Besluitvorming

Het kabinet heeft op 4 juni 2010 een besluit genomen over het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS). De Tweede Kamer heeft najaar 2010 de plannen behandeld. Aan dit kabinetsbesluit ging een intensief traject van besluitvorming vooraf, waarbij de spoorbedrijven, provincies, stadsregio’s, gemeenten, maatschappelijke en consumentenorganisaties betrokken zijn.

Dat traject zag er als volgt uit:

  • Koninklijk Vervoer Nederland en de Nederlandse Spoorwegen hebben de verwachte groei van het goederen- en personenvervoer onderzocht. Dit is de vervoersanalyse.
  • ProRail onderzocht vervolgens wat deze verwachte groei betekent voor het spoornetwerk in Nederland. Dit is de capaciteitsanalyse. 
  • In een eerste bestuurlijke conferentie in november 2009 en in ambtelijke werkgroepen bespraken gemeenten, provincies en stadsregio’s met het ministerie van Verkeer en Waterstaat de gevolgen van PHS voor hun regio. 
  • De Overlegorganen Verkeer en Waterstaat (OVW) en het Landelijk Overleg Consumentenbelangen Openbaar Vervoer (Locov) gaven advies aan de minister van Verkeer en Waterstaat. 
  • In een tweede bestuurlijke conferentie in april 2010 kozen provincies, stadsregio's en het ministerie van Verkeer en Waterstaat voor de meest geschikte variant van PHS. De bestuurders baseren hun keuze op de vervoers- en capaciteitsanalyses, een maatschappelijke kosten-baten analyse en enkele achtergrond onderzoeken. 
  • De plannen gingen naar het kabinet voor een besluit. 
  • Het kabinet koos op 4 juni 2010 voor de "maatwerk 6/6" variant van PHS. In deze variant rijden waar mogelijk 6 intercity’s en 6 sprinters per uur op de drukste trajecten. Ook koos het kabinet ervoor om de Betuweroute zo goed mogelijk te benutten en het goederenvervoer in de noord-zuid-richting te spreiden.
  • De Tweede Kamer heeft in het najaar van 2010 de kabinetsplannen besproken. Er zijn enkele aanvullende moties aangenomen over het vervolg van PHS.
Treinreizigers onderweg in een station.

Verantwoordelijk ministerie