Vraag en antwoord
Waar haalt Nederland het geld vandaan om andere eurolanden te steunen?
Nederland steunt eurolanden met financiële problemen via 2 tijdelijke Europese noodfondsen (EFSF en EFSM). Deze noodfondsen lenen zelf geld op de kapitaalmarkt om het geld vervolgens weer uit te lenen aan noodlijdende landen als Griekenland, Portugal en Ierland. De Europese landen – waaronder Nederland – staan garant. Dat betekent dat zij het risico dragen als een land het geleende geld niet terug kan betalen. Voordat de Europese noodfondsen bestonden, heeft Nederland wel zelf geld geleend aan Griekenland. Nederland kon tegen een relatief lage rente lenen en het geld vervolgens uitlenen aan Griekenland.
Garanties aan Europese noodfondsen
De garanties aan de 2 tijdelijke Europese noodfondsen en de directe leningen aan Griekenland hebben geen gevolgen voor de belasting die Nederlanders moeten betalen. Het geven van garanties gaat wel gepaard met een risico. Mocht een land een deel van de lening toch niet kunnen terugbetalen, dan moeten de landen die garant staan het tekort dekken. Dat zou dan gevolgen kunnen hebben voor de Nederlandse begroting.