Tegengaan verdroging van natuur

Om te voorkomen dat waterrijke natuur verdroogt - en daardoor de verscheidenheid aan plant- en diersoorten achteruitgaat - zijn maatregelen nodig in de natuurgebieden zelf en in de omliggende gebieden. 

Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • Zuinig(er) omgaan met verhard oppervlak (asfalt, beton). Dit zorgt ervoor dat (regen)water makkelijker in de bodem kan doordringen en niet direct via het riool wordt afgevoerd.
  • De aanleg van bufferzones rond natte natuurgebieden. Deze zones verminderen de invloed van steden en agrarische bedrijven op de waterstand. De landbouw heeft bijvoorbeeld een negatieve invloed op aangrenzende natuurgebieden. Omdat landbouwgebieden gebaat zijn bij een lagere grondwaterstand dan natuurgebieden, wordt water uit de natuurbodem weggezogen. Met een bufferzone tussen landbouw- en natuurgebied wordt dit probleem tegengegaan.

Focus op beperkt aantal gebieden

Het tegengaan van de verdroging van natuurgebieden is geen gemakkelijke opgave. De maatregelen die nodig zijn, hebben invloed op de waterhuishouding in een groter gebied. Hierdoor kunnen botsingen ontstaan met andere waterbelangen. Om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken, richt de overheid zich op een beperkt aantal gebieden. Deze gebieden waar verdroging te lijf wordt gegaan, staan bekend als TOP-gebieden. Ze zijn aangewezen door de provincies. In Nederland zijn er bijna 300 TOP-gebieden.

Afspraken tussen rijksoverheid en provincies

De rijksoverheid heeft samen met de provincies afspraken gemaakt over de resultaten die in 2013 moeten zijn bereikt. Per TOP-gebied is onder meer vastgelegd voor hoeveel hectare de verdroging moet zijn verminderd en in welke mate. De provincies zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de afspraken, die overigens ook weer samenhangen met Europese richtlijnen.

Verdrogingsbestrijding is van groot belang voor de natuurkwaliteit. Door het terugdringen van verdroging kan Nederland veel van zijn rijke, natuurlijke biodiversiteit behouden of terugkrijgen.