Opbouw van de vennootschapsbelasting

Een naamloze vennootschap (nv) of een besloten vennootschap (bv) betaalt vennootschapsbelasting. Ook stichtingen en verenigingen moeten deze belastingvorm betalen als zij een onderneming drijven. Om het bedrijfsleven te steunen tijdens de economische crisis, heeft het kabinet de vennootschapsbelasting tijdelijk aangepast. Zo is het tarief tijdelijk verlaagd en is de achterwaartse verliesverrekening in 2011 verruimd.

Tarieven vennootschapsbelasting

De hoogte van de vennootschapsbelasting hangt af van het belastbaar bedrag. Dit is de belastbare winst in een jaar, min de aftrekbare verliezen.

  • Bedrijven met een belastbaar bedrag tot € 200.000 betalen een heffing van 20% (MKB-tarief).
  • Voor winsten boven € 200.000 is de heffing in 2011 vastgesteld op 25%.

Het algemene tarief van de vennootschapsbelasting is in 2011 tijdelijk verlaagd van 25,5% naar 25% om bedrijven tijdens de economische crisis te ondersteunen. Het tijdelijke MKB-tarief voor de eerste € 200.000 winst is blijvend verlaagd naar 20%. Het kabinet wil zo deze bedrijven ook op de langere termijn blijven ondersteunen.

Verliesverrekening

Als een onderneming verlies lijdt, is het mogelijk om dit verlies van de belastbare winst af te trekken. Een verlies kan worden afgetrokken van:

  • de winst van het vorige jaar (carry back of achterwaartse verliesverrekening);
  • de winsten van maximaal 9 volgende jaren (carry forward of voorwaartse verliesverrekening).

Tijdelijke verruiming achterwaartse verliesverrekening

De termijn voor verliesverrekening is onder voorwaarden verruimd van 1 naar 3 jaar. Een verlies in 2011 kan dus worden verrekend met de winsten uit 2008, 2009 en 2010. Dit is een tijdelijke maatregel vanwege de economische crisis.

De verrekening heeft een verplichte volgorde: het verlies moet eerst worden verreken met de winst uit 2008 (met een maximum van € 10 miljoen) en daarna met winsten uit 2009 (maximumbedrag €10 miljoen) en 2010 (geen maximumbedrag).

Als een bedrijf kiest voor deze verruiming, wordt de voorwaartse verliesverrekening ingekort tot 6 jaar.

Afschrijvingen op investeringen

Ondernemers kunnen de investeringen die zij moeten doen (bedrijfsmiddelen) afschrijven. Deze afschrijving verlaagt de winst. In principe bepaalt de belastingplichtige zelf welke afschrijvingsmethode hij kiest. Deze methode moet wel overeenkomen met de principes van 'goed koopmansgebruik'.

Meestal hanteren bedrijven de lineaire afschrijvingsmethode. Dit houdt in dat de ondernemer tijdens de hele afschrijvingsperiode jaarlijks een vast afschrijvingspercentage toepast.

Deelnemingsvrijstelling en fiscale eenheid

De deelnemingsvrijstelling en fiscale eenheid zijn belangrijke onderdelen van de vennootschapsbelasting. De deelnemingsvrijstelling voorkomt dat de winst van dochtermaatschappijen opnieuw wordt belast bij de moedermaatschappij, als de dochtermaatschappij de winst als dividend uitkeert aan de moedermaatschappij.

Wanneer een moedermaatschappij een fiscale eenheid aangaat met een of meer van haar dochtermaatschappijen, wordt de vennootschapsbelasting geheven alsof er sprake is van één belastingplichtige.

Snelle afschrijvingen

Om de liquiditeits- en financieringspositie van ondernemers te verbeteren, heeft de overheid voor 2009, 2010 een externe link: willekeurige afschrijving ingevoerd. Deze regeling is doorgetrokken naar 2011. Van de investeringen die in deze jaren worden gedaan, mag 50% al in dat belastingjaar worden afgeschreven; de overige aanschaf- of voortbrengingskosten in de jaren daarna.

De tijdelijke regeling helpt bedrijven om te blijven investeren tijdens de economische crisis. Door snel een groot bedrag af te schrijven, drukt de ondernemer zijn belastbare winst. Het bedrijf betaalt dan minder vennootschapsbelasting. Er zijn een aantal voorwaarden aan de crisisregeling verbonden. Het is bijvoorbeeld niet mogelijk om gebouwen of software willekeurig af te schrijven. 

Documenten en publicaties

Memorie van Toelichting Belastingplan 2011

Kamerstuk | 21-09-2010 | Financiën