Vraag en antwoord
Hoe komt een wet tot stand?
In Nederland maakt de regering wetten in samenwerking met de Eerste en Tweede Kamer. Zij hebben de wetgevende macht. Een wet begint met een wetsvoorstel en eindigt met publicatie in het Staatsblad. Daartussen ligt een vast aantal stappen die alle wetsvoorstellen moeten doorlopen.
Ambtelijke voorbereiding op het ministerie
Als ministers of staatssecretarissen iets wettelijk willen regelen, geven zij
hun ambtenaren opdracht om een wetsvoorstel te maken. Om draagvlak te krijgen
voor dit wetsvoorstel, overleggen ambtenaren soms eerst met mensen voor wie de
wet bedoeld is. Bijvoorbeeld via
internetconsultatie. Ook schrijven ze een
Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel. Hierin wordt het hoe en waarom van
het wetsvoorstel uitgelegd. Tot slot gaat het voorstel naar het ambtelijk
voorportaal, een overleg van hoge ambtenaren die nauw betrokken zijn bij de
inhoud van het voorstel.
Een Tweede Kamerlid kan ook een wetsvoorstel indienen. Tweede Kamerleden hebben namelijk het recht van initiatief (het recht om wetsvoorstellen in te dienen). Zo’n wetsvoorstel heet dan een initiatiefwetsvoorstel.
Behandeling wetsvoorstel in ministerraad
Na het ambtelijk voorportaal komt het wetsvoorstel in de onderraad, een overleg met alleen de inhoudelijk betrokken ministers. Daarna volgt bespreking in de ministerraad met alle ministers. Wanneer de ministerraad akkoord is met het wetsvoorstel, wordt de tekst ervan naar de Raad van State gestuurd.
Beoordeling wetsvoorstel door Raad van State
De Raad van State is het hoogste adviescollege van de regering en adviseert
over alle wetsvoorstellen die naar de Tweede en Eerste Kamer gaan. Zolang het
wetsvoorstel bij de Raad van State ligt, is het geheim. De Raad van State kijkt
onder meer of het wetsvoorstel wel uitvoerbaar is. En of het niet in strijd is
met de grondwet. Het eindoordeel van de Raad van State heet het dictum. Bij een
negatief dictum moet het wetsvoorstel opnieuw naar de ministerraad.
Het advies van de Raad van State is niet bindend, maar wel zwaarwegend. De
betrokken minister moeten laten weten hoe hij het advies verwerkt in het
wetsvoorstel. Dit vermeldt hij in het zogenaamde nader rapport.
Behandeling wetsvoorstel in Tweede Kamer
Het wetsvoorstel gaat samen met de Memorie van Toelichting, het advies van de Raad van State en het nader rapport naar de Tweede Kamer. Ook zit er een Koninklijke Boodschap bij, een vaste tekst waarmee de koningin het wetsvoorstel aanbiedt aan de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel is nu openbaar. In de Tweede Kamer wordt het voorstel eerst schriftelijk behandeld in een gespecialiseerde commissie. Bijvoorbeeld de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie, als het gaat om strengere maatregelen tegen criminaliteit. Daarna volgt een plenair debat, waarin de minister het wetsvoorstel verdedigt. Na het debat wordt er eerst gestemd over de amendementen (wijzigingsvoorstellen van Kamerleden) en daarna over het gehele wetsvoorstel. Als het wetsvoorstel is aangenomen, gaat het naar de Eerste Kamer.
Behandeling wetsvoorstel in Eerste Kamer
Ook in de Eerste Kamer wordt het wetsvoorstel eerst behandeld in een gespecialiseerde commissie. Daarna volgt het plenaire debat en wordt er gestemd. De Eerste Kamer mag het wetsvoorstel alleen aannemen of verwerpen, maar niet wijzigen. Eerste Kamerleden hebben namelijk geen recht van amendement (wijziging). Als de Eerste Kamer toch bezwaar heeft tegen een onderdeel uit het wetsvoorstel, kan de betreffende minister toezeggen een wijziging door te voeren. Zo’n wijziging heet een novelle. Een novelle moet wel eerst door de Tweede Kamer worden aangenomen, voordat de Eerste Kamer er opnieuw naar kan kijken.
Publicatie wet in het Staatsblad
Een wetsvoorstel dat in de beide Kamers is aangenomen, is goedgekeurd door het parlement. Maar het is nog geen wet. Dit is pas het geval als de koningin en de verantwoordelijke ministers hun handtekening eronder hebben gezet. De wet wordt bekendgemaakt in het Staatsblad, het officiële blad van de regering.
Inwerkingtreding van de wet
Het tijdstip waarop de wet in werking treedt, kan geregeld zijn in de wet zelf. Maar in de wet kan ook staan dat dit tijdstip pas later wordt vastgesteld in een Koninklijk Besluit. Ook dat Koninklijk Besluit wordt dan in het Staatsblad gepubliceerd.