Vraag en antwoord
Wat is de hielprik?
In de eerste week na de geboorte van uw kind wordt wat bloed afgenomen uit de hiel van uw baby. In een laboratorium wordt het bloed onderzocht op een aantal zeldzame aandoeningen.
Uitvoering hielprik
Een medewerker van de thuiszorgorganisatie of de verloskundige komt bij u thuis voor de hielprik. Als uw kind in het ziekenhuis ligt, wordt de hielprik daar uitgevoerd. Met een speciaal apparaatje wordt in de hiel van uw baby geprikt. Een paar bloeddruppels worden opgevangen op een speciaal kaartje: de hielprikkaart.
Is er 8 dagen na de geboorte van uw kind nog geen hielprik gedaan, neem dan telefonisch contact op met het Regionaal Coördinatie Programma (RCP) in uw regio (RIVM-regikantoor). Deelname aan de hielprik is vrijwillig.
Bloedonderzoek hielprik
Het bloed van de hielprik wordt onderzocht op een aandoening van de schildklier, een aandoening van de bijnier, een bloedziekte (sikkelcelziekte) en een aantal stofwisselingsziekten. De meeste daarvan zijn erfelijk. De aandoeningen zijn niet te genezen, maar wel goed te behandelen. Bijvoorbeeld met medicijnen of een dieet.
Tijdige opsporing van deze aandoeningen kan zeer ernstige schade aan de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling voorkomen of beperken.
Uitslag hielprik
Als de uitslag goed is, ontvangt u geen bericht. Als u binnen 3 weken na de hielprik geen bericht heeft ontvangen, is de uitslag goed. Als er een afwijkende uitslag is gevonden, ontvangt u binnen 3 weken nadat de hielprik is uitgevoerd bericht van uw huisarts.
Privacy
Met uw gegevens en die van uw kind wordt zorgvuldig omgegaan. De persoonsgegevens en de medische gegevens van het bloedonderzoek worden opgenomen in een register. Op dit register is de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) van toepassing. De gegevens worden alleen gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. U kunt uw gegevens op aanvraag inzien bij het RCP in uw regio (RIVM-regikantoor).
Meer informatie hielprik
Meer informatie over de hielprik vindt u op de website van het RIVM. Met vragen kunt u terecht bij uw verloskundige of het consultatiebureau.