Kwaliteit zoet en zout water
De kwaliteit van het water in de Nederlandse rivieren en meren en van de zee is wisselend. De samenstelling van het water is over het algemeen goed. Maar het Nederlandse oppervlaktewater is geen ideaal milieu voor waterplanten, vissen en andere dieren.
Criteria: chemie en ecologie
In de Kaderrichtlijn Water (KRW) zijn per watertype (sloten, meren, rivieren, kustwater) normen voor de verschillende stoffen vastgelegd.
De waterkwaliteit wordt op 2 manieren beoordeeld. Eerst wordt gekeken of
water chemisch gezond is. Dat wil zeggen of bepaalde gevaarlijke stoffen erin
voorkomen (zoals lood, cadmium en kwik) en zo ja, in welke concentraties. Dit
heet 'een chemisch goede toestand'. Deze waardering krijgt een water pas als het
voor alle stoffen binnen de door de Europese Unie (EU) vastgestelde normen
blijft. De normen staan in het
Besluit kwaliteitseisen en
monitoring 2009.
Daarna wordt de ecologische kwaliteit van het water bekeken. Hoe zit het met
de aanwezigheid van vis, algen, waterplanten en kleine dieren? Ook de
temperatuur en het voorkomen van voedingsstoffen (nutriƫnten) en een aantal
chemische stoffen vallen hieronder. Blijft de score binnen de door de Europese
Unie (EU) vastgestelde doelen, dan is sprake van een 'ecologisch goede toestand'
van het water. De getalswaarden die bij de EU-doelen horen, staan in de
Regeling monitoring
kaderrichtlijn water.
Chemische toestand rivieren, kanalen, meren en sloten
Van de 4 stroomgebieden scoren de Rijndelta en Schelde de beste resultaten. Ruim 80% van al het oppervlaktewater in deze stroomgebieden ontvangt de score 'goed'. Eems (60%) en Maas (25%) doen het beduidend minder. Stoffen waarvan de norm geregeld wordt overschreden zijn: gewasbeschermingsmiddelen, PAK's, PCB's, koper, zink en ammonium, cadmium en tributyltin. Voornaamste bronnen van deze vervuiling zijn landbouw en industrie.
Een apart probleem vormen medicijnen, zowel voor mensen als dieren. Resten van geneesmiddelen worden uitgescheiden door het lichaam en komen daardoor steeds vaker voor in het Nederlandse oppervlaktewater. Uit dit oppervlaktewater wordt (vooral in het westen van het land) ook drinkwater gewonnen. De aangetroffen hoeveelheden zijn echter laag en het effect op de volksgezondheid is te verwaarlozen.
Ecologische toestand rivieren, kanalen, meren en sloten
In 2009 werd vrijwel nergens de doelstelling gehaald. Ongeveer de helft van alle rivieren, sloten en meren kampt met te hoge stikstof- en fosfaatconcentraties (een gevolg van overbemesting in landbouwgebieden). Het water in het stroomgebied van de Rijn is bovendien op sommige plekken te warm door koelwater afkomstig uit de industrie.
De aanwezigheid van vissen, kleine waterdieren, waterplanten en algen varieert nogal tussen de verschillende watergebieden. Vooral de toestand van kleine waterdieren is vaak matig, in de grote rivieren zelfs slecht. Vissen die willen zwemmen tussen zoet en zout water ondervinden veel hinder van dammen en sluizen. Ook hier geldt: 1 keer de norm overschrijden, betekent dat een water geen aanspraak kan maken op de kwalificatie 'goed'.
Chemische toestand Noordzeekust, Waddenzee en Eems-Dollard
In de zoute en brakke (zoutzoete) gebieden voldoen bijna alle stoffen aan de normen voor chemische verontreiniging. Alleen de stof tributyltin vormt een probleem. Tributylin is een (inmiddels grotendeels verboden) stof die als verf op scheepsrompen wordt aangebracht om de aangroei van algen en zeepokken tegen te gaan.
Ecologische toestand Noordzeekust, Waddenzee en Eems-Dollard
De kwaliteit van de waterplanten in de zoute en brakke gebieden is wel slechter dan in het zoetwater. De stikstofconcentraties liggen in alle 3 gebieden wel boven de norm. Dat komt door uitspoeling van stikstof (mest) vanaf het land. Een teveel aan stikstof leidt van tijd tot tijd tot overmatige algenbloei. Ook de troebelheid van het water overschrijdt regelmatig de norm. Troebel water is vaak een gevolg van uitdieping van de vaargeul.