Maatregelen terrorismebestrijding
Het kabinet heeft verschillende maatregelen getroffen om terrorisme tegen te gaan.
Strategie terrorismebestrijding
Het kabinet heeft de nationale contraterrorismestrategie 2011-2015 opgesteld. Met deze strategie wil de overheid het risico op een terroristische aanslag verminderen en de mogelijke schade na een eventuele aanslag beperken.
De strategie is opgesteld aan de hand van het
onderzoek
naar terrorismebestrijding in de afgelopen 10 jaar. In dit onderzoek is
bijvoorbeeld bekeken of de wetten en maatregelen tegen terrorisme effectief
waren.
Organisatie terrorismebestrijding
In Nederland zijn ongeveer 20 instanties betrokken bij de bestrijding van terrorisme. De coördinatie ligt bij de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV). De NCTV is verantwoordelijk voor de analyse van informatie, beleidsontwikkeling en voert de regie over (nieuwe) beveiligingsmaatregelen om terrorisme te bestrijden.
De minister van Veiligheid en Justitie is de coördinerend minister voor terrorismebestrijding. Hij heeft 'doorzettingsmacht' gekregen. Dit betekent dat hij bij acute terroristische dreiging ook op terreinen van andere ministers maatregelen mag nemen. Mogelijkheden zijn dan ontruimingen, wegen blokkeren, het trein- of vliegverkeer stilleggen of het telecomverkeer in een bepaalde regio staken.
Bijzondere opsporingsbevoegdheden
Politie en justitie hebben
meer mogelijkheden
en bevoegdheden gekregen om concrete en potentiële dreigingen te
onderzoeken. Opsporingsmethoden als afluisteren en observeren zijn sneller in te
zetten.
Verder kan informatie van de inlichtingendiensten, onder bepaalde voorwaarden, worden gebruikt bij de opsporing en vervolging van terroristen.
Terroristische organisaties verboden
De Europese Unie en de Verenigde Naties (VN) hebben lijsten met organisaties
die zijn gelinkt aan terroristische activiteiten. Deze terroristische
organisaties zijn ook in Nederland verboden. Zie:
Kennisbank
terroristische organisaties.
Beveiliging tegen terrorisme
De NCTV coördineert het
stelsel Bewaken en
Beveiligen. Doel van dit stelsel is het voorkomen van aanslagen op bepaalde
personen, objecten (bijvoorbeeld gebouwen) en diensten.
Dat zijn onder meer de leden van het Koninklijk Huis, de minister-president en andere bewindspersonen, Kamerleden, maar ook ambassadeurs, ambassades en bepaalde internationale (militaire) organisaties.
De inlichtingendiensten, veiligheidsdiensten en politiediensten hebben de taak om de dreigingen en veiligheidsrisico’s bij bepaalde personen, objecten en diensten in kaart te brengen en aan te leveren aan de NCTV voor het stelsel Bewaken en Beveiligen.
Het systeem
Alerteringssysteem
Terrorismebestrijding waarschuwt operationele diensten en bedrijfssectoren
als er een verhoogde dreiging is.
De officier van justitie heeft de mogelijkheid om bij specifieke dreigingen een bepaald gebied aan te wijzen als gebied voor preventief fouilleren.
Soft targets
De beveiliging van vitale infrastructuur is in beeld gebracht. Het gaat daarbij
om belangrijke producten of diensten waarvan uitval of verstoring leidt tot
grote problemen. Na de aanslagen in Madrid in maart 2004 heeft het kabinet ook
zogeheten soft targets, plekken waar veel mensen bijeenkomen, in kaart gebracht.