Aanpak laaggeletterdheid volwassenen

In Nederland hebben ongeveer 1,1 miljoen mensen in de leeftijd van 16 tot 65 jaar problemen met lezen en schrijven. Het kabinet wil laaggeletterdheid tegengaan. In het volwassenenonderwijs moet de nadruk daarom meer komen te liggen op taal en rekenen. 

Van de 1,1 miljoen mensen die niet kunnen lezen en schrijven is een groot deel (bijna 70%) autochtoon. De helft van de laaggeletterden heeft een baan, de andere helft is werkeloos of inactief. 

Actieplan laaggeletterdheid

In het Actieplan laaggeletterdheid 2012-2015 staat hoe het kabinet laaggeletterdheid de komende periode wil aanpakken. Het actieplan is een vervolg op het Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010. Het nieuwe actieplan staat niet op zichzelf. Het is onderdeel van een veel groter plan om het taal- en rekenniveau in alle onderwijssectoren te verbeteren. De Tweede Kamer moet het actieplan nog goedkeuren.

 De belangrijkste maatregelen uit het nieuwe Actieplan laaggeletterdheid zijn:

  • In alle onderwijssectoren voortijdig schoolverlaten aanpakken en de taal- en rekenprestaties van leerlingen verbeteren. Hiermee wil het kabinet voorkomen dat jongeren met te weinig lees- en schrijfvaardigheden de arbeidsmarkt betreden.
  • Meer de nadruk leggen op taal- en rekenlessen voor laaggeletterden die in het  volwassenenonderwijs een cursus volgen. Er komt een wetswijziging om dit mogelijk te maken. Het kabinet wil dit op 1 januari 2013 in laten gaan.
  • De overheid gaat standaarden vaststellen om het taal- en rekenniveau in het volwassenenonderwijs te verbeteren (voor alle andere onderwijssectoren gelden al richtlijnen. Deze zijn vastgelegd in de externe link: Wet referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen en het externe link: Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen).  

Zelf taalachterstand wegwerken

Wie moeite heeft met lezen en schrijven, functioneert moeilijk in de samenleving. Het is voor deze mensen bijvoorbeeld lastig om de televisie te volgen en kranten te lezen. Ook lopen volwassenen die problemen hebben met lezen en schrijven meer risico werkloos te raken en/of te blijven. Voor deze volwassenen bestaat nu de opleiding Nederlands als 1e taal (NT1). Het kabinet wil het aanbod van educatieopleidingen wijzigen in de volgende opleidingen:

  • opleidingen Nederlandse taal en rekenen;
  • opleidingen Nederlands als 2e taal (NT2).

Beide opleidingen richten zich op de referentieniveaus 1F (alfabetisering) en 2F (ingangsniveau beroepsonderwijs). Referentieniveaus zijn richtlijnen die zijn opgesteld door de overheid. Ze omschrijven wat leerlingen moeten kennen en kunnen op het gebied van taal en rekenen.

Projecten taal en rekenen
De Rijksoverheid subsidieert ook diverse projecten om de kennis van taal en rekenen te verbeteren. Het externe link: Steunpunt Taal en Rekenen, externe link: Stichting Expertisecentrum ETV.nl en de externe link: Stichting Lezen & Schrijven voeren deze projecten uit.

Voorbeelden zijn:

Proef met taalcoaches voor laaggeletterden

In 2012 starten in 6 verschillende regio’s proefprojecten waarbij speciaal opgeleide taalcoaches trainingen gaan verzorgen voor mensen die problemen hebben met lezen en schrijven. De proefprojecten zijn gebaseerd op positieve ervaringen met initiatieven in Engeland (Skills for Life) en Ierland (Learning for Life). Het kabinet stelt voor deze proefprojecten jaarlijks € 5 miljoen beschikbaar vanuit het educatiebudget. 

Laaggeletterdheid in het bedrijfsleven

Ongeveer de helft van de laaggeletterden (ruim 550.000 mensen) heeft een baan. De andere helft is werkeloos of inactief. Laaggeletterdheid komt voor in alle lagen van de bevolking en in alle branches van het bedrijfsleven.  

Meer mensen aan het werk
Door de vergrijzing neemt het aantal werkenden af. Hierdoor zal de komende jaren de vraag naar arbeidskrachten alleen maar stijgen. Het kabinet vindt het daarom belangrijk dat mensen kunnen lezen en schrijven om een kans te maken op de arbeidsmarkt. Pensioenen kunnen hierdoor betaalbaar worden gehouden. Ook is het belangrijk dat een ieder volwaardig deelneemt aan het maatschappelijk leven.

Convenant laaggeletterdheid
In 2006 hebben werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties samen met de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) een convenant laaggeletterdheid voor de periode van 2007-2015 opgesteld.

De belangrijkste afspraken uit het convenant:

  • De overheid gaat er alles aan doen dat leerlingen die het basisonderwijs verlaten lezen, schrijven en rekenen voldoende beheersen om vervolgonderwijs kunnen volgen.
  • De Stichting van de Arbeid en de overheid zullen gezamenlijk bevorderen dat laaggeletterden worden opgespoord en worden gestimuleerd om een opleiding te volgen.

In het najaar komen deze partijen en de minister van Economie, Landbouw en Innovatie opnieuw bij elkaar om nadere afspraken te maken over hoe laaggeletterdheid op de werkvloer gezamenlijk kan worden aangepakt.

Naast het Convenant Laaggeletterdheid zal OCW ook vanuit het Actieplan 2012-2015 branches en werkgevers ondersteunen om de aanpak van laaggeletterdheid op de werkvloer tegen te gaan.

Financiering terugdringen laaggeletterdheid

Jaarlijks is een educatiebudget van € 116 miljoen beschikbaar voor de bekostiging van de opleidingen volwasseneneducatie (waaronder ook het voortgezet algemeen volwassenen onderwijs). Daarnaast stelt het kabinet vanaf 2012 jaarlijks € 4 miljoen beschikbaar voor de uitvoering van de maatregelen uit het actieplan laaggeletterdheid.

Diverse partijen zijn betrokken bij de uitvoering van de activiteiten om laaggeletterdheid tegen te gaan. Van provincies, gemeenten, scholen, bibliotheken tot bedrijven, maatschappelijke instanties en belangenorganisaties.