Vraag en antwoord

Wat doet de overheid om vrouwenemancipatie te bevorderen?

De overheid streeft naar gelijke rechten, kansen, vrijheden en verantwoordelijkheden in de maatschappij voor vrouwen en mannen. De overheid wil onder meer de veiligheid van vrouwen en meisjes vergroten en meer vrouwen naar topfuncties laten doorstromen. Met het emancipatiebeleid wil de overheid ook bevorderen dat meer vrouwen gaan werken.

Doelen emancipatiebeleid

Het emancipatiebeleid van de Nederlandse overheid heeft de volgende doelen:

  • Vrouwen gaan meer werken, in alle beroepen, sectoren en op alle niveaus.
  • Nederland groeit van een anderhalf- naar een tweeverdienersamenleving, waarin mannen en vrouwen een gelijke bijdrage leveren aan arbeid en zorg voor kinderen.
  • Meer vrouwen stromen door naar topfuncties bij bedrijven.
  • Meisjes kiezen meer voor technische opleidingen en jongens gaan meer in het onderwijs werken.
  • Meer laaggeletterde en laagopgeleide vrouwen gaan aan het werk.
  • Veiligheid van vrouwen en meisjes vergroten.
  • Maatschappelijke participatie bevorderen van vrouwen in kwetsbare posities.
  • Internationale gelijke rechten en veiligheid van meisjes en vrouwen behouden.

Wetten en regels emancipatiebeleid

Het kabinet neemt allerlei maatregelen om de emancipatie van vrouwen te bevorderen, waaronder:

  • bedrijven stimuleren dat mannen en vrouwen hun werk kunnen combineren met zorgtaken, vrijwilligerswerk, scholing en vrije tijd (flexibel werken);
  • loopbaanoriëntatie en loopbaanbegeleiding (LOB) in het onderwijs aanbieden, zodat jongeren hun opleidingskeuze maken op basis van talent en niet op basis van stereotiepe beelden over welk werk mannen en vrouwen doen;
  • projecten starten die de taalbeheersing van laaggeletterde vrouwen met kinderen verbeteren, waardoor ze meer kans op werk hebben;
  • kwetsbare vrouwen via een coach of een maatje (buddy) stimuleren om deel te nemen aan de samenleving, vrijwilligerswerk te doen of aan het werk te gaan;
  • regels om seksuele intimidatie, agressie en geweld tegen vrouwen tegen te gaan;
  • zorgen dat de Europese Unie zich gemeenschappelijk opstelt voor internationale vrouwenrechten in internationale fora als de Verenigde Naties.

Coördinatie emancipatiebeleid

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) coördineert het emancipatiebeleid voor de Rijksoverheid en onderhoudt contacten het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.

Staatsprijs voor vrouwenemancipatie

De Joke Smit-prijs wordt eens in de 2 jaar uitgereikt aan een persoon of groep die een fundamentele bijdrage heeft geleverd aan een betere positie van vrouwen in de samenleving. De prijs is genoemd naar de overleden feministe Joke Smit (1933-1981) die een vooraanstaande rol heeft vervuld in de vrouwenemancipatiebeweging in Nederland. Aan de Joke Smit-prijs is een bedrag verbonden van €10.000. In 2011 is de Joke Smit-prijs voor emancipatie toegekend aan alle instellingen voor de Vrouwenopvang in Nederland. Minister van Bijsterveldt heeft de regeringsprijs uitgereikt aan Aleid van den Brink, voorzitter van de Verenigingscommissie Vrouwenopvang.

In 2011 zal voor het eerst de aanmoedigingsprijs vrouwenemancipatie worden uitgereikt. Deze prijs wordt toegekend aan een persoon, groep of instelling die zich op inspirerende wijze inzet of recent heeft ingezet voor een betere positie van vrouwen of meisjes in de samenleving. De prijs bestaat uit en geldbedrag van €1.000.

De jury heeft bij het kiezen van een winnaar voor de Aanmoedigingsprijs heel goed gekeken naar het onderscheidende werk van de genomineerden. Hierbij heeft de jury kennis genomen van een aantal zeer mooie initiatieven. Alle genomineerden voor de aanmoedigingsprijs vertonen overeenkomsten in hun streven het isolement en stilzwijgen van slachtoffers te doorbreken dat zich breder in de samenleving manifesteert. Daarom wil de jury dit breder honoreren met een Eervolle vermelding.
De jury de Eervolle vermelding toegekend aan: ‘Alle slachtoffers van mensenhandel en loverboys, die de moed hebben gehad om naar buiten te treden met hun ervaringen’.