Verkeersveiligheid tot 2020
In 2020 wil de overheid het aantal verkeersdoden hebben teruggebracht naar maximaal 500 en het aantal ernstig gewonden naar 10.600. In 2010 vielen 640 verkeersdoden en ongeveer 17.000 gewonden. Vooral onder jongeren, fietsers en automobilisten vielen in 2010 minder dodelijke slachtoffers.
Maatregelen verkeersveiligheid
Begin jaren 70 waren er ieder jaar ruim 3000 verkeersdoden te betreuren. Met 640 verkeersdoden in 2010 is dit aantal flink gedaald, mede dankzij maatregelen als gordelgebruik, rotondes en alcohollimieten. De overheid blijft zich inzetten voor verkeersveiligheid en richt zich specifiek op 2 doelgroepen: veroorzakers van onveiligheid en kwetsbare verkeersdeelnemers.
Veroorzakers van onveiligheid
De overheid richt zich op mensen die door roekeloos rijgedrag een
verkeersongeval veroorzaken. Automobilisten die bij herhaling worden bekeurd
voor te snel rijden, krijgen bijvoorbeeld een snelheidsbegrenzer in de auto.
Mensen die zich agressief in het verkeer gedragen, moeten verplicht een
gedragscursus volgen. Automobilisten die herhaaldelijk met
alcohol achter het stuur kruipen, krijgen een alcoholslot in hun auto.
Begeleid rijden
Jongeren die op of na 1 november 2011 17 jaar worden, kunnen hun rijbewijs halen en tot hun 18e onder begeleiding van een ervaren automobilist autorijden. Begeleid rijden zal naar verwachting 16 verkeersdoden per jaar voorkomen.
Kwetsbare verkeersdeelnemers
Daarnaast is er extra aandacht voor kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers, fietsers, kinderen en ouderen. Zij moeten beter beschermd worden. Zo moeten vrachtwagens verplicht zijn uitgerust met een dodehoekspiegel. Hierdoor kunnen zij bij het rechts afslaan fietsers beter zien. Een andere maatregel is de aanleg van verkeersdrempels in woonwijken, waardoor automobilisten worden gedwongen hun snelheid aan te passen.
Strategisch Plan Verkeersveiligheid
De plannen van de overheid staan beschreven in het Strategisch Plan Verkeersveiligheid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Het Strategisch Plan is een uitwerking van de Nota Mobiliteit. In de Nota Mobiliteit staan de verkeer- en vervoerplannen van de overheid tot en met 2020.
In het Strategisch Plan Verkeersveiligheid worden onder meer de volgende aandachtspunten genoemd:
- Kwetsbare verkeersdeelnemers. Voetgangers, fietsers, kinderen en ouderen lopen bij een ongeval relatief ernstig(er) letsel op.
- Beginnende bestuurders. Mensen die nog maar kort hun rijbewijs hebben, zijn onervaren, leiden aan zelfoverschatting en herkennen minder snel gevaren.
- Bromfietsen en snorfietsen. Het rijgedrag van jongeren op een bromfiets of snorfiets vraagt aandacht, evenals de eigenschappen van de vervoermiddelen (bijvoorbeeld instabiliteit).
- Motoren. Motorrijders zijn niet altijd goed zichtbaar voor andere weggebruikers en rijden soms te snel.
- Vracht- en bestelverkeer. Het aantal verkeersdoden door een ongeval met een vrachtwagen of bestelauto daalt minder fors dan het totaal aantal verkeersdoden. Bovendien neemt het goederenvervoer over de weg toe.
- Bestuurders onder invloed. Bijna de helft van het huidige aantal verkeersongevallen wordt veroorzaakt door verkeersdeelnemers die onder invloed rijden van alcohol, drugs of medicijnen.
- Snelheidsovertreders. Als verkeersdeelnemers zich houden aan de snelheidslimiet, dan betekent dat jaarlijks 25% tot 30% minder slachtoffers.
- Buitenlandse bestuurders. Het aantal buitenlandse chauffeurs op de Nederlandse wegen neemt toe. De Nederlandse eisen aan opleiding, examinering en voertuigcontroles gelden echter niet voor buitenlandse bestuurders.
- 50- en 80-kilometerwegen. Ongeveer tweederde van alle verkeersdoden valt op 50- en 80-kilometerwegen. De inrichting van deze wegen vraagt aandacht.
Actieprogramma Verkeersveiligheid
Het Actieprogramma Verkeersveiligheid geeft een overzicht van maatregelen die de overheid neemt om het verkeer veiliger te maken. Het Actieprogramma wordt samen met de provincies, waterschappen, stadsregio's en gemeenten opgesteld en is een uitwerking van de plannen uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid.
In het actieprogramma staat aangegeven wie welke activiteit oppakt en wanneer. Na 2 jaar wordt bekeken welke activiteiten of doelgroepen extra inzet of aandacht nodig hebben.
Een aantal maatregelen uit het Actieprogramma 2009-2010 zijn:
- Invoering puntensysteem rijbewijs. Onderzocht wordt met welke andere verkeersovertredingen het puntensysteem kan worden uitgebreid. Nu krijgt een weggebruiker alleen strafpunten voor rijden met te veel alcohol op.
- Voorlichting over bijvoorbeeld fietsverlichting, de dode hoek en medicijnen in het verkeer.
- Invoeren van begeleid rijden vanaf 17 jaar.
- Invoeren van het alcoholslotprogramma.
- Verkeershandhaving. De politie blijft controleren op snelheid, alcohol in het verkeer, door rood licht rijden, geen gordel dragen en geen helm dragen.
- Uitvoeren van kleine aanpassingen aan wegen. Voorbeelden zijn de aanleg van rotondes op onveilige kruispunten, inrichten van 30-kilometerzones en het deels verharden van bermen.
- Uitbreiden van EuroNCAP-eisen. Bij de botsproeven voor nieuwe auto's wordt nu ook getest in hoeverre bestuurders worden beschermd tegen whiplash.
Kerncijfers Verkeersveiligheid
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu verzamelt jaarlijks alle cijfers over de verkeersveiligheid in Nederland. Deze cijfers hebben betrekking op het aantal verkeersdoden en ziekenhuisgewonden. Ook geven ze inzicht in de aard van de ongevallen en onder welke groepen verkeersdeelnemers de meeste slachtoffers vallen. De cijfers staan in het document Kerncijfers Verkeersveiligheid. Ze helpen de overheid om te bepalen welke groepen verkeersdeelnemers aandacht nodig hebben en welke maatregelen nodig zijn.
Samenwerking verkeersveiligheid
Om het verkeersveiligheidsbeleid succesvol uit te kunnen voeren, werkt het ministerie van Infrastructuur en Milieu samen met provincies, stadsregio's, waterschappen en gemeenten. Zij zijn verantwoordelijk voor de verkeersveilige inrichting van de wegen die zij beheren en onderhouden.
Daarnaast werkt het ministerie nauw samen met verschillende partners:
Veilig Verkeer
Nederland (VVN). VVN werkt op lokaal, regionaal en landelijk niveau aan
verkeersveilige buurten en straten en het tegengaan van te snel rijden, rijden
onder invloed van alcohol en agressie in het verkeer. VVN is ook bekend van het
landelijk verkeersexamen voor basisschoolleerlingen. - Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid (ROV). Elke provincie heeft een ROV. De ROV's richten zich vooral op voorlichting en educatie, maar adviseren ook over de inrichting van infrastructuur.
-
SWOV
Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid. De SWOV wil bijdragen aan de
verbetering van de verkeersveiligheid met kennis uit wetenschappelijk onderzoek.
De SWOV is onafhankelijk en stelt kennis beschikbaar aan iedereen die zich
beroepsmatig bezighoudt met verkeer en verkeersveiligheid.
Landelijk Parket Team Verkeer (LPTV). Het LPTV en
de politie controleren of verkeersdeelnemers zich aan de regels houden, sporen
overtreders op en geven hen een boete of brengen hen voor de rechter.
TeamAlert. TeamAlert is een
verkeersveiligheidsorganisatie voor en door jongeren die jongeren op een
eigentijdse maar wel realistische manier aanspreekt op hun verantwoordelijkheid
in het verkeer.