Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling
Door de Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling komen veroordeelden met een tijdelijke gevangenisstraf van minimaal 1 jaar alleen nog onder voorwaarden in aanmerking voor vrijlating. De wet is op 1 juli 2008 ingevoerd en kent een overgangsfase van 5 jaar.
Algemene en bijzondere voorwaarden
Veroordeelden krijgen bij voorwaardelijke invrijheidsstelling een aantal voorwaarden en een proeftijd opgelegd. Zo mogen veroordeelden tijdens hun proeftijd niet opnieuw een strafbaar pleit plegen. Doen zij dat wel, dan kan de vervroegde vrijlating worden teruggedraaid. Naast de algemene voorwaarde zijn er bijzondere voorwaarden. Deze worden afgestemd op de persoon, het gepleegde strafbare feit en de kans dat de veroordeelde opnieuw de fout in gaat (recidivekans). De volgende bijzondere voorwaarden zijn mogelijk:
- Vrijheidsbeperkende voorwaarden, zoals een contactverbod, locatieverbod, drugs- of alcoholverbod of een meldingsplicht.
- Gedragsbeïnvloedende voorwaarden, zoals deelname aan een training.
- Voorwaarden gericht op zorg, zoals een behandeling bij een instelling van geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg.
De proeftijd gaat in op de dag van de vrijlating. De duur van de proeftijd varieert:
- Proeftijd algemene voorwaarde
De proeftijd voor de algemene voorwaarde duurt net zolang als het restant van de straf. Behalve als het restant minder is dan 1 jaar, dan geldt het minimum van 1 jaar. - Proeftijd bijzondere voorwaarden
Het
Openbaar Ministerie (OM) bepaalt de proeftijd
voor de bijzondere voorwaarden. Deze duurt nooit langer dan het restant van de
straf.
Voorbeeld proeftijd
Een veroordeelde voor wie op het moment van vervroegde vrijlating nog 9 maanden resteren, mag 1 jaar lang niet opnieuw een strafbaar pleit plegen (algemene voorwaarde) en moet zich 9 maanden houden aan de bijzondere voorwaarden.
Controle naleving voorwaarden
De
Reclassering controleert of de veroordeelden
zich aan de voorwaarden houden en begeleidt en motiveert hen om zich aan de
voorwaarden te houden. Eventueel schakelt de reclassering een wijkagent in voor
de controle.
Voorwaardelijke invrijheidsstelling intrekken
Als een veroordeelde binnen de proeftijd de voorwaarden schendt, kan het OM de rechter vragen om de voorwaardelijke invrijheidsstelling terug te draaien. In dat geval moeten ze alsnog de rest of een deel van hun straf in de gevangenis uitzitten. Of dit gebeurt, is afhankelijk van de voorwaarden die ze hebben geschonden en de mate waarin. Het OM kan ook een waarschuwing geven.
Uitstel/afstel voorwaardelijke invrijheidsstelling
Er is een aantal situaties waarbij het OM de rechter kan verzoeken om uitstel of afstel van voorwaardelijke invrijheidsstelling. Bijvoorbeeld als:
- veroordeelden zich tijdens hun straf (herhaaldelijk) ernstig hebben misdragen, geprobeerd hebben te ontsnappen of zijn ontsnapt;
- veroordeelden niet bereid zijn de gestelde voorwaarden na te leven;
- de kans op herhaling (recidivekans) groot is en de veroordeelden niet mee willen werken aan programma’s om dit risico te verminderen.
Overgangsfase Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling
De Wet voorwaardelijke invrijheidsstelling is op 1 juli 2008 in werking getreden en heeft een overgangsregeling van 5 jaar. Voor degenen die zijn veroordeeld vóór 1 juli 2008 geldt nog tot 1 juli 2013 de oude regeling. Dit betekent dat zij na het uitzitten van tweederde van hun straf in aanmerking komen voor vervroegde vrijlating: er zijn geen voorwaarden aan verbonden.
Na 1 juli 2013 geldt altijd de nieuwe regeling. Voor veroordeelden die wel vóór 1 juli 2008 zijn veroordeeld maar die op dat moment nog niet tweederde van hun gevangenisstraf hebben uitgezeten, geldt de nieuwe regeling.