Aanpassing EZ-wetten 4e tranche Awb (31124)

Wetsvoorstel | 31-03-2010

Fase 6 van 6. Eerste Kamer heeft wetsvoorstel aangenomen, publicatie Staatsblad.

Legenda van de zes fasen van een wetsvoorstel.

Kamernummer 31124
Soort Aangenomen wetsvoorstellen, gepubliceerd in het Staatsblad

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zogenoemde aanbouwwet: hij wordt in een aantal 'tranches' tot stand gebracht. De eerste en tweede tranche Awb zijn in werking getreden op 1 januari 1994, de derde tranche op 1 januari 1998. In het voorstel voor een Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht (Kamerstuk externe link: 29702) wordt een drietal onderwerpen in de Awb geregeld:
• bestuursrechtelijke geldschulden (titel 4.4);
• bestuurlijke handhaving, in het bijzonder de bestuurlijke boete (titels 5.1 en 5.4);
• attributie (afdeling 10.1.3). Naast deze drie nieuwe onderwerpen bevat de vierde tranche een groot aantal daaruit voortvloeiende wijzigingen van bestaande Awb-bepalingen. In de meeste gevallen gaat het daarbij om technische wijzigingen, maar in een enkel geval ook om een meer inhoudelijk punt, vooral in de afdelingen inzake de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Ten slotte is een kleine aanvulling van de afdeling over delegatie (afdeling 10.1.2) opgenomen. Deze onderwerpen zijn thans op diverse plaatsen in bijzondere wetgeving geregeld. Nu deze onderwerpen in de Awb zullen worden geregeld, is het noodzakelijk te bezien of en in hoeverre bijzondere wetgeving daaraan aangepast moet worden. Dit wetsvoorstel strekt tot aanpassing van een groot aantal wetten aan de vierde tranche Awb. Het gaat daarbij om de aanpassingen die betrekking hebben op de bestaande wetgeving in formele zin, met uitzondering van rijkswetten. De aanpassing van rijkswetgeving en lagere wetgeving zal separaat plaatsvinden. Dit wetsvoorstel dient tegelijkertijd met het voorstel voor een Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht in werking te treden. De noodzaak van aanpassing vloeit voort uit de doelstellingen van de Awb. Deze doelstellingen zijn (vgl. de memorie van toelichting bij de eerste tranche van de Awb, Kamerstuk 21221, nr. 3):
• het bevorderen van eenheid binnen de bestuursrechtelijke wetgeving;
• het systematiseren en, waar mogelijk, vereenvoudigen van de bestuursrechtelijke wetgeving;
• het codificeren van ontwikkelingen die zich in de bestuursrechtelijke jurisprudentie hebben voorgedaan;
• het treffen van voorzieningen ten aanzien van onderwerpen die zich naar hun aard niet voor regeling in de bijzondere wet lenen.

externe link: Parlementaire documenten bij dit wetsvoorstel

externe link: Staatsblad 2009, 265

Legenda bij fasen

Een wetsvoorstel doorloopt bij de behandeling deze zes fasen:

Fase 1.
Ministerraad akkoord, wetsvoorstel voor advies naar Raad van State.
Fase 2.
Wetsvoorstel ingediend bij Tweede Kamer, schriftelijke behandeling.
Fase 3.
Aangemeld voor plenaire behandeling voor Tweede Kamer.
Fase 4.
Tweede Kamer heeft wetsvoorstel aangenomen, ingediend bij de Eerste Kamer schriftelijke behandeling.
Fase 5.
Aangemeld voor plenaire behandeling door Eerste Kamer.
Fase 6.
Eerste Kamer heeft wetsvoorstel aangenomen, publicatie Staatsblad.

Terug naar wetsvoorstel