Onderzoek naar ontoerekeningsvatbaarheid verdachte
Wie een misdaad pleegt terwijl hij volledig ontoerekeningsvatbaar is, wordt niet gestraft. Aan de dader kan wel terbeschikkingstelling (tbs) worden opgelegd. Wie gedeeltelijk ontoerekeningsvatbaar is, kan bijvoorbeeld een gevangenisstraf krijgen in combinatie met tbs.
Diagnose bij tbs-gestelden
Tbs-gestelden (meestal tbs’er genoemd) zijn altijd (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar. Dat kan bijvoorbeeld komen doordat iemand een persoonlijkheidsstoornis heeft, een psychose, of bijvoorbeeld een verslavingsprobleem en een verstandelijke beperking. Bij tbs’ers gaan deze aandoeningen heel vaak samen. Iemand krijgt overigens pas tbs opgelegd als hij een gevaar is voor de maatschappij. De meeste mensen met een psychische aandoening vormen echter geen gevaar. Zij komen niet met Justitie in aanraking, en kunnen hulp krijgen via de reguliere geestelijke gezondheidszorg.
Eerste onderzoek naar ontoerekeningsvatbaarheid
Als de rechter denkt dat een verdachte (gedeeltelijk) ontoerekeningsvatbaar
is, laat hij hem onderzoeken. De verdachte wordt psychiatrisch onderzocht door
een gespecialiseerde psychiater van het
Nederlands
Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Het NIFP
adviseert de rechter of een uitgebreid onderzoek nodig is. Het NIFP kan dat
onderzoek ambulant doen, maar de verdachte kan ook worden doorverwezen naar het
Pieter Baan Centrum voor een klinische observatie.
Pieter Baan Centrum
Het
Pieter Baan Centrum (PBC) is de
psychiatrische observatiekliniek van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
Het onderzoek bij het PBC duurt maximaal 7 weken. De rechter krijgt op basis van
dit uitgebreide psychiatrisch rapport het advies of de verdachte tbs opgelegd
moet krijgen of niet.
Een verdachte is niet verplicht mee te werken aan een psychiatrisch onderzoek. Maar ook dan kan het advies aan de rechter zijn om tbs op te leggen. De rechter bepaalt uiteindelijk wat er gebeurt.