Bewegen en gezondheid
Bewegen is goed voor de gezondheid: mensen die voldoende sporten en bewegen zijn minder vaak ziek. De Rijksoverheid geeft geld aan projecten die mensen aansporen meer te gaan sporten en bewegen.
Bewegen speerpunt in gezondheidsbeleid
Mensen die voldoende bewegen:
- zijn minder vaak ziek;
- hebben minder last van psychische klachten;
- blijven gemakkelijker op een gezond gewicht;
- hebben minder kans op hart- en vaatziekten, diabetes en verschillende vormen van kanker;
- kunnen op latere leeftijd langer zelfstandig blijven wonen.
Iedere euro die wordt uitgegeven aan programma’s die zijn gericht op een gezondere levensstijl levert tussen de € 1,30 en € 2,30 op. De grootste winst wordt behaald op ziekteverzuim.
Door voldoende te sporten en te bewegen leggen mensen een basis voor een actieve en gezonde levensstijl. Het kabinet legt in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid ‘Gezondheid dichtbij’ daarom het accent op bewegen. Bewegen heeft een positieve invloed op de 5 speerpunten in het gezondheidsbeleid (roken, schadelijk alcoholgebruik, overgewicht, diabetes en depressie).
Beweegnorm voor goede gezondheid
De
Nederlandse Norm
voor Gezond Bewegen geeft aan hoeveel iemand moet bewegen om een goede
gezondheid te behouden.
Volgens de beweegnorm moeten:
- jongeren dagelijks een uur matig intensief bewegen;
- en volwassenen minimaal 5 dagen per week een half uur.
Iemand kan de beweegnorm halen door te sporten maar ook door te klussen, te tuinieren, te wandelen of te fietsen.
In 2003 bewoog 55% van de Nederlandse bevolking voldoende, in 2010 was dat 66%. Bij de jeugd beweegt meer dan de helft van de kinderen tussen de 4 en 18 jaar nog onvoldoende.
Projecten sport en gezondheid
De Rijksoverheid werkt samen met andere organisaties aan projecten die mensen stimuleren te gaan bewegen.
Nationaal Actieplan Sport en Bewegen
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gemeenten, het
Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB) en NOC*NSF (koepel van de
sportbonden) hebben het
Nationaal Actieplan Sport
en Bewegen (NASB) opgezet. Doel van het NASB is gezonde lichaamsbeweging
stimuleren en inactiviteit tegengaan. Rijksoverheid en gemeenten financieren
ieder de helft van het actieplan.
Het NASB bevat de volgende projecten:
- Via de
Impuls NASB krijgen de 100 gemeenten
met de grootste gezondheidsachterstanden subsidie om
succesvolle beweegprogramma’s
voor jeugd, volwassenen, chronisch zieken en 50-plussers op te zetten.
NASB Werk ondersteunt werkgevers bij hun
inspanningen om werknemers in en om het werk in beweging te houden, bijvoorbeeld
door naar het werk te fietsen of een lunchwandeling te houden. Dit gebeurt met
name met advies over succesvolle programma’s voor beweging.
- Binnen
NASB Sport werken NOC*NSF en 11
sportbonden samen aan de ontwikkeling van sportactiviteiten die voor iedereen
toegankelijk zijn. Deze sportactiviteiten kunnen gemeenten en bedrijven weer
helpen mensen aan het bewegen te krijgen. Voorbeelden van succesvolle concepten
zijn
Start to Run en
Fiets Fit.
Project BeweegKuur
Het NISB heeft in samenwerking met patiënten- en specialistenverenigingen en
met subsidie van de Rijksoverheid de
BeweegKuur
ontwikkeld. De BeweegKuur is erop gericht mensen met een verhoogd
gezondheidsrisico (overgewicht, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten)
voldoende te laten bewegen en gezond te laten eten.
Een diëtist, leefstijladviseur, huisarts en eventueel een fysiotherapeut begeleiden de deelnemer van de BeweegKuur naar een gezondere en actieve leefstijl. Zij werken daarbij samen met bijvoorbeeld sportscholen en sportverenigingen. Hiermee wordt de drempel om te gaan bewegen lager.
Beweegvriendelijke omgeving
Mensen bewegen eerder als de omgeving daartoe uitnodigt. In het proefproject ‘Beweegvriendelijke wijken’ van het NSIB spannen 6 gemeenten zich in om hun wijken beweegvriendelijker te maken. Dit betekent dat de wijk uitnodigt tot bewegen (bijvoorbeeld door de aanwezigheid van een park met een trimbaan) én dat er voldoende beweegactiviteiten zijn voor wijkbewoners. De proef wordt gesubsidieerd door het ministerie van VWS.