Vraag en antwoord

Wanneer mag een rechter een taakstraf opleggen?

Vanaf januari 2012 mag een taakstraf alleen nog maar opgelegd worden bij naar verhouding lichte strafbare feiten. Bij ernstige zeden-en geweldsmisdrijven is geen taakstraf meer mogelijk. Ook als een veroordeelde binnen 5 jaar na een taakstraf weer een (soortgelijk) misdrijf pleegt, kan hij niet opnieuw een taakstraf krijgen. Tenzij deze taakstraf wordt gecombineerd met een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf (bijvoorbeeld hechtenis) of een vrijheidsbenemende maatregel (bijvoorbeeld voorlopige hechtenis).

Opleggen taakstraf door rechter

De rechter mag een taakstraf opleggen, ook als iemand daar niet om vraagt. Hij bepaalt de soort taakstraf en het aantal uren. In de praktijk houdt hij vaak rekening met de persoon en het beoogde succes van de taakstraf. Als iemand tijdens de rechtszitting aangeeft niet gemotiveerd te zijn, legt de rechter diegene waarschijnlijk geen taakstraf op. De rechter is niet verplicht precies te bepalen wat voor werkzaamheden de verdachte gaat doen. Hij mag wel aanwijzingen over de inhoud van de straf geven.

Niet goed uitvoeren taakstraf

Naast de taakstraf legt de rechter ook een vervangende vrijheidsbenemende straf (hechtenis) op. Als veroordeelden hun taakstraf niet goed uitvoeren, moeten zij alsnog de vervangende straf uitzitten. De rechter geeft bij het vonnis taakstraf al aan hoe lang die vervangende vrijheidsstraf duurt. In de wet is daarvoor een rekenregel opgenomen. Zo staat een werkstraf van 240 uur ongeveer gelijk aan 120 dagen vrijheidsstraf. De officier van justitie bepaalt of de taakstraf goed is uitgevoerd of dat de vervangende straf opgelegd moet worden. Veroordeelden kunnen bij de rechter bezwaar maken tegen deze beslissing.

Opleggen taakstraf door Openbaar Ministerie

In sommige gevallen (veel voorkomende lichtere strafbare feiten) kan het Openbaar Ministerie (OM) de strafzaak zelf af doen door een werkstraf voor te stellen. Dit kan zowel bij meerderjarige als minderjarige verdachten. Het OM kan dus besluiten de zaak niet direct aan de strafrechter voor te leggen, maar een voorstel te doen waarmee de strafzaak kan worden afgedaan. Dit voorstel doet het OM tijdens de zitting.