Doelstelling Structuurfondsen

De subsidies van de Europese Unie (EU) zijn bedoeld om de economie van een land te verbeteren en de economische, sociale en territoriale samenhang binnen de EU te vergroten. Er zijn 2 structuurfondsen die voor Nederland van belang zijn: het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO).

De 3 Europese structuurfondsen zijn:

Het structuurfondsenbeleid heeft 3 specifieke doelen:

  1. Convergentie: meer banen en economische groei in de armste landen en regio's. Nederland hoort niet bij de groep landen die hiervoor in aanmerking komt. Het geld voor projecten komt uit het Cohesiefonds, het EFRO en het ESF;
  2. Regionaal concurrentievermogen en werkgelegenheid: meer banen en economische groei in alle regio's die niet tot de armste van Europa horen. Het geld voor deze projecten komt uit het EFRO en het ESF;
  3. Samenwerking over de grens: een betere samenwerking tussen alle landen en regio's in de EU. Het geld voor deze projecten komt uit het EFRO.

Beschikbare bedragen voor Nederland en de EU

Nederland krijgt in de periode 2007-2013 € 1,9 miljard voor projecten die aan de laatste 2 doelen voldoen. De overheid en bedrijven vullen dit bedrag aan tot bijna € 4 miljard.

In totaal is er voor de hele EU in de periode 2007-2013 een bedrag van € 347 miljard beschikbaar via de 3 fondsen. Elk land dat geld ontvangt uit deze fondsen, moet ook zelf een bijdrage leveren. Deze eigen bijdrage moet in totaal minimaal even hoog zijn als de Europese bijdrage. Ook moeten bedrijven en instellingen die subsidie aanvragen zelf een deel van hun projectkosten betalen.

Europa 2020

Het structuurfondsenbeleid moet ook bijdragen aan de Europa 2020-strategie. Dit is de langetermijnstrategie van de EU voor duurzame economische groei en meer werkgelegenheid.