Toespraak staatssecretaris De Krom bij de bijeenkomst van de Vereniging van Ondernemingen Alphen aan den Rijn
Op 5 september 2011 sprak staatssecretaris De Krom onderstaande toespraak uit.
Dames en heren,
We staan aan de vooravond van grote veranderingen op de arbeidsmarkt.
Veranderingen die van ons allemaal het nodige zullen vergen. Uw aanwezigheid
hier betekent dat u nu al nadenkt over het personeel van morgen. En dat doet u
niet omdat ik dat zo leuk vind, maar omdat het in uw eigen belang is.
De arbeidsmarkt zal ingrijpend veranderen. De komende decennia zullen veel meer
mensen de arbeidsmarkt uitstromen dan er bijkomen. Dat betekent krapte op de
arbeidsmarkt. Hoe kunt u zich daar op voorbereiden? Hoe kunt u van de bestaande
situatie gebruik maken zodat u gewoon kunt blijven ondernemen? Het zijn vragen
waar we een antwoord op moeten vinden. Daarom ben ik vandaag graag hier naartoe
gekomen om met u te kijken naar de kansen en mogelijkheden. Die zijn er genoeg.
Maar dan moeten we die wel zien en wel grijpen. En dat doet u hier in Alphen
ook!
Kansen zien en grijpen: dit is geen loze kreet. Twee weken geleden werd
bekend dat Nederland het meest ondernemende lid van de Europese Unie is. In The
Global Entrepreneurship Monitor becijferde onderzoeksbureau EIM dat 7,2 procent
van de Nederlanders tussen de 18 en 64 een startend bedrijf heeft of bezig is
zo’n bedrijf op te zetten. De reden is de verbeterde ondernemerscultuur in
Nederland. Steeds meer mensen kiezen ervoor het heft in eigen handen te nemen.
Een belangrijke ontwikkeling waarbij vrijheid en verantwoordelijkheid, dynamiek
en eigen initiatief centraal staan. Er wordt gedacht in kansen. En die kansen
worden kennelijk ook gepakt. Het kabinet juicht dit natuurlijk toe.
Want ook voor ons staan vrijheid, eigen initiatief, creativiteit en
verantwoordelijkheid in de samenleving centraal. Het ondernemerschap verenigt al
deze eigenschappen. Daarbij past een compacte overheid. Een overheid die niet
onnodig ruimte, energie en creativiteit wegvreet van burgers en bedrijven. Het
kabinet ziet het als zijn verantwoordelijkheid om ondernemers zoveel mogelijk
vrij baan te geven. Dit doen we, onder andere, door te snoeien in regels en
bureaucratie. Dit doen we door de administratieve lasten te verminderen.
Maar dit doen we ook door in te grijpen in de overheidsfinanciën. Dat is
absoluut noodzakelijk om te voorkomen dat uw belastingen en premies in de
toekomst verder oplopen. In 2010 groeide de staatsschuld met 100 miljoen euro
per dag. De schuld per Nederlander is inmiddels opgelopen tot zo’n 24.000 euro
per persoon. Iemand moet dat betalen. Als wij het niet doen, dan zullen onze
kinderen dat moeten doen. Terwijl er straks minder mensen zijn om het geld te
verdienen om die schuld af te betalen. Dat is onverantwoord en oneerlijk. Wij
willen als kabinet geen onbetaalde rekeningen doorschuiven. Wat er gebeurt als
je dat wel doet, kunnen we zien aan een aantal landen in Europa. Die kant willen
wij niet op.
Er moet een hoop tegelijkertijd gebeuren. Dat we hierbij het bedrijfsleven
hard nodig hebben, staat buiten kijf. U verdient het geld, bij u zitten de
banen. Daarom komt het kabinet binnenkort met een bedrijfslevenbrief met
maatregelen om belemmeringen voor ondernemers te slechten en het
investeringsklimaat te verbeteren. Ik kan daar niet op vooruitlopen, maar de
ambitie is in ieder geval om met ondernemers mee te denken hoe het beter kan. Zo
denken we ook mee over hoe we toekomstige personeelstekorten voor kunnen zijn.
Door ontgroening en vergrijzing krijgen we te maken met grote tekorten op de
arbeidsmarkt. Als we niks doen, hebben we in 2040 bijna een miljoen werknemers
tekort. Waren er in 1956 nog zes werkenden op 1 gepensioneerde, nu is dat vier
op 1. En in 2040 2 op 1. Afgezet tegen de totale bevolking is de verhouding dan
ongeveer 1 op 1. Als we niks doen kunnen veel vacatures dan niet meer worden
vervuld. Het werk blijft liggen. Dit kost geld en gaat ten koste van de
welvaart. U weet dit, en wij weten het ook.
Nederland heeft een traditie opgebouwd in het lokaal en regionaal oplossen van
problemen op de arbeidsmarkt. Met als resultaat bijvoorbeeld dat Nederland de
laagste jeugdwerkloosheid van Europa heeft. Ter illustratie: Nederland had
volgens het CBS in het eerste kwartaal van dit jaar een
jeugdwerkloosheidspercentage van 7,4 procent. Terwijl in een land als Spanje
meer dan 40 procent van de jongeren geen werk heeft. Ronduit dramatisch.
Nederland doet het in internationaal verband ook wat dit betreft dus heel goed.
Maar hier in Alphen aan den Rijn zien we nog iets veel mooiers. De Regio Rijn
Gouwe behoort tot de regio’s met de laagste jeugdwerkloosheid in Nederland.
Kennelijk is de onderlinge samenwerking tussen onder meer gemeenten, scholen,
kenniscentra en werkgevers prima.
In uw regio doet u het dus zeer goed. En niet omdat wij dat in Den Haag zo graag
willen, maar omdat het in uw eigen belang is dat u zelf zorgt voor genoeg
personeel. U heeft hier een geweldig ondernemersnetwerk met elkaar opgebouwd dat
door nauwe samenwerking met partijen zoals het RPA Rijn Gouwe problemen oplost.
Daarnaast heeft u brancheverenigingen en werkpleinen waar u een beroep op kunt
doen. Vanuit Den Haag kan ik noch banen noch personeel voor u creëren. Wat wij
wel kunnen doen is de voorwaarden scheppen waardoor meer mensen dan nu aan het
werk gaan. En daar zijn we hard mee bezig. Door ondermeer te kijken hoe we
kunnen zorgen voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.
Als u een vacature heeft voor – bijvoorbeeld - een elektricien, dan moet u ook
een elektricien kunnen krijgen. En niet iemand die dit vak niet in de vingers
heeft. Het bedrijfsleven moet meer bij het onderwijs betrokken worden. Mensen
moeten op school weer een vak leren. Dat is cruciaal. In de bouw en de techniek
werken scholen en bedrijven al samen om vakmensen op te leiden. Dit gaan we
vanuit het kabinet uitbreiden. Er zijn al actieplannen gestart om dit vaart te
geven.
Tegelijkertijd moeten veel meer mensen vanuit een uitkering aan het werk. Het is
toch bizar dat we aan de ene kant grote tekorten op ons af zien komen op de
arbeidsmarkt, terwijl aan de andere kant mensen onnodig thuis zitten. Mensen die
graag willen werken maar de kans niet krijgen, of wel kunnen werken maar het
niet doen. Dat is vernietiging van menselijk kapitaal, en economisch, financieel
en sociaal onverantwoord. Ik doe daarom een beroep op u de lijntjes nog verder
op de arbeidsmarkt uit te gooien. In het belang van degenen om wie het gaat,
maar vooral in het belang van uw onderneming zelf.
Ik realiseer me daarbij dat het voor u makkelijker moet worden om mensen met
een arbeidsbeperking of vanuit een uitkering aan te nemen. Daar werk ik nu hard
aan. De wet die dit gaat regelen – de Wet werken naar vermogen – is gericht op
wat mensen wel kunnen, in plaats van wat ze niet kunnen. Dankzij deze wet kunt u
straks beter aan personeel komen en kosten besparen. Daarnaast zorgt de wet
ervoor dat u administratieve rompslomp uit handen wordt genomen. Ik kom zelf uit
het bedrijfsleven: ik snap dat u niet zit te wachten op rompslomp en gedoe. Uw
focus moet liggen op het starten of het draaiende houden van een gezond bedrijf.
Dat kost al inspanning genoeg.
De Wet werken naar vermogen biedt u straks de mogelijkheid om - via
loondispensatie - mensen niet meer te betalen dan de prestatie die ze leveren.
De gemeente kan dan het salaris aanvullen. Voor u is dat aantrekkelijk omdat u
alleen betaalt voor het werk dat wordt verricht. Voor mensen zelf omdat ze
naarmate ze meer werken meer overhouden in hun portemonnee. Voor gemeenten omdat
ze minder uitkeringen hoeven te betalen. Kortom: iedereen heeft hier belang bij.
Werknemers krijgen een baan bij een regulier bedrijf en worden niet onnodig
weggestopt in een uitkering die u vervolgens weer moet betalen.
De sociale zekerheid moet activerend zijn. Werk gaat boven een uitkering. Wie
kan werken, werkt. Alleen op die manier houden we de sociale zekerheid
betaalbaar voor de toekomst. Er zijn nu veel mensen die heel goed bij een
regulier bedrijf kunnen werken, maar nu nog, bijvoorbeeld, een Wajong-uitkering
krijgen of bij de sociale werkvoorziening werken. Brancheorganisatie Cedris
publiceerde voor de zomer een rapport waaruit blijkt dat 37 procent van de
werkgevers de poorten open heeft gesteld voor mensen uit de sociale
werkvoorziening, Wajong of bijstand. En van de werkgevers die dat nu nog niet
doen, is 25 procent van plan om dat binnen vijf jaar wel te doen.
Uw bereidheid en inspanningen zijn cruciaal om de Wet werken naar vermogen tot
een succes te maken. Die bereidheid zie ik hier vandaag ook terug. De regio Rijn
Gouw heeft zich altijd in de voorhoede begeven om problemen aan te pakken,
getuige de lage jeugdwerkloosheid. Dat is een groot compliment waard.
Door te investeren in een goed en actueel netwerk, weet u van elkaar waar het
goed gaat en waar het wringt. Reden temeer om te zeggen: wacht niet op Den Haag,
maar neem zelf het initiatief. Maak gebruik van elkaars kennis en de
mogelijkheden van bijvoorbeeld het werkplein. Als u bijvoorbeeld nu al weet dat
u in de toekomst vacatures heeft, dan kan een werkplein zich daar nu al op
voorbereiden. Kijk bijvoorbeeld ook welke huidige of toekomstige vacatures door
iemand die vanuit een uitkering of met een arbeidsbeperking vervuld kan worden.
Bundel bijvoorbeeld eenvoudige taken en maak daar een nieuwe baan van. Dit
principe van jobcarving werkt uitstekend om taken geschikt te maken voor mensen
met een arbeidsbeperking. Ik ben bij bedrijven op bezoek geweest die daar
succesvol mee werken. Er is nog veel meer mogelijk. Op het Werkplein kunnen ze u
daar over informeren.
Dames en heren, door problemen voor te zijn, blijven we ze de baas. De
arbeidsmarkt komt onder druk te staan. Dat is lastig, maar tegelijkertijd wordt,
zoals u weet, onder druk alles vloeibaar. Er ontstaan nieuwe kansen; nieuwe
mogelijkheden. Het is in ieders belang deze te grijpen. Niet omdat ik het zo
graag wil, maar omdat het in ons aller belang is. Ondernemers zijn bij uitstek
mensen die verantwoordelijkheid nemen. Van u moeten we het hebben; bij u zitten
de banen. U mag ons als overheid aanspreken op onze verantwoordelijkheid: goed
onderwijs, goede dienstverlening en een goed ondernemersklimaat. Daar werken we
hard aan om de toekomstige arbeidsmarkt veilig te stellen.
Ik kan geen enkele reden verzinnen waarom dit niet zou lukken. Internationaal
gezien staan we er relatief goed voor. In het verleden hebben we ook voor grote
uitdagingen gestaan die we hebben overwonnen. Dat gaan we weer doen. Waarom:
omdat er uiteindelijk altijd veel meer mensen zijn die deel willen zijn van de
oplossing, in plaats van het probleem.
Ik wens u nog een fijne middag toe.
Dank u wel.