Activiteiten woningcorporaties
Woningcorporaties (woningbouwverenigingen of woonstichtingen) bouwen, beheren en verhuren betaalbare woningen.
Sociale huurwoningen
Ongeveer 75% van de 3 miljoen huurwoningen in Nederland is van
woningcorporaties. De huurwoningen met een huur tot € 664,66, de zogenoemde
sociale huurwoningen, zijn vooral bedoeld voor mensen met een inkomen tot €
34.085 (in 2012). Dat staat in de
tijdelijke
regeling voor staatssteun aan woningcorporaties. Het kabinet wil dat ook
regelen in de
herziene Woningwet
die in mei 2011 aan de Tweede Kamer is gestuurd.
Huurwoningen te koop aanbieden
Volgens het kabinet zijn eigenaren van woningen meer betrokken bij hun woning en zorgen er daardoor beter voor. Daarom wil het kabinet dat woningcorporaties minstens 75% van hun woningen te koop aanbieden aan hun huurders. Huurders krijgen het recht om tegen de marktprijs hun woning te kopen. Het wetsvoorstel dat dit regelt, moet nog goedgekeurd worden door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.
Sinds november 2011 is het al makkelijker voor woningcorporaties om sociale huurwoningen te verkopen. Zo is minder vaak toestemming nodig van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor verkoop. De Regeling vervreemdingen woongelegenheden en het Besluit beheer sociale-huursector (Bbsh) zijn hiervoor aangepast.
Huisvesting en onderhoud
Woningcorporaties zorgen ook voor:
- huisvesting voor ouderen, gehandicapten en mensen die begeleiding nodig hebben bij het wonen;
- bouwen en verhuren van zogenaamd maatschappelijk vastgoed, bijvoorbeeld voor scholen en sportvoorzieningen;
- aanstellen van huismeesters en wijkbeheerders;
- onderhoud aan woningen en de directe woonomgeving, zoals achterpaden en parkeerplaatsen;
- verkoop van huurwoningen aan huurders en andere woningzoekenden.
Leefbaarheid wijken
Woningcorporaties mogen uitsluitend actief zijn in de volkshuisvesting.
Daarbij horen ook activiteiten om wijken leefbaarder te maken. Bijvoorbeeld door
scholen en buurthuizen te bouwen en geld beschikbaar te stellen voor
speelvoorzieningen en sportfaciliteiten. Ook initiatieven van buurtbewoners zelf
maken een wijk leefbaarder. Bijvoorbeeld het verzorgen van maaltijden en
huiswerkbegeleiding.
Woningcorporaties mogen niet in bedrijfspanden zoals winkels investeren en die
beheren, zelf onderwijs geven of zorg verlenen. Dat staat in het
Besluit beheer
sociale-huursector (Bbsh), waarin de rechten en plichten van
woningcorporaties staan. Die rechten en plichten komen ook terug in de
voorstellen voor herziening van de Woningwet.
Samenwerking woningcorporaties en maatschappelijke organisaties
Het kabinet wil regelgeving aanpakken om de samenwerking tussen woningcorporaties, thuiszorg en andere maatschappelijke organisaties te bevorderen. Dat staat in het regeerakkoord. Daarvoor wordt bij de herziening van de Woningwet bijvoorbeeld voorgesteld dat het bestuur van samenwerkende woningcorporaties en maatschappelijke dienstverleners uit dezelfde personen mag bestaan. Die kunnen dan de activiteiten voor wonen en dienstverlening goed op elkaar afstemmen. Bijvoorbeeld het tijdig en op maat leveren van diensten en zorg in wooncomplexen voor ouderen.
Afschaffen Vogelaarheffing
Woningcorporaties betalen niet langer mee aan het opknappen van de 40 wijken met de grootste achterstanden. De zogenoemde Vogelaarheffing wordt afgeschaft. Via die heffing betaalden alle woningcorporaties mee aan projecten om de 40 aandachtswijken leefbaarder te maken. Dit maakte de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eind januari 2011 in een brief aan de Kamer bekend.
In uitzonderlijke gevallen kunnen corporaties in deze wijken in 2011 nog geld
aanvragen bij het
Centraal
Fonds Volkshuisvesting (CFV) om de wijken te verbeteren. Bijvoorbeeld als
zij voor 1 januari 2011 met andere partijen meerjarige verplichtingen zijn
aangegaan. Het CFV beoordeelt in 2012 welke subsidie wordt toegekend en of
aanvullende heffing nodig is.
De gewone projectsteun voor corporaties die niet genoeg financiële middelen
hebben om bijvoorbeeld een woningproject te bouwen blijft wel bestaan. Dat geldt
ook voor de saneringssteun die zij van het CFV kunnen krijgen als hun
voortbestaan door gebrek aan financiële middelen in gevaar is. Het CFV kan alle
corporaties hiervoor zo nodig een heffing opleggen.
Toezicht op woningcorporaties
Woningcorporaties staan onder intern en extern toezicht:
Intern toezicht
Voor intern toezicht zorgt de Raad van Commissarissen of de Raad van Toezicht
van de corporatie. Die ziet erop toe dat het bestuur zijn taken volgens de
regels uitvoert.
Extern toezicht
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en het Centraal
Fonds Volkshuisvesting (CFV) houden extern toezicht. De minister beoordeelt of
de corporaties zich aan de wet houden, voldoende presteren en of zij integer
handelen. Het CFV beoordeelt de financiën en mogelijkheden van de corporaties.
De regels voor het intern en extern toezicht staan in het
Besluit
Bbsh en het
Besluit Centraal Fonds
voor de Volkshuisvesting.
Verbetering toezicht
De overheid wil het toezicht op woningcorporaties verbeteren.
CFV als nieuwe autoriteit
Het kabinet wil het CFV omvormen tot een nieuwe autoriteit. De autoriteit gaat
extern toezicht houden op de inkomsten en uitgaven van de circa 400
woningcorporaties. Ook bekijkt zij of de corporaties de regels voor staatssteun
naleven. De nieuwe autoriteit moet zelfstandige bevoegdheden krijgen.
Bijvoorbeeld de mogelijkheid om een corporatie een aanwijzing te geven om
bepaalde dingen te doen of juist na te laten. Dit staat in het wetsvoorstel voor
de herziening van de Woningwet dat bij de Tweede Kamer ligt.
Meer invloed Raad van Toezicht
Ook de Raad van Toezicht krijgt in het wetsvoorstel meer macht toegewezen. Zo
zal deze bijvoorbeeld voorstellen van woningcorporaties over verkoop van
huurwoningen en belangrijke investeringen goedkeuren.
De Raden van Toezicht moeten in het jaarverslag verantwoorden hoe ze toezicht
hebben gehouden. De minister kan bij slecht functioneren leden van de Raad van
Toezicht ontslaan.
Eigen regeling voor sector
Wanneer de Tweede Kamer instemt met het wetsvoorstel, komen er voor diverse
onderwerpen nog nadere regels in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) en
eventueel aanvullende ministeriële regelingen. Deze vervangen de huidige AMvB
(het Bbsh) en de daaraan gekoppelde circulaires. Bijvoorbeeld regels voor fusies
en verkopen en voorwaarden waaronder corporaties buiten hun werkgebied of zelfs
buiten Nederland mogen werken.
Ook is het straks mogelijk dat bepaalde regels uit de wet niet meer worden
toegepast. De sector moet daarvoor zelf een regeling treffen die de minister
algemeen verbindend verklaart. Een voordeel van zo’n eigen regeling voor de
sector is dat ze die zoveel mogelijk kunnen aanpassen aan de eigen werkwijzen.