Subsidie spoorse doorsnijdingen
Een treinspoor kan een stad in tweeën snijden. Zo'n doorsnijding geeft overlast voor het wegverkeer en maakt woonwijken moeilijker bereikbaar. Daarom was er in 2006 en 2009 een subsidieregeling om gemeenten te helpen de problemen rond spoorse doorsnijdingen op te lossen.
Doel subsidiegelden
Gemeenten konden het subsidiegeld bijvoorbeeld gebruiken om:
- een tunnel onder het spoor aan te leggen om woonwijken beter met elkaar te verbinden;
- ongebruikte spoorterreinen af te breken en een woonwijk te bouwen op de vrijgekomen plek;
- voetgangersbruggen en fietstunnels aan te leggen;
- het spoor verdiept aan te leggen;
- gelijkvloerse kruisingen met wegen te vervangen door een tunnel.
Eerste tranche
Via de Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen is aan 61 projecten in totaal ruim € 240 miljoen uitgekeerd. Inmiddels is een aantal van deze projecten voltooid. Bijvoorbeeld in Bergen op Zoom en Alphen aan den Rijn.
Tweede tranche
De subsidieregeling was oorspronkelijk éénmalig. Mede door het succes ervan heeft het kabinet geld voor een vervolg beschikbaar gesteld: de tweede tranche Spoorse Doorsnijdingen. Deze is op 4 december 2009 afgesloten. Bij de tweede tranche hebben 37 projecten € 143,6 miljoen ontvangen.
Er zijn geen plannen voor een nieuw vervolg op de subsidieregeling.
Documenten en publicaties
Eurlings verstrekt bijna 144 miljoen voor aanpak spoorbarrières
Zevenendertig projecten ontvangen in totaal 143,6 miljoen euro van minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat. Met het geld ...