Duidelijke eisen aan taal en rekenen
Om de prestaties van leerlingen op het gebied van taal en rekenen te verbeteren zijn richtlijnen ontwikkeld. In deze richtlijnen staat omschreven wat leerlingen moeten kunnen en kennen op bepaalde momenten in hun schoolcarrière.
Referentieniveaus voor wat leerlingen moeten kunnen
Deze richtlijnen zijn de zogenaamde referentieniveaus. Een kind moet aan het eind van de basisschool bijvoorbeeld weten wat bij rekenen de noemer en deler van een breuk is. Of: aan het eind van het voortgezet onderwijs kan een leerling een gesproken tekst begrijpelijk samenvatten.
Dit referentieniveau vormt sinds augustus 2010 de basis voor het taal- en rekenonderwijs van basisonderwijs tot mbo. Alleen op scholen met zeer moeilijk lerende of meervoudig gehandicapte leerlingen worden geen referentieniveaus ingevoerd.
Extra begeleiding zwakke leerlingen
Op basis van toetsen en leerlingvolgsystemen kan een leraar zien of een leerling het gewenste niveau haalt. Zwakke leerlingen krijgen extra begeleiding. Goede leerlingen worden gestimuleerd om een hoger niveau te halen. Ook in schooladvies en examens spelen de richtlijnen een rol. De eindtoets die aan het eind van de basisschool wordt afgenomen, wordt aangepast aan het referentieniveau. In het voortgezet onderwijs wordt een rekentoets onderdeel van het examen.
Dit referentieniveau biedt leraren en ouders houvast voor de ontwikkeling van de taal- en rekenvaardigheid van leerlingen.
Documenten en publicaties
Wetsvoorstel centrale eindtoets ingediend bij Tweede Kamer
Alle leerlingen in groep 8 van de basisschool gaan vanaf volgend schooljaar een centrale eindtoets voor taal en rekenen afleggen. ...