Vraag en antwoord
Hoe wordt de Nederlandse kustlijn onderhouden?
Rijkswaterstaat (RWS) onderhoudt de kustlijn door het zand op de stranden en vlak voor de kust in de Noordzee kunstmatig aan te vullen. Hierdoor blijft de kustlijn in stand en groeien de duinen verder aan.
Zand langs de kustlijn aanvullen
Zand dat op het strand terecht komt, wordt door de wind naar de duinen
geblazen. Hierdoor groeien de duinen verder aan. In het verleden voerden de
rivieren genoeg zand aan richting de kust. Maar door de aanleg van dijken en
dammen in de rivieren is die aanvoer nu te weinig. Bovendien stroomt het zand
dat in de Noordzee voor de kust ligt, weg naar de Waddenzee (zanderosie).
Rijkswaterstaat vult het zand
daarom kunstmatig aan (zandsuplleties). Anders verschuift de kustlijn verder
landinwaarts.
Uitvoering onderhoud
Meestal start de uitvoering van de zandsuppleties in maart of april en eindigt dit in november of december. Strandsuppleties vinden bij voorkeur van april tot oktober plaats. Dit hangt af van de planningen en het weer. De geplande suppleties hebben een tweejarige uitvoeringstermijn. Dat betekent dat de suppleties uit het programma van een bepaald jaar pas het jaar daarna worden uitgevoerd. De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu (IenM) besluit welke kustgebieden in een jaar worden aangepakt.