Touchdown Curaçao
Kennismaking met het Caribisch deel van het Koninkrijk
Touchdown Curaçao. De warmte komt me tegemoet en de Elfstedenkoorts is flink gezakt. Voor het eerst zet ik voet op één van de eilanden van het Caribisch deel van het Koninkrijk.
De kop is eraf
Vandaag, 9 februari 2012, begin ik aan een kennismakingsbezoek aan Curaçao, Aruba, Sint Maarten, Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Zeven dagen, zes eilanden. Ik verheug me er erg op om de mensen, hun cultuur en hun eilanden te leren kennen. Zaken zullen er ook gedaan worden. Een hartelijk welkom door de vertegenwoordiger van Nederland, Gerard van der Wulp die mij en de delegatie gelijk doorsluist naar een voor mijn gevoel wel heel klein vliegtuigje naar Aruba. Ik zit naast de piloot en geniet van het uitzicht. Curaçao ligt er groen bij, de Caribische zee is prachtig blauw. Veertig minuten later staan we op Aruba. Minister-president Mike Eman ontvangt ons hartelijk en draagt in een hem kenmerkend enthousiasme zijn ambities voor het land Aruba uit. Morgen zullen we elkaar uitgebreid spreken. Nu eerst naar de Gouverneur. Ik spreek met hem onder andere over de overheidsfinanciën en maak hem deelgenoot van mijn zorgen over de overheidsfinanciën. Juist in deze economisch spannende tijden is een kloppend huishoudboekje van cruciaal belang om ook de ambities naar de toekomst veilig te stellen. Positief is dat de terugloop van het toerisme vanuit de Verenigde Staten ruimschoots wordt opgevangen door de groei van de toeristenstroom vanuit Zuid Amerika. Bovendien blijken die ook nog eens veel meer te besteden te hebben dan de Amerikanen. Daar liggen dus kansen voor Aruba.
Eind van de middag, voor mij is het inmiddels al middernacht, drinken we een borrel met de medewerkers van de vertegenwoordiging van Nederland in Aruba, een soort ambassade, al mag dat niet zo heten omdat het een post binnen het Koninkrijk is. Later op de avond nemen we met een deel van hen de dag van morgen door tijdens het diner. Ben benieuwd, zal ook een huis gaan verven… De kop is eraf. Vijf uur Nederlandse tijd, eindelijk naar bed.
Verf je wijk
Vrijdag 10 februari 2012, gebroken nacht vanwege jetlag, niettemin redelijk fris. Ik begin de dag met minister-president Mike Eman. We bespreken de actuele situatie van Aruba. Veel aandacht van ‘cabinete Eman’ gaat uit naar houdbare overheidsfinanciën en het terugdringen van de staatsschuld. De huidige regering van Aruba is enthousiast over de samenwerking binnen het Koninkrijk en heeft een sterke oriëntatie op Europa. Ook voor het begrotingstekort probeert Aruba binnen de drieprocentsnorm te blijven zoals we die binnen Europa ook toepassen. Het doel voor 2016 is begrotingsevenwicht. Pijnlijke maatregelen zoals het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd worden ook hier genomen. Eman heeft grote ambities voor zijn land, tijd om het kantoor te verlaten en met eigen ogen de ontwikkelingen in het plaatsje San Nicolas te bekijken. San Nicolas is na Oranjestad de grootste plaats van Aruba. De Valero raffinaderij is er gevestigd en is belangrijk voor de lokale werkgelegenheid. Zorgwekkend is de dreigende sluiting van de raffinaderij. De internationale economische crisis lijkt ook hier zijn tol te gaan eisen. De raffinaderij draait grote verliezen. Sluiting zou een drama zijn voor de werkgelegenheid: zevenhonderd arbeidsplaatsen zijn daar direct mee gemoeid en enkele duizenden in de sfeer van toeleveranciers. Als goede partners in het Koninkrijk zetten ook de collega’s Rosenthal van Buitenlandse Zaken en Verhagen van Economische Zaken zich in voor behoud van de raffinaderij op Aruba. Juist op dit soort momenten kan het Koninkrijk meerwaarde bieden aan de landen. In San Nicolas geven Mike en ik het startsein voor de aanleg van een paar jeugdvoorzieningen, complet met een basketbalveldje. Daarna door naar de wijk the Village, waar ik kennis maak met ‘Pintu bo Barrio’ (verf je wijk), een project waar jongeren die voortijdig school verlaten, of na hun school nog geen werk hebben, begeleid en gecoacht worden. Tegelijk pakken ze samen het onderhoud van de huizen in de wijk aan. Samen met Mike Eman verf ik een stuk met hen mee. Bijzonder vind ik de verantwoordelijkheid die de woningcorporatie voor dit en andere projecten in de buurt neemt. Hun uitgangspunt mensen zelf verantwoordelijkheid voor hun buurt te laten nemen spreekt me zeer aan. Een betrokken buurt is een betere buurt. Juist vandaag viert de corporatie haar drieëndertigste verjaardag. Na de feestelijkheden snel weer verder. Ik krijg een toelichting op de stadsvernieuwing van Oranjestad, een belangrijk speerpunt van de regering. Ik kan niet anders zeggen dan dat het er indrukwekkend uit ziet. Naast de visie van het bestuur hebben ook de ideeën van bewoners een plek gekregen in de plannen. Ik hoop over een paar jaar een keer een ritje met de tram te maken.
Ik lunch met de Raad van Ministers en krijg in sneltreinvaart de belangrijkste onderwerpen langs. De minister van Gezondheidszorg is erg actief in de bestrijding van obesitas. Hij laat wijselijk de kip gevuld met kaas staan. Ik kies ook maar voor de vis.
Op de afsluitende persconferentie tekenen Mike Eman en ik nog een overeenkomst die al bestaande samenwerkingsgelden voor Aruba veiligstelt. Eman benadrukt de samenwerking binnen het Koninkrijk en spreekt van een win-win situatie. Ik constateer dat ik veel energie krijg van de manier waarop Aruba zich concentreert op de mogelijkheden die er wél zijn en daar de schouders onder zet.
Daarna snel naar het vliegveld, met de ‘mug’ naar Curaçao en gelijk door naar Fort Amsterdam, het regeringscentrum. Eerst spreek ik Gouverneur Goedgedrag. Het is een hartelijk weerzien, ik had hem in Nederland al ontmoet. Ik krijg van hem een update van de politieke en bestuurlijke situatie van Curaçao. Van het paleis van de Gouverneur steek ik over naar minister-president Schotte en enkele van zijn ministers. Hij brengt me op de hoogte van de laatste stand van zaken met betrekking tot de activiteiten die Transparancy International op Curaçao gaat ondernemen. Het goede nieuws is dat hij meldt spoedig de opdracht te kunnen verlenen. Op de afsluitende persconferentie benadrukt hij dat de regering van Curaçao het besluit heeft genomen tot een onderzoek. Er zal dus zo snel mogelijk een opdracht worden verstrekt. Mij wordt gevraagd naar de Isla raffinaderij. Ik geef aan het belangrijk te vinden dat de regering van Curaçao snel met een toekomstvisie op Isla komt. Daar zijn afspraken over gemaakt door mijn voorganger Piet Hein Donner. En voor mij geldt: afspraak is afspraak: zo zit deze minister in elkaar.
De avond breng ik door in de ambtstwoning van de vertegenwoordiger. Hij heeft een diner georganiseerd met een aantal smaakmakers uit de Curaçaose samenleving. Ik luister goed naar hun observaties en analyses over het huidige Curaçao en hun visie op de betrekkingen tussen de landen binnen het Koninkrijk. Het is een geanimeerde avond.
Scherpe lucht
Vandaag, zaterdag 11 februari, staat in het teken van de Isla raffinaderij. Eindelijk zal Ik zelf een kijkje kunnen nemen op deze veel besproken plek. Bij aankomst vanuit Nederland zag ik de raffinaderij al liggen. Er werd flink afgefakkeld, een slecht teken. Eerst ontvang ik twee vertegenwoordigers van de Stichting Schoon Milieu Curaçao (SMOC). Al jaren strijden zij voor handhaving van de milieunormen door overheid. Hun belangrijkste drijfveer is de luchtkwaliteit en de gezondheid van de mensen onder de rook van de raffinaderij. Ze schetsen een schrijnend beeld van de problemen waar die mensen mee te maken krijgen. Ouderen met gezondheidsproblemen en scholen die met enige regelmaat de deuren moeten sluiten vanwege te hoge concentraties schadelijke stoffen. Ik begrijp van hen dat zij niet pleiten voor sluiting van de raffinaderij, maar vooral rechtzaken voeren om de overheid de regels te laten handhaven. En met succes, er ligt nu een uitspraak van de rechter dat de overheid moet handhaven, op straffe van een boete die maximaal kan oplopen tot 50 miljoen Antilliaanse guldens. Domper voor hen is dat er nog een hoger beroep tegen deze uitspraak loopt. Er spreekt uit hun optreden een enorme betrokkenheid bij de problematiek van mensen die toch al in een moeilijke positie verkeren. Ik leer weer wat Papiaments bij. ‘Mi ta bezig’, is wat de mensen van SMOC vaak te horen krijgen, en dat betekent niet dat er echt aan gewerkt wordt…
Op naar de volgende afspraak. We bezoeken het kantoor van Refeneria di Korsou. Daar krijgen we een presentatie van de directie in aanwezigheid van minister-president Gerrit Schotte van Curaçao. Het feit dat er milieuproblemen zijn wordt niet onder stoelen of banken gestoken, maar het accent ligt hier meer op de maatregelen die al wel genomen zijn en de werkgelegenheidsaspecten die natuurlijk ook zwaar wegen bij beslissingen over de toekomst van de Isla raffinaderij. De raffinaderij is eigendom van de overheids N.V. Refeneria di Korsou. Het Venezolaanse oliebedrijf PDVSA huurt de raffinaderij. Een deel van de problemen ligt besloten in de contracten die in het verleden zijn afgesproken en de geldende milieunormen die ook niet meer van deze tijd zijn. De minister-president geeft aan dat er gewerkt wordt aan een nieuwe hinderwet met meer eigentijdse normen. Verder is er alle reden om toekomstscenario’s te bedenken die recht doen aan alle belangen die hier spelen. Gerrit Schotte bevestigt dat eind mei er een toekomstperspectief voor de raffinaderij zal zijn uitgewerkt. Ik ben heel benieuwd hoe dat er uit zal zien. Een ding is mij wel duidelijk: Curaçao zal moeten kiezen. Doorgaan met de raffinaderij op de huidige locatie, de noodzakelijke milieu investeringen doen en milieuregels handhaven is een mogelijkheid, verplaatsen en op een andere locatie een moderne fabriek neerzetten kan ook een optie zijn, of misschien wel sluiting van de raffinaderij. Het is in ieder geval van het grootste belang dat er een duurzame en toekomstbestendige oplossing komt. Een makkelijke keuze is het in ieder geval niet.
We nemen ook nog een kijkje op de raffinaderij zelf. Heel verhelderend om van dichtbij te zien hoe de fabriek er bij ligt. Ik kan mij niet aan de indruk ontrekken dat er sprake is van een hoop achterstallig onderhoud. Delen liggen plat en worden voor onderhoud onderhanden genomen. Het blijft indrukwekkend zo’n enorm industrieel complex. Af en toe ruik je de scherpe lucht van de uitstoot. Goed om het met eigen ogen gezien te hebben.
Als afsluiter op Curaçao nemen we nog een kijkje bij het windpark aan de noordkust. Duurzame windenergie, het lijkt zo voor de hand te liggen op een eiland waar de wind bijna altijd uit dezelfde hoek waait. De bestaande turbines worden vervangen door nieuwe. Alles ligt klaar op de grond, werklui zijn bezig.
Snel naar het vliegveld en op naar Bonaire. Daar zijn we ’s middags te gast in het plaatsje Rincon waar we het kindercarnaval mee maken. Geweldig kleurrijk festijn. De lokale bevolking maakt van de gelegenheid gebruik mij van hun noden en problemen op de hoogte te stellen. Gestegen kosten voor het levensonderhoud, de zorg, de staat van onderhoud van de wegen. Ook zaken waarvan je denkt 'moet Nederland dat ook doen', zoals het leveren van een aantal ballen en krijt voor de lijnen bij de oplevering van een voetbalveld komen langs. Kijkend naar de parade krijg ik een goed beeld van hun beleving bij anderhalf jaar Caribisch Nederland.