Internationale wetenschap

Het internationaal wetenschapsbeleid van de overheid richt zich op activiteiten in het verlengde en ter versterking van nationale onderzoeksprioriteiten.

Strategische agenda wetenschapsbeleid

Het (internationale) wetenschapsbeleid van de overheid staat in het teken van de uitvoering van de voornemens uit de strategische agenda voor het hoger onderwijs-, onderzoeks- en wetenschapsbeleid ‘Het Hoogste Goed’ (november 2007)  en de internationaliseringsagenda van november 2008 ‘Het Grenzeloze Goed’.
De visie van het kabinet op de toekomstplannen van de Europese Unie rondom wetenschap staat in ‘De Europese Onderzoeksruimte: Nieuwe Perspectieven’ van juni 2007.

Naast individuele initiatieven van wetenschappers vindt internationale samenwerking op het gebied van wetenschap plaats door deelname in Europese (en andere internationale) onderzoeksorganisaties en in bilaterale verbanden.

Europees onderzoek

Het belangrijkste internationale onderzoeksfonds voor Nederlandse onderzoekers is het ‘Europese kaderprogramma voor onderzoek en technologie’. De Nederlandse deelnemers aan dit programma (waarvan voor 60% de universiteiten en verder TNO, andere onderzoeksinstellingen en bedrijven) halen al jaren relatief meer geld uit het Europese Kaderprogramma dan de Nederlandse staat afdraagt aan de EU-begroting.

In 2007 is een nieuw kaderprogramma (KP7) van de Europese Unie gestart. Dit programma biedt financiële en organisatorische ondersteuning voor internationale samenwerking bij onderzoek en technologische ontwikkeling. KP7 loopt tot en met 2013 en kent een totaalbudget van ongeveer € 50 miljard.

De Nederlandse overheid financiert het werk van externe link: SenterNovem/EG-Liaison om Nederlandse onderzoekers te ondersteunen bij het indienen van onderzoeksvoorstellen in het Europese Kaderprogramma. Deze investering in EG-Liaison, jaarlijks ca € 3,5 miljoen, levert ongeveer € 2,6 miljard aan inkomsten op voor Nederlands onderzoek over de hele periode van het Zevende Kaderprogramma.

Toekomst Europees onderzoek

Europa is van groot belang in de Nederlandse wetenschappelijke samenwerkingsrelaties. De EU-Kaderprogramma’s zorgen voor aanvullende fondsen en verzekeren Nederland van deelname aan hoogwaardige Europese kennisontwikkeling. Nu de EU is uitgebreid tot 27 lidstaten, wordt verdergaande integratie en structurering van het Europese onderzoek extra noodzakelijk. Hoe dat zou moeten, staat verwoord in de kabinetsvisie De Europese Onderzoeksruimte: Nieuwe Perspectieven (juni 2007).

Onderzoeksfaciliteiten

Ook in Europees verband wordt gesproken over de creatie van Europese onderzoeksinfrastructuren. Dit gebeurt door het externe link: European Strategy Forum on Research Infrastructures (ESFRI). Nederland steunt dit Europese initiatief en onderzoekt wat binnen dit forum voor Nederland van belang is. Hiervoor is door de Commissie Van Velsen een ‘nationale roadmap’ opgesteld. In deze publicatie staan zowel nationale als internationale prioriteiten. Meer hierover is te lezen onder het kopje ‘Steun grootschalige onderzoeksinstellingen’ in dit dossier.

Bilaterale wetenschappelijke samenwerking

De overheid kan  bilaterale samenwerking onder meer ondersteunen wanneer dit toegevoegde waarde heeft voor de samenwerking met onderzoekers of organisaties  van andere landen. In zo’n geval kan de overheid met het afsluiten van een overeenkomst, zoals een ‘Memorandum of Understanding’ (MoU), de samenwerking een extra impuls geven. Nederland heeft wetenschappelijke samenwerkingsverbanden met China, Vlaanderen, Noordrijn-Westfalen en Indonesië.

China

OCW heeft vier Memoranda of Understanding afgesloten met China. In de memoranda zijn afspraken gemaakt voor een aantal gezamenlijke onderzoekprogramma’s, waaronder het China Exchange Programme (uitwisseling van onderzoekers en uitvoering van gezamenlijke onderzoekprojecten), het Programme Strategic Scientific Alliances (een programma met een looptijd van 15 jaar op de gebieden materiaalonderzoek, biotechnologie/geneesmiddelenonderzoek en milieuonderzoek) en het Joint Scientific Thematic Research Programme (een programma op thematische basis voor onderzoekprojecten en seminars).
De programma’s worden uitgevoerd door de externe link: KNAW en externe link: NWO.

Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen

De Nederlandse en de Vlaamse overheid hebben voor de verdere versterking van de strategische samenwerking op het vlak van economie, wetenschap en innovatie op 17 April 2008 een intentieverklaring getekend. Tegelijkertijd werd er ook een intentieverklaring voor samenwerking getekend tussen de Nederlandse overheid en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen.

Indonesië

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) sinds 1995 belast met de uitvoering van programma’s van wetenschappelijke samenwerking met Indonesië.
In 2005 is een begin gemaakt met een nieuwe fase in de door de KNAW uitgevoerde wetenschappelijke samenwerking met Indonesië, die tot en met 2011 zal duren. Het doel van externe link: Scientific Programme Indonesia - Netherlands 2005-2011 (Spin-2) is duurzame wetenschappelijke samenwerking tussen Nederlandse en Indonesische onderzoeksinstellingen te bevorderen.

Mobiliteit onderzoekers

Nederland kent de nodige beurzen en subsidies om de internationale samenwerking van wetenschappers te bevorderen. Zo zijn er de mobiliteitsbeurzen (bijvoorbeeld externe link: Rubicon, waarmee gepromoveerde wetenschappers de mogelijkheid krijgen ervaring op te doen aan een buitenlands topinstituut). Ook is de Vernieuwingsimpuls voor buitenlands talent opengesteld. En nemen Nederlandse onderzoekers actief deel aan Europese uitwisselingprogramma’s, zoals externe link: Marie Curie Actions en externe link: ERC-beurzen.
De website van externe link: Euraxess heeft een breed aanbod aan informatie voor buitenlandse onderzoekers die naar Nederland willen komen.