Wajong-uitkering
Met een Wajong-uitkering krijgen jonggehandicapten steun bij het vinden van werk of opleiding en een aanvulling op hun inkomen. Volledig arbeidsongeschikte jonggehandicapten krijgen een volledige Wajong-uitkering.
Voorwaarden Wajong-uitkering
Iemand is volgens de Wajong-uitkering jonggehandicapt als hij:
- op zijn 17e verjaardag voor minstens 25% arbeidsongeschikt is;
- jonger dan 30 jaar is en tijdens de studie voor minstens 25% arbeidsongeschikt is geworden, waardoor (volledig) werken na de studie onmogelijk is. Voorwaarde is dat in het jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid de jonggehandicapte minstens 6 maanden heeft gestudeerd.
De overige voorwaarden zijn dat de jonggehandicapte:
- waarschijnlijk niet binnen 1 jaar volledig van zijn ziekte of handicap herstelt;
- in Nederland woont;
- door een langdurige ziekte of een handicap meer dan 52 aaneengesloten weken minder dan 75% van het minimum(jeugd)loon kan verdienen.
De Wajong-uitkering gaat op z'n vroegst in vanaf de 18e verjaardag en eindigt wanneer iemand 65 jaar wordt.
Meer informatie leest u in Wanneer kom ik in aanmerking voor een Wajong-uitkering?
Gedeeltelijk arbeidsongeschikte jonggehandicapten
Er zijn 3 regelingen voor jonggehandicapten die gedeeltelijk arbeidsongeschikt zijn. Zij krijgen een aanvulling op het inkomen dat zij verdienen.
Werkregeling jonggehandicapten tot 27 jaar
Als het salaris tot 20% van het minimumloon bedraagt, vult de overheid dit aan tot 75%. Van elke euro die de jonggehandicapte meer verdient, mag hij de helft zelf houden, tot een maximum van 100% van het minimumloon. Hierdoor loont het om extra te werken.
Werkregeling jonggehandicapten vanaf 27 jaar
Jonggehandicapten die verdienen wat ze theoretisch kunnen
(
verdiencapaciteit), krijgen hun salaris
aangevuld tot 100% van het minimumloon. Als ze minder verdienen dan theoretisch
mogelijk is, krijgen ze het inkomen aangevuld tot 75% van het minimumloon.
Werkregeling met begeleiding
Via deze regeling kunnen jonggehandicapten vanaf 27 jaar een aanvulling krijgen tot 120% van het minimumloon. Het gaat hierbij om jonggehandicapten die:
- verdienen wat theoretisch mogelijk is;
- werken met begeleiding van een jobcoach;
- loondispensatie krijgen.
Meer informatie over het
inkomen
tijdens Wajong vindt u bij het UWV.
Volledig en duurzaam arbeidsongeschikte jonggehandicapten
Jongeren die door hun ziekte geen enkel uitzicht hebben op een gewone baan, ook niet met ondersteuning, hebben recht op een volledige Wajong-uitkering. Deze bedraagt 75% van het wettelijk minimumloon.
Jonggehandicapten die studeren
Jonggehandicapten die naar school gaan of studeren krijgen, naast eventuele studiefinanciering, een inkomensondersteuning van 25% van het wettelijk minimumloon. Daarnaast mogen zij maximaal 25% van het minimumloon bijverdienen zonder dat dit gevolgen heeft voor de Wajong-uitkering.
Wet Wajong en de Wet werken naar vermogen
Het kabinet heeft een plan geïntroduceerd voor een nieuwe wet: de Wet werken naar vermogen (WWNV). Deze wet voegt meerdere wettelijke regelingen voor arbeidsongeschikten samen. Het uitgangspunt van de wet is dat zoveel mogelijk mensen via werk in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
De WWNV kan gevolgen hebben voor jonggehandicapten die (gedeeltelijk) kunnen
werken. Dit hangt af van het moment waarop een Wajong-uitkering wordt
aangevraagd: in 2011, in 2012 of na 1 januari 2013. Informatie over de
gevolgen van de WWNV voor de
Wajong-uitkering in deze gevallen, vindt u bij het UWV.
Voor volledig arbeidsongeschikten blijft de Wet Wajong bestaan, ook na invoering van de WWNV.
Wajong voor 1 januari 2010: oude regels gelden
Op 1 januari 2010 is de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) vervangen door de Wet Werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
In de oude Wajong werden jongeren met een beperking al op jonge leeftijd (rond 18 jaar) volledig arbeidsongeschikt verklaard. Zij werden alleen herbeoordeeld als daar aanleiding voor was, bijvoorbeeld wanneer hun gezondheid verbeterde of verslechterde.
In de Wet Wajong ligt het accent op het vinden en behouden van een baan. Elke
Wajong-gerechtigde krijgt een vast contactpersoon bij het UWV. Dit is een
arbeidsdeskundige die, samen met de jonggehandicapte, afspraken en plannen maakt
voor de toekomst en een
participatieplan opstelt. Ook
vinden er tussentijdse evaluaties plaats om te kijken of de jonggehandicapte
meer of minder kan werken.
Jonggehandicapten die
voor 1 januari 2010
een Wajong-uitkering hebben aangevraagd, vallen nog onder de oude regels.
Dit geldt ook wanneer de WWNV in 2013 wordt ingevoerd.