Sport en bewegen in de buurt

De Rijksoverheid wil mensen aansporen om meer te gaan bewegen door zoveel mogelijk laagdrempelige sportvoorzieningen in de buurt aan te bieden. Samen met gemeenten en sportbonden ontwikkelt de Rijksoverheid projecten die dit mogelijk maken.

Meer dan 10 miljoen Nederlanders doen aan tenminste 1 sport. Dat is veel, maar sommige groepen blijven achter in hun deelname aan sport en beweging. Dit zijn met name:

  • allochtonen;
  • mensen met lagere opleidingen en/of lagere inkomens; 
  • mensen met lichamelijke en/of verstandelijke beperkingen;
  • ouderen.

De jeugd sport veel, maar minder dan wenselijk. Meer dan de helft voldoet niet aan de beweegnorm voor kinderen.

1 programma voor sport en bewegen in de buurt

Er komt vanaf 2012 1 programma voor Sport en Bewegen in de Buurt, waarin kennis uit externe link: succesvolle sportprogramma’s wordt gebundeld. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft de hoofdlijnen van dit programma samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en sportkoepel NOC*NSF uitgewerkt.

Sportcoaches in de buurt

Via het programma Sport en Bewegen in de Buurt krijgen gemeenten vanaf 2012 geld voor in totaal 2.900 sportbuurtcoaches (inclusief de de reeds gerealiseerde combinatiefuncties). De sportbuurtcoaches kunnen verbindingen met verschillende partijen leggen. Bijvoorbeeld tussen sport en school, maar ook met gezondheidszorg, kinderopvang, welzijn en bedrijfsleven. Het kabinet trekt hiervoor in 2012 bijna € 50 miljoen uit, vanaf 2013 bijna € 60 miljoen per jaar.

Daarnaast kunnen lokale sportaanbieders via een Sportimpuls ondersteuning krijgen om een buurtgericht sportaanbod te realiseren. Voor de Sportimpuls is € 10 miljoen per jaar gereserveerd. NOC*NSF werkt aan de verdere inrichting van de impuls.

Het programma Sport en Bewegen in de Buurt gaat van start zodra de betrokken partijen de bestuurlijke afspraken hierover hebben ondertekend. Dit gebeurt naar verwachting begin 2012.

Belemmeringen sport en bewegen in de buurt wegnemen

De Rijksoverheid heeft een taskforce belemmerende wet- en regelgeving ingesteld. Deze onderzoekt hoe hindernissen voor bewegen in de buurt kunnen worden weggenomen. Bijvoorbeeld over aansprakelijkheid bij ongelukken met kinderen of onduidelijkheid over de btw-afdracht. De taskforce werkt samen met NOC*NSF, de VNG en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven VNO-NCW en MKB Nederland.

Sport en school

Lichamelijke opvoeding is een van de kerndoelen in het onderwijs. Gemiddeld wordt in het basisonderwijs anderhalf uur gymles gegeven en in het voortgezet onderwijs 2 uur. Om de beweegnorm te halen, moeten kinderen meer bewegen dan alleen tijdens de les lichamelijke opvoeding.

Sporten is niet alleen belangrijk voor de gezondheid van kinderen. Het heeft ook een positieve invloed op hun:

  • leerprestaties;
  • weerbaarheid;
  • psychosociale en motorische ontwikkeling.

Als kinderen al op jonge leeftijd sporten, is de kans groot dat zij op latere leeftijd blijven bewegen.

Verbinding tussen school en sport

In 2008 zijn de ministeries van VWS en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) samen met gemeenten gestart met de externe link: Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur. Via deze structurele uitkering krijgen gemeenten geld om combinatiefunctionarissen in te zetten. Dit zijn professionals die deels werkzaam zijn bij een sportvereniging en deels in het onderwijs of de cultuursector. Zij leggen externe link: verbindingen tussen sportverenigingen en scholen. Bijvoorbeeld door op school lessen van sportverenigingen te organiseren.

Rijksoverheid en gemeenten financieren samen de Impuls Brede Scholen, Sport en Cultuur. Er zijn inmiddels meer dan 1.000 combinatiefunctionarissen aangesteld.

De belangrijkste landelijke partners in sport, onderwijs, naschoolse opvang en welzijn zijn verenigd in het externe link: Platform Sport, Bewegen en Onderwijs. Het Platform zorgt voor meer samenhang in het aanbod van sport en bewegen in en om de school.

Gehandicaptensport

Mensen met een beperking nemen te weinig deel aan sport, terwijl dit juist goed is voor hun gezondheid en participatie in de samenleving. De Rijksoverheid geeft subsidie aan projecten van externe link: Gehandicaptensport Nederland en NOC*NSF om hier verandering in te brengen.

Programma gehandicaptensport in het speciaal onderwijs

Gehandicaptensport Nederland en NOC*NSF hebben in opdracht van het ministerie van VWS een sportprogramma ontwikkeld voor kinderen in het speciaal onderwijs. Binnen dit programma, externe link: Special Heroes, ervaren leerlingen hoe leuk sport kan zijn. De scholen hebben samen met sportverenigingen een programma ontwikkeld waarin verschillende vormen van beweging, sport en dans aan bod komen. Binnen het project is er aandacht voor bewegen op school, bewegen na school en bewegen bij sportverenigingen zelf. Het doel is dat in 2012 alle leerlingen op scholen voor speciaal onderwijs kunnen sporten.

Programma gehandicaptensport in zorginstellingen

Gehandicaptensport Nederland voert in opdracht van het ministerie van VWS externe link: Zo kan het ook! uit. Dit programma voor verstandelijk gehandicapten stimuleert sport en bewegen binnen de dagopvang en in woonvoorzieningen.

Zo kan het ook! moet ervoor zorgen dat meer mensen met een verstandelijke handicap gaan sporten. Doel is dat in 2012 alle zorginstellingen voor verstandelijk gehandicapten beleid hebben voor een actieve en gezonde leefstijl van hun cliënten. Op regionaal niveau moet er voor mensen met een verstandelijke beperking uit 25 tot 30 woonvoorzieningen structureel gelegenheid zijn om te bewegen. Het externe link: Mulier instituut voor sociaal-wetenschappelijk sportonderzoek onderzoekt de effectiviteit van het programma.

Sportloketten bij revalidatiecentra

Sport en bewegen hebben een positieve invloed op de revalidatie van patiënten. Door sport kunnen patiënten sneller herstellen, hun conditie op peil brengen en weer deelnemen aan de samenleving. Mensen die revalideren of klaar zijn met hun revalidatie sporten echter niet of nauwelijks in georganiseerd verband. Daarom zet het kabinet vanaf 2012 sportloketten op bij revalidatiecentra.

De sportloketten moeten sport en bewegen een vast onderdeel van de revalidatie maken. Sportconsulenten kunnen mensen die revalideren of daar al mee klaar zijn doorverwijzen naar een sportvereniging. Met een speciaal ontwikkelde fysieke test kunnen ze bepalen welke sport bij de cliënt past. De consulenten kijken ook of de (ex-)revaliderende kan doorstromen naar een talentenprogramma voor gehandicaptensporters. Zo leveren de sportloketten een bijdrage aan het scouten van gehandicapte talenten. Het kabinet trekt tussen 2012 en 2014 in totaal € 2 miljoen uit voor de sportloketten.