Nationale onderzoeksprioriteiten

Keuzes voor onderzoeksprioriteiten - welk onderzoek naar welk thema en op welke manier - laat de overheid zo veel mogelijk aan de wetenschappers over, behalve bij onderwerpen die van maatschappelijk belang zijn (supersnelle computers om klimaatverandering te berekenen bijvoorbeeld) of van economisch belang (zoals nanocoatings om graffiti tegen te gaan). Zo heeft de overheid de onderzoeksgebieden genomics, ICT en nanotechnologie aangewezen als nationale onderzoeksprioriteiten waarvoor extra geld wordt uitgetrokken. 

Wetenschappelijke topprojecten

In 2009 besloot het kabinet tot financiering van 4 wetenschappelijke topprojecten op het gebied van hersenonderzoek, biodiversiteit, kernfusie en supersnelle netwerkverbindingen. Het zijn initiatieven die laten zien dat Nederland volop meedraait in de internationale wetenschappelijke top. Met deze investering geeft de rijksoverheid een belangrijke impuls aan vernieuwend wetenschappelijk onderzoek.

Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC)

Het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC), dat november 2009 van start ging, bundelt de krachten op het gebied van het fundamenteel en toegepast neurowetenschappelijk onderzoek en cognitieonderzoek. De onderzoeken binnen het NIHC willen antwoord geven op prangende vragen op gebied van gezondheid, veiligheid, onderwijs en wetenschap. Het gaat bijvoorbeeld om onderzoek naar het verbeteren van de leermotivatie, het voorkomen van antisociaal gedrag en herstel na hersenletsel.

De rijksoverheid heeft 20 miljoen euro vrijgemaakt voor het onderzoeksprogramma binnen het NIHC waarin wetenschappelijke en maatschappelijke partners zijn samengebracht. Dit netwerk stimuleert nieuwe vormen van samenwerking en zorgt voor praktische toepassing van onderzoeksresultaten. In totaal is voor het NIHC ongeveer 65 miljoen euro beschikbaar voor een periode van 5 jaar. NWO coördineert het NIHC.

De externe link: website van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie biedt achtergronden over de verschillende onderzoeken. Ook kan er subsidie worden aangevraagd.

Nationaal Centrum Biodiversiteit (NCB)

Een bedrag van € 30 miljoen trekt de rijksoverheid uit voor een initiatief van de universiteiten van Amsterdam (UvA), Leiden en Wageningen. Samen met natuurmuseum Naturalis vormen zij in 2010 externe link: één centrum voor biodiversiteit. Met het overheidsgeld wordt een omvangrijke, gezamenlijke collectie gevormd van 37 miljoen planten, gesteenten, opgezette dieren en fossielen. Daarmee komt het Nationaal Centrum Biodiversiteit (NCB) wereldwijd in de top-5 van soortgelijke centra. Daarnaast gaan de deelnemers structureel samenwerken op het gebied van onderzoek en onderwijs. In het centrum komen ook laboratoriumfaciliteiten voor onder meer geologisch en dna-onderzoek.

Kernfusieprogramma ITER-NL2

Eind 2009 besloot de rijksoverheid € 8 miljoen te steken in het kernfusieprogramma externe link: ITER-NL2. ITER (International Thermonuclear Experimental Reactor) is een internationaal samenwerkingsproject dat de wetenschappelijke en technische haalbaarheid van kernfusie als energiebron wil aantonen. Kernfusie wordt gezien als de ideale energiebron voor de toekomst. Het proces is veilig, de grondstoffen (deuterium en lithium) zijn in overvloed aanwezig en er blijft geen hoog radioactief afval over. Ook komen er geen broeikasgassen vrij, alleen het onschadelijke helium.

Via ITER-NL2 kunnen Nederlandse wetenschappers en bedrijven samen een bijdrage leveren aan de ontwikkeling en bouw van de demonstratie-kernfusiereactor in Cadarache (Frankrijk). Hiermee wordt belangrijke wetenschappelijke kennis opgedaan en verwerven deelnemende bedrijven ook mogelijke vervolgopdrachten op het gebied van de high-tech materialen die ze ontwikkelen.

SURFnet

Tussen 2009-2012 investeert de rijksoverheid € 32 miljoen in het moderniseren van externe link: SURFnet, het meest geavanceerde datacommunicatienetwerk voor hoger onderwijs en onderzoek ter wereld. Nederland behoudt daarmee zijn wereldtoppositie op dit terrein.

De beschikbaarheid van snelle, directe verbindingen met hoge bandbreedte is essentieel voor modern wetenschappelijk onderzoek. Zo gebruikt DigiBOB, het Digitaal BevolkingsOnderzoek Borstkanker, de snelle glasvezelverbinding van SURFnet bijvoorbeeld voor het beoordelen van röntgenbeelden op afstand. Ook kunnen astronomen beelden van radiotelescopen nu live bekijken en analyseren. Voorheen moesten deze beelden nog per post worden opgestuurd naar onderzoekers over de hele wereld.

ICT-onderzoek

De overheid vindt informatie- en communicatietechnologie (ICT) van groot belang. Het gaat om een breed terrein van onderzoek met onder meer disciplines als informatica, kunstmatige intelligentie, logica, cognitiewetenschappen, taal- en spraaktechnologie en micro-elektronica.

In Europa probeert men een netwerk van supercomputers (‘supernodes’) te realiseren om de ICT-infrastructuur op het niveau van Japan en de VS te tillen. De Nederlandse overheid streeft ernaar één van de vijf nieuw te bouwen Europese supercomputers naar Nederland te halen. Dat staat in de kabinetsvisie 'Supercomputers en supernode in Nederland' van december 2009.

De komst van een nieuwe supercomputer versterkt de positie van Nederland als kenniseconomie en biedt grote kansen voor zowel wetenschap als bedrijfsleven. Het trekt onderzoekers aan, biedt concurrentievoordelen en garandeert toegang tot de computer. Het is de bedoeling dat de supercomputer en supernode in 2015 af zijn. De kosten bedragen € 25 miljoen per jaar en moeten worden opgebracht door wetenschappelijke instellingen, het bedrijfsleven en overheden.

Genomics

Genomics is geen onderzoeksgebied op zich, eerder een gereedschapskist vol hoogwaardige technologieën die nieuwe biologische experimenten mogelijk maken. Gebruik van genomics geeft meer inzicht in de relatie tussen genetische informatie over erfelijkheid bijvoorbeeld, biologische processen in levende organismen en omgevingsfactoren.

Genomics is essentieel voor de zogeheten ‘life sciences’, één van de meest innovatieve gebieden in de hedendaagse wetenschap en industrie en een belangrijke pijler onder de Nederlandse kenniseconomie. Nieuwe inzichten in de genetische en moleculaire grondslagen van het leven kunnen van onschatbare waarde zijn voor onze gezondheid, ons leefmilieu en onze economie. Denk bijvoorbeeld aan gezondere, veiligere en beter houdbare voeding; duurzame productiemethoden; verbeteringen in forensisch onderzoek, en betere bestrijding van ziekten.

Om genomics-onderzoek te stimuleren heeft de rijksoverheid in 2001 het externe link: Netherlands Genomics Initiative in het leven geroepen. Daarvoor is in de periode 2002-2012 ongeveer € 575 miljoen beschikbaar. Met dat geld zijn 16 grote samenwerkingverbanden van universiteiten en bedrijven opgezet. Deze onderzoekscentra verrichten onderzoek naar bijvoorbeeld gezondere voeding, en nieuwe medicijnen.

Nanotechnologie

De Nederlandse overheid ziet grote economische en maatschappelijke voordelen in het stimuleren van onderzoek naar nanotechnologie. Met deze techniek kunnen materialen op de allerkleinste schaal - tot op het niveau van moleculen en atomen - worden bewerkt. Daarmee zijn allerlei ontwikkelingen mogelijk: van nieuwe materialen tot moleculaire geneeskunde.

Het kabinet wil dat Nederland vooraan staat in de wereldwijde ontwikkeling van nanotechnologie. Het beheersen van mogelijke risico's voor gezondheid en milieu wordt daarbij niet uit het oog verloren. Want het uitgangspunt is dat alleen door zorgvuldig met de risico's om te gaan Nederland zijn kansen ten volle kan benutten. Deze uitgangspunten staan beschreven in de Kabinetsvisie Nanotechnologieën (2006) en het Actieplan Nanotechnologie (juli 2008).

De Nederlandse overheid beschouwt nanotechnologie als een belangrijke pijler in de nationale kenniseconomie en investeert er dan ook flink in. Zo heeft het kabinet in december 2009 voor het project externe link: 'Towards a sustainable open innovation ecosystem' (‘Naar een duurzaam open innovatie-ecosysteem’) € 125 miljoen uitgetrokken. Met dit project worden nieuwe nano- en microtechnologietoepassingen onderzocht en verder ontwikkeld tot producten voor het bedrijfsleven. Zoals nanochips voor medisch onderzoek in het lichaam van patiënten zodat een snellere en preciezere diagnose mogelijk wordt, hoger rendement van zonnecellen, verbeterde waterzuivering, en kwaliteitsbewaking van voedsel door ‘zelfdenkende’ verpakkingen.

Meer achtergronden over onderzoek en projecten rondom nanotechnologie vindt u op de website van externe link: NanoNed, een consortium van 7 universiteiten, TNO en Philips. Via het zogeheten Kaderprogramma 7 (KP7) van de Europese Unie wordt ook geïnvesteerd in nanotechnologie.