkswaterstaat (weg- en waterbeheerder) blijven wel controleren of de ruimtelijke plannen van gemeenten niet botsen met hun directe belangen.

Rijk: aandacht voor nationale belangen

De Rijksoverheid richt zich op 13 nationale belangen. Daarbuiten ligt de verantwoordelijkheid bij de lokale overheden. In het externe link: Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) staat aan welke regels de gemeenten en provincies zich moeten houden. Bijvoorbeeld wanneer zij een bestemmingplan opstellen.

De nationale belangen zijn:

  • een goed vestigingsklimaat in de stedelijke regio’s rondom de mainports, brainport, greenports en valleys;
  • de hoofdnetwerken voor (duurzame) energie en de energietransitie (overgang van grijze naar groene energie);
  • ruimte voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen;
  • efficiënt gebruik van de ondergrond;
  • een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s en achterlandverbindingen;
  • de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (weg, spoor en vaarwegen) beter benutten;
  • de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen in stand houden, zodat de netwerken blijven functioneren;
  • de milieukwaliteit (lucht, bodem en water) verbeteren en mensen beschermen tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s;
  • ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en bescherming tegen (ingrijpende) klimaatveranderingen;
  • behoud van unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (zoals de werelderfgoederen);
  • ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor de biodiversiteit;
  • ruimte voor militaire terreinen en activiteiten;
  • zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

Minder regels

Uitgangspunt is dat er minder en eenvoudigere regels en procedures komen. Nu is het stelsel soms zo omvangrijk en complex dat er geen nieuwe wegen, woningen of natuurgebieden worden ontwikkeld.

Daarom wordt het omgevingsrecht aangepast, waardoor de doorlooptijd van procedures gehalveerd kan worden. Dit scheelt jaarlijks € 650 miljoen aan administratieve lasten. De crisis- en herstelwet wordt in 2012 permanent gemaakt. Deze wet zorgt ook voor kortere procedures, waardoor bouwprojecten (zoals wegen) sneller worden uitgevoerd.

Documenten en publicaties

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In de definitieve Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte schetst het Rijk ambities van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid voor ...

Rapport | 13-03-2012 | IenM

Meer ruimte voor provincies en gemeenten een feit

Meer bewegingsvrijheid voor regio’s op het gebied van ruimtelijke ordening en beslisruimte zo dicht mogelijk bij de burger. Dat is ...

Nieuwsbericht | 13-03-2012 | IenM

Openbare kennisgeving van de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Openbare kennisgeving van de ontwerp Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte met het bijbehorende planMER en de ontwerp-Algemene ...

Besluit | 26-07-2011 | IenM

Kamerbrief Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

De minister van Infrastructuur en Milieu stuurt de Tweede Kamer de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De ...

Kamerstuk | 14-06-2011 | IenM

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Provincie

Brief aan het College van Gedeputeerde Staten over de gevolgen van de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en ...

Brief | 22-12-2011

Structuurvisie Infrastrctuur en Ruimte Gemeente

Brief aan het College van B&W over de gevolgen van de inwerkingtreding van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

Brief | 22-12-2011