Toerismebeleid

Volgeboekte hotels, drukte op de terrassen, bezette tafels in restaurants en rijen voor de kassa’s van musea, dierentuinen, theater en pretparken. Toerisme en recreatie leveren werk en inkomsten op. In 2010 besteedden toeristen in Nederland zo'n € 27 miljard. In de sector werken circa 400.000 mensen.

Meer toeristen aantrekken

Om meer toeristen te trekken en de mogelijkheden voor recreatie te vergroten, investeert de overheid in de verbetering van de infrastructuur (vliegtuigen, wegen, openbaar vervoer), sport, theater, musea, stadsvernieuwing, landschap, parken en bossen.

Daarnaast subsidieert het kabinet het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen (externe link: NBTC) om Nederland te promoten in binnen- en buitenland (Holland promotie). 

Aansluiten bij de verwachtingen

Bedrijven in de toeristische sector moeten ervoor zorgen dat hun producten en diensten aansluiten bij de verwachtingen van vakantiegangers. Vallen de verwachtingen tegen, dan zal de toerist uitwijken naar een ander land.

Het kabinet stimuleert ondernemers om nieuwe producten en diensten te blijven ontwikkelen. Op die manier blijft Nederland aantrekkelijk voor toeristen en kunnen ondernemers blijven concurreren met het buitenland. 

Subsidie

Om deze innovatie te stimuleren heeft het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie een aantal subsidies. Deze subsidies maken deel uit van het bedrijfslevenbeleid. De belangrijkste zijn:

  • Innovatie Prestatie Contracten (IPC)

    Het externe link: IPC is voor bedrijven die samen willen innoveren. Het kan gaan om vernieuwende diensten, producten en processen of een combinatie daarvan. 
  • Europese structuurfondsen

    De Europese structuurfondsen investeren in regionale ontwikkeling. Nederland ontvangt tussen 2007-2013 1,9 miljard euro uit deze fondsen. Het geld wordt mede gebruikt om het toerisme in de regio’s te bevorderen.

Rol provincies en gemeenten

Provincies en gemeenten hebben vaak een eigen beleid om meer toeristen naar hun regio te trekken. Zo ondersteunen zij de lokale VVV en zorgen zij voor fiets– en wandelpaden, ruiterroutes, sportaccommodaties en een schone binnenstad.

Gemeenten en provincies wijzen in bestemmingsplannen plekken aan voor toerisme en recreatie. Verder beslissen zij over bijvoorbeeld bouw-, milieu-, en horecavergunningen voor (nieuwe) campings, hotels, markten en pretparken.

Toeristenbelasting

Een deel van de uitgaven van de lagere overheden wordt betaald uit toeristenbelasting. Dit is meestal een vast bedrag dat toeristen betalen als ze in een hotel of bed & breakfast verblijven.

Minder vergunningen en regels

Ondernemers in toerisme en recreatie hebben te maken met vele regels en voorschriften. Een camping heeft vergunningen nodig voor bijvoorbeeld terras, café en restaurant, stacaravans, zwembad, speeltoestellen en natuurbescherming. Bovendien krijgen ze bezoek van brandweer, Buma/stemra, gemeente en verschillende inspectiediensten.

Het kabinet verlaagt de komende jaren de regeldruk voor ondernemers: de administratieve lasten dalen tot en met 2012 met 10%. Vanaf 2013 dalen de lasten elk jaar met 5%. Minder regeldruk maakt deel uit van het nieuwe bedrijvenbeleid van het kabinet. Doel is om ondernemers meer ruimte te geven.

Meldpunt regeldruk

Ondernemers en werknemers in toerisme en recreatie kunnen hun bezwaren tegen vergunningen en andere wetten of regels indienen bij het externe link: meldpunt regelgeving van Antwoord voor bedrijven.