Veiligheid op en rond het spoor
De spoorwegen in Nederland behoren tot de veiligste in Europa, terwijl ze in vergelijking met andere landen intensief worden gebruikt. Het aantal dodelijke slachtoffers bij spoorwegovergangen is in de afgelopen 10 jaar gehalveerd.
Samen werken aan veiligheid
De spoorwegen moeten veilig zijn voor reizigers, baanwerkers, rangeerders en omwonenden. Toch vinden jaarlijks gemiddeld nog 18 dodelijke ongelukken plaats. Daarnaast plegen jaarlijks ongeveer 185 mensen zelfmoord op het spoor.
De Rijksoverheid werkt daarom samen met spoorbeheerder ProRail en spoorbedrijven zoals de Nederlandse Spoorwegen (NS) aan een nog veiliger spoorwegnet. Zo zijn er extra veilige seinen geïnstalleerd om te voorkomen dat machinisten door een rood sein rijden. Ook laat de overheid camera’s en schrikverlichting plaatsen om zelfmoord op het spoor tegen te gaan.
Veilig reizen betekent ook dat reizigers, conducteurs, machinisten en schoonmakers zich veilig voelen in de trein en op het station. Hierover is meer te lezen bij het onderwerp Veiligheid in het openbaar vervoer.
Extra beveiliging rood sein
Reizigers en goederenvervoerders moeten het spoor elke dag zo veilig mogelijk kunnen gebruiken. In 2009 overleed na een botsing tussen 2 goederentreinen in Barendrecht een machinist, doordat één van de treinen door een rood sein reed.
Mede naar aanleiding van dit ongeluk zijn 350 seinen extra beveiligd, zodat treinen automatisch tot stilstand komen als ze te snel op een rood sein afrijden. De seinen zijn uitgerust met een ‘automatische treinbeïnvloeding, verbeterde versie’ (ATB-Vv), die ook werkt bij snelheden onder de 40 kilometer per uur. Eerdere versies van ATB werken niet bij snelheden onder de 40 kilometer per uur.
Met het veiliger maken van de seinen, heeft de Rijksoverheid gehoor gegeven aan een van de aanbevelingen uit een onafhankelijk onderzoek naar het ongeluk in Barendrecht. Ook is de veiligheid voor spoorpersoneel verbeterd doordat:
- bij onderhoud aan het spoor geen treinen meer rijden op het betreffende spoor;
- opleiders, opleidingsinstituten en examinatoren die machinisten opleiden gecertificeerd moeten zijn.
Minder ongelukken bij spoorwegovergangen
Op spoorwegovergangen vallen de meeste doden. Toch zijn de overwegen in de afgelopen 10 jaar veiliger geworden. In 1999 vielen nog 43 dodelijke slachtoffers op spoorwegovergangen. De laatste jaren vallen gemiddeld 18 doden per jaar. Dit komt onder meer doordat meer spoorwegovergangen slagbomen hebben gekregen in plaats van alleen knipperlichten.
Samen met spoorbeheerder ProRail onderzoekt de Rijksoverheid of de veiligheid
op spoorwegovergangen nog verder valt te verbeteren. Dat is lastig, omdat het
aantal dodelijke slachtoffers al sterk is teruggedrongen en de oorzaken van
ongevallen divers zijn. ProRail hoopt de verdere verlaging van het aantal doden
te bereiken via een aantal lopende projecten, zoals voorlichting aan jongeren op
scholen in de buurt van overwegen. Zie voor meer informatie daarover de website
van
ProRail.
Ook kijkt de Rijksoverheid of er in plaats van overwegen tunnels kunnen worden gebouwd. Als het om een spoorwegovergang binnen een gemeente gaat, doet de Rijksoverheid dit in samenwerking met de plaatselijke overheid.
Zelfmoorden voorkomen
Jaarlijks zijn er zo’n 185 zelfmoorden op het spoor. Dat aantal is al jaren min of meer constant. De Rijksoverheid wil het aantal slachtoffers verminderen. Samen met spoorbeheerder ProRail en andere betrokkenen, zoals psychiatrische zorginstellingen, neemt de overheid verschillende maatregelen. Voorbeelden zijn:
- meer hekken en minder bomen en struiken langs het spoor bij psychiatrische inrichtingen;
- onderzoek naar nieuwe middelen, zoals detectieapparatuur langs het spoor;
- meer gerichte surveillance door de spoorwegpolitie en beveiligingsdiensten.
Alle maatregelen om de veiligheid op en rond het spoor te verbeteren, staan in het actieplan Preventie Spoorsuïcide en de Derde Kadernota Railveiligheid.
Aanpak Koperdiefstal
Door de sterke stijging van de koperprijs, is de diefstal van koper op het spoor sterk gestegen. In 2010 werden 388 koperdiefstallen bij het spoor geteld. Dit zorgde voor 170 uur extra vertraging bij passagierstreinen. Koper wordt vooral gestolen uit sein- en wisselkabels en hoogspanningsmasten. Dit kan gevaarlijke situaties veroorzaken. Begin 2011 botste een internationale trein met een goederentrein bij Zevenaar, als gevolg van koperdiefstal.
Afspraken om koperdiefstal tegen te gaan
Om koperdiefstal harder aan te pakken heeft het kabinet 10 afspraken gemaakt met de politie, het openbaar ministerie (OM), ProRail en de metaalverwerkingsbranche.
- Burgers en bedrijven worden meer aangemoedigd om de politie te alarmeren als zij koperdiefstal vermoeden. Denk daarbij aan kanalen als Burgernet en Meld Misdaad Anoniem.
- Er wordt standaard aangifte gedaan van koperdiefstal. Op die manier kan er een overzicht worden gemaakt van de risicolocaties en de risicotijdstippen.
- De pakkans wordt groter. De politie zorgt voor gerichte inzet van opsporingsteams, technische middelen en waar nodig met ondersteuning van politiehelikopters.
- Politie, Justitie en MRF werken samen met ProRail in een pilot met synthetisch DNA. Synthetisch DNA maakt het mogelijk om de herkomst van koper te achterhalen. Ook als de koper is omgesmolten.
- Ook in andere sectoren dan het spoor starten experimenten met GPS apparatuur (tracking & tracing).
- In de omgeving van risicolocaties krijgt de politie de bevoegdheid om personen die koper bezitten (en hun voertuigen) te controleren.
- Er komt een registratieplicht en een identificatieplicht bij de contante inkoop van koper, om het aanbieden van gestolen koper te ontmoedigen.
- Bij de vervolging van koperdieven zullen de aard en omvang van de schade als strafverzwarende omstandigheid worden aangemerkt.
- De hoogte van de straf en de ontnemingsmaatregelen voor koperdieven worden duidelijk gecommuniceerd.
- Informatie-uitwisseling over koperdieven binnen Europa wordt belangrijker.
Minder gevaarlijke stoffen door steden
Gevaarlijke stoffen als lpg, chloor, ammoniak en kernafval worden ook over het spoor vervoerd. Een deel van dat vervoer vindt plaats door steden, vooral via de Brabantroute (van Dordrecht, Breda, Tilburg, Eindhoven naar Venlo). Dat levert veiligheidsrisico´s op.
Rijksoverheid en vervoerders hebben daarom afgesproken dat meer gevaarlijke stoffen over de Betuweroute (van Dordrecht via Geldermalsen naar Elst in Gelderland) worden vervoerd. Deze lijn is veiliger, want huizen en kantoren staan verder van het spoor af. Deze maatregel maakt deel uit van het Basisnet waarmee de overheid het vervoer van gevaarlijke stoffen zo veilig mogelijk wil maken.