1. Immigratie
Het asiel- en migratiebeleid is streng maar rechtvaardig. Ombuiging, beheersing en vermindering van de immigratie zijn geboden en urgent gelet op de maatschappelijke problematiek. Verwezenlijking hiervan behoort tot de primaire doelstellingen van het te voeren kabinetsbeleid. Rechtvaardig omdat mensen rechten hebben en het kabinet dit als uitgangspunt neemt. Nederland zal vluchtelingen blijven beschermen en opvangen waar het, overeenkomstig het Vluchtelingenverdrag, gaat om slachtoffers van vervolging voor wie Nederland de eerste veilige plek is. Dit kan niet gelden voor asielzoekers die economische migranten blijken te zijn. Daarom wordt zo snel mogelijk vastgesteld tot welke categorie de asielzoeker behoort en of deze hier kan blijven of Nederland moet verlaten.
Het migratiebeleid, met name het beleid inzake de gezinsmigratie, is gericht op beperking en terugdringing van de komst van migranten met weinig perspectief. Dit om de integratieproblematiek beter aan te pakken, mede gelet op de participatie van degenen die worden toegelaten. Het kabinet zal hiertoe de mogelijkheden voor een restrictief en selectief migratiebeleid binnen de bestaande juridische kaders, waaronder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), zoveel mogelijk benutten, zowel door voorstellen tot wet- en regelgeving als door intensivering van controle, handhaving en uitvoering van bestaande voorschriften, met inbegrip van nieuwe informatiesystemen, uitwisseling van gegevens en technieken voor identiteitsvaststelling. Hierbij werkt het kabinet waar mogelijk samen met andere landen, met name aangrenzende EU-lidstaten en landen buiten de EU waaruit migranten afkomstig zijn. Het terugkeer- en uitzetbeleid wordt aangescherpt. Illegaal verblijf wordt strafbaar.
Uitzetting van strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen vindt eerder en
vaker plaats. Tegen mensensmokkel wordt hard opgetreden. Effectieve integratie
van nieuwkomers en bevolkingsgroepen is een veelomvattend en veeleisend proces
dat voor de gehele samenleving van groot belang is. Hiervoor geldt bij uitstek
dat participatie in de samenleving vraagt om een toereikende kwalificatie in
taal en opleiding. Inburgering van toegelaten asielzoekers en migranten op een
adequaat niveau is voor henzelf en hun kinderen de sleutel tot een volwaardige
deelname aan de samenleving in werk en onderwijs. Dit mag worden verwacht van
nieuwkomers. Zij zijn hiervoor zelf verantwoordelijk. Het uitblijven van deze
inspanningen kan in het kader van de sociale zekerheid en in het belang van de
arbeidsparticipatie, niet zonder gevolgen blijven. De tijdelijke
verblijfsvergunning zal bij niet slagen voor het inburgeringsexamen worden
ingetrokken behoudens uitzonderingen.
Bij de uitvoering van het voorgenomen beleid neemt het kabinet tevens
initiatieven tot aanpassing van EU-richtlijnen en, indien er voor belangrijke
maatregelen geen andere alternatieven blijken te zijn, eventueel, in overleg met
andere lidstaten, tot wijziging van verdragen. Realisering van het gehele pakket
van maatregelen op het gebied van asiel en migratie zal feitelijk leiden tot een
zeer substantiële daling van de instroom.
Asiel
De opvang van asielzoekers vindt bij voorkeur plaats in het land of de regio
van herkomst.
Het kabinet streeft naar een doeltreffende uitvoering van het Dublin-verdrag, de
Dublin-verordening en de bijbehorende regelgeving waarbij het asielverzoek wordt
behandeld door de lidstaat die daarvoor verantwoordelijk is. Nederland draagt
actief bij aan de opvang elders en de behandeling van asielverzoeken door de
verantwoordelijke lidstaat door samenwerking met de betrokken landen en met
internationale organisaties zoals de UNHCR.
Het categoriaal beleid vervalt, met inbegrip van de wettelijke grondslag.
De behandeling van aanvragen voor asiel vindt zo effectief, efficiënt en zorgvuldig mogelijk plaats.
- De mogelijkheden tot het stapelen van procedures worden beperkt, procedures worden versneld, de rechtsbijstand wordt zo aangepast dat na de behandeling van de eerste aanvraag prikkels voor nieuwe procedures worden weggenomen (toepassing van “no cure no fee” in vervolgprocedures) en de uitspraak in een voorlopige voorziening kan niet altijd in Nederland worden afgewacht.
- Er wordt optimaal ingezet op het tegenwerpen van het ontbreken van identiteitsgegevens bij ongedocumenteerde asielzoekers.
- Bij de behandeling van de aanvraag voor asiel wordt fraude tegengegaan, onder meer door uitwisseling van informatie en nieuwe technieken voor identiteitsvaststelling.
- De bewijslast wordt, binnen de grenzen van de jurisprudentie van de Raad van State, meer naar de aanvrager verschoven en verzwaard.
- Het kabinet zet in op een wijziging van de EU-kwalificatierichtlijn om de bewijslast naar de aanvrager te verschuiven ten aanzien van het aantonen van (het ontbreken van) vluchtalternatieven.
Nareizende gezinsleden van asielzoekers zullen niet meer automatisch een
asielstatus krijgen maar onder het reguliere beleid voor gezinsmigratie worden
gebracht waarbij geen vereisten worden gesteld aan het inkomen of inburgering in
het buitenland.
Bij de komst van alleenstaande, minderjarige vreemdelingen richt de inzet zich
maximaal op zo spoedig mogelijke terugkeer onder de voorwaarde van lokale
opvang. Daarvoor is het nodig dat uit het budget voor Ontwikkelingssamenwerking
investeringen plaatsvinden in extra lokale opvang zoals weeshuizen. Verder wordt
ingezet op aanpassing van de EU-terugkeerrichtlijn (2008/115) terzake.
Gezinsmigratie
Bij gezinsmigratie gaat het om de komst van gezinsleden van personen die legaal in Nederland verblijven. Zo kan een migratieketen ontstaan waarbij in elke generatie opnieuw partners, vaak verwanten, en kinderen uit het land van herkomst naar Nederland komen met de nadelige gevolgen vandien voor het integratieproces dat zo bij herhaling op achterstand raakt. De negatieve spiraal van deze keten wordt doorbroken door hogere eisen te stellen aan deze wijze van gezinsvorming en gezinshereniging waaronder zodanige opleidingseisen dat een kansrijke integratie bij voorbaat verzekerd is. Het kabinet zet hierbij tevens in op wijziging van de Europese richtlijn. Gelet op het voorgaande zal het kabinet met verschillende voorstellen en verschillende maatregelen komen.
- De mogelijkheid van gezinsvorming en gezinshereniging wordt beperkt tot partners die gehuwd zijn of met wie een geregistreerd partnerschap is aangegaan en minderjarige kinderen.
- Voor hun toelating gaat als vereiste gelden dat de referent al tenminste een jaar legaal in Nederland verblijft behoudens kennismigranten.
- Verder gaan als nieuwe vereisten voor toelating voor gezinsmigranten gelden dat zij moeten beschikken over een zelfstandige huisvesting en een ziektekostenverzekering.
- De termijn waarna gezinsmigranten een zelfstandige verblijfsvergunning kunnen krijgen wordt verlengd van drie naar vijf jaar behoudens bijzondere omstandigheden.
- De leges voor gezinsmigratie worden zoveel mogelijk kostendekkend gemaakt.
- Het beleid tegen schijnhuwelijken en huwelijksdwang wordt verscherpt en de handhaving geïntensiveerd.
- Huwelijksdwang is verboden en wordt strafbaar gesteld.
- In principe worden huwelijken tussen neven en nichten verboden.
- Polygame huwelijken worden niet erkend.
De exameneisen in de Wet inburgering buitenland gaan omhoog.
Belangrijke nieuwe eisen aan gezinsmigratie kunnen bijvoorbeeld worden
gerealiseerd bij aanpassing van de EU-richtlijn inzake gezinshereniging
(2003/86).
Daarbij zal het kabinet onder meer inzetten op:
- Verhoging van de leeftijdseis voor de partner naar 24 jaar
- Toelating van maximaal een partner in de tien jaar.
- Verhoging van de inkomenseis naar tenminste 120% van het minimumloon.
- Invoering van een borgsom.
- Invoering van een toets waaruit blijkt of de band met Nederland groter is dan de band met andere landen en
- Uitsluiting van de mogelijkheid gezinsleden toe te laten van personen die veroordeeld zijn wegens bepaalde geweldsdelicten.
- Tot slot zal met het oog op het belang van kwalificatie ten behoeve van participatie en integratie worden ingezet op opneming in deze richtlijn van de mogelijkheid opleidingseisen te stellen aan gezinsmigranten.
Nederland is op deze manier in staat mensen die hier rechtmatig zijn gekomen volwaardig te laten deelnemen aan de samenleving.
Arbeidsmigratie
Verlening van een vergunning aan arbeidsmigranten die niet afkomstig zijn uit
de EU en geen kennismigrant zijn, kan pas plaatsvinden indien de werkgever
aantoont dat hij geen werknemers uit Nederland of landen van de EU en de
Europese Economische Ruimte (EER) heeft kunnen vinden. Voor de
tewerkstellingsvergunning geldt het vereiste dat de werkgever tenminste het
wettelijk minimumloon betaalt. Voor arbeidsmigranten zal het minimumvereiste van
het wettelijk minimumloon gaan gelden. Voor Roemenen en Bulgaren blijft voorts
het vereiste van een tewerkstellingsvergunning gelden tot 1 januari 2014 indien
de huidige omstandigheden ongewijzigd blijven. Het kabinet zal onderzoeken of en
in hoeverre aanscherping van het arbeidsmigratiebeleid mogelijk en wenselijk is.
Het kabinet zal ervoor zorg dragen dat de bevordering van de kenniseconomie door
alle genomen maatregelen niet wordt belemmerd. De kennismigrantenregeling is van
groot belang maar het kabinet zal onderzoeken of misbruik plaatsvindt. Eventueel
kan op basis hiervan een nadere opleidingseis worden gesteld.
Immigratie algemeen
Om in bredere zin de migratie van kansarme migranten te beperken, de integratie te bevorderen en fraude en misbruik te bestrijden, worden onder meer vergunningseisen aangescherpt, het terugkeerbeleid geïntensiveerd en illegaliteit aangepakt. Wat het eerste betreft, gaat het om de aanvraag voor een reguliere vergunning in het buitenland, de vereisten voor verlening van een permanente vergunning, de toepassing van de discretionaire bevoegdheid en de intrekking van een vergunning bij verblijf in het buitenland.
Hoofdregel bij de aanvraag voor een reguliere vergunning is dat deze in het buitenland wordt gedaan. Dit vereiste vormt tevens een drempel voor de aanvraag van een reguliere vergunning door degenen die een nieuwe procedure starten nadat hun aanvraag voor asiel in Nederland is afgewezen. In de loop der jaren zijn verschillende uitzonderingen gemaakt op de regel dat de aanvraag in het buitenland plaatsvindt. Het kabinet zal een voorstel doen dat inhoudt dat aanvragen voor een reguliere vergunning in het buitenland worden ingediend.
- Dit houdt in dat een in Nederland ingediende reguliere aanvraag dan buiten behandeling wordt gesteld zodat geen sprake meer is van rechtmatig verblijf.
- Het voorstel houdt tevens in dat alle humanitaire en medische overwegingen in het verlengde van de asielprocedure ambtshalve door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) zullen worden beoordeeld en dat alle zogenaamde M50-loketten worden afgeschaft.
- Vooruitlopend hierop zal het kabinet de vrijstellingen van het vereiste van een machtiging tot verblijf schrappen voor degenen die gedurende hun minderjarigheid vijf jaren achtereen rechtmatig in Nederland verbleven en voor degenen die in aanmerking komen voor terugkeer naar Nederland op grond van de Remigratiewet.
Aan de verlening van een permanente verblijfsvergunning asiel wordt het vereiste van een behaalde startkwalificatie verbonden, behoudens bijzondere omstandigheden. Het kabinet zal inzetten op een wijziging van de EU-richtlijn langdurig ingezetenen (2003/109) voor invoering van het vereiste van een startkwalificatie voor reguliere aanvragen.
Bij vergunningverlening op grond van toepassing van de discretionaire bevoegdheid zal terughoudendheid het uitgangspunt zijn.
Intrekking van tijdelijke en permanente verblijfsvergunningen kan plaatsvinden tijdens of na een periode van verblijf buiten Nederland. Het kabinet zal de geldende richttermijnen bekorten en de uitzondering voor detentie schrappen waarna intrekking zal plaatsvinden.
Verder is intrekking van tijdelijke verblijfsvergunningen en het niet verlenen van permanente verblijfsvergunningen aan de orde indien blijkt dat de vergunninghouder niet of niet langer voldoet aan het inkomensvereiste behoudens bijzondere omstandigheden. In dit kader gaan de IND en de gemeenten nauwer samenwerken.
Het terugkeer- en uitzetbeleid wordt geïntensiveerd.
- In internationale contacten en het bilateraal verkeer met andere landen zal hierop kabinetsbreed worden ingezet.
- Bij de uitvoering krijgen gezinnen met kinderen prioriteit.
- Zo nodig wordt de capaciteit voor handhaving uitgebreid.
Illegaliteit in de zin van een onrechtmatig verblijf van vreemdelingen in Nederland, vormt een belangrijk probleem. Deze illegaliteit gaat vaak gepaard met diverse vormen van overlast en criminaliteit, waaronder mensensmokkel, en met een verblijf in mensonterende omstandigheden. Dit tast ook het draagvlak voor het asiel- en migratiebeleid aan en heeft een negatief effect op het integratieproces.
- Het kabinet zal inzetten op strafbaarstelling van illegaliteit en de handhaving hiervan vooral richten op criminele en overlastgevende personen met het oogmerk deze zo snel mogelijk het land uit te zetten.
- Deze maatregelen vormen onderdeel van een bredere aanpak van criminaliteit bij vreemdelingen. Deze houdt tevens in dat vreemdelingen die hier rechtmatig verblijven maar strafrechtelijk zijn veroordeeld eerder het land worden uitgezet. Hiertoe zal het kabinet de zogenaamde glijdende schaal aanscherpen.
- Mensenhandel wordt steviger aangepakt. Misbruik van de verblijfsregeling voor slachtoffers van mensenhandel wordt tegengegaan.
- Er zal vaker gebruik worden gemaakt van de mogelijkheid van ongewenstverklaring en beëindiging van het verblijfsrecht van strafrechtelijk veroordeelde burgers van EU-lidstaten. Voor verruiming van deze mogelijkheid zal het kabinet inzetten op een wijziging van de EU-richtlijn inzake vrij verkeer (2004/38).Grensoverschrijdende criminaliteit die in Nederland plaatsvindt door in andere landen verblijvende vreemdelingen, illegalen en mensensmokkelaars, wordt harder aangepakt, onder meer door mobiele grenscontroles van de Koninklijke Marechaussee.
- De aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt afgewezen indien de aanvrager illegaal in Nederland verblijft of heeft verbleven tenzij medische gronden zich hiertegen verzetten of de aanvrager behoort tot de categorie alleenstaande minderjarige vreemdelingen of getuigen-aangevers van mensenhandel. Het kabinet zal inzetten op een zodanige wijziging van de EU-richtlijn vrij verkeer dat aan beide genoemde categorieën niet de categorie van gezinsvorming/gezinshereniging behoeft te worden toegevoegd (richtlijn 2004/38).
De mogelijkheden om radicale geestelijke bedienaren niet tot Nederland toe te laten of Nederland uit te zetten worden maximaal benut indien toetsing aan de openbare orde of de nationale veiligheid hiertoe aanleiding geeft.
Het kabinet komt met een voorstel voor een Rijkswet personenverkeer die berust op het uitgangspunt van wederkerigheid en tevens de mogelijkheid omvat wederzijds eisen te stellen aan de toelating en het verblijf tot en de terugkeer naar landen van het Koninkrijk (Curacao, Aruba, St. Maarten en Nederland).
In Europees verband zet het kabinet erop in dat bij de Schengen-evaluatie van
Roemenië en Bulgarije de tweejaarlijkse voortgangsrapportages over corruptie en
juridische hervormingen in deze landen worden betrokken. Indien uit deze
rapportages blijkt dat zij niet voldoen aan de strikte criteria, geeft Nederland
geen steun aan volledige toetreding van Roemenië en Bulgarije tot Schengen en
opheffing van de interne grenscontroles in de EU en zullen
Bulgarije en Roemenie niet worden toegelaten tot Schengen.
Het kabinet zet in de EU in op een regeling die inhoudt dat lidstaten niet
kunnen besluiten tot een generaal pardon.
Het kabinet wil af van de “Europa-route” (route waarbij gezinsmigranten uit
derde landen nationale toelatingsvereisten van EU-lidstaten omzeilen c.q.
waarbij voor gezinsmigranten voor EU-onderdanen niet de gangbare eisen worden
gesteld) die dan ook zal moeten worden gesloten.
Integratie
Van ieder die naar Nederland komt om zich hier te vestigen, mag worden verwacht dat hij of zij zich houdt aan de regels die hier gelden en actief deelneemt aan de samenleving door beheersing van de Nederlandse taal, het volgen van onderwijs en werk. Kwalificatie is de sleutel tot succesvolle participatie en integratie. Naarmate kwalificatie eerder plaatsvindt, stijgen de kansen op integratie. Daarom is het belangrijk (hogere) taal- en opleidingseisen te verbinden aan toelating tot en verblijf in ons land.
- De erkenning van diploma’s die buiten de EU zijn behaald en van elders verworven competenties vindt door het daartoe bevoegde instituut plaats met inachtneming van Nederlandse normen en zal zoveel mogelijk worden bespoedigd. Zo worden ook deze migranten kansrijker.
- Migranten en asielzoekers dragen zelf zorg voor hun inburgering in ons land. Voor degenen die hiervoor over onvoldoende middelen beschikken, komt het kabinet met een sociaal leenstelsel dat inhoudt dat de lening wordt terugbetaald. Uitgangspunt voor het kabinet is dat het niet slagen voor het inburgeringsexamen, behoudens bijzondere omstandigheden, leidt tot intrekking van de tijdelijke reguliere verblijfsvergunning.
- Het kabinet zet zich ervoor in het Associatie-akkoord EU-Turkije zodanig aan te passen dat inwoners van Turkije onder de inburgeringsplicht komen te vallen.
Het kabinet beëindigt het diversiteits/voorkeursbeleid op basis van geslacht
en etnische herkomst. Selectie moet plaatsvinden op basis van kwaliteit. Er komt
een meldcode voor cultureel bepaald huiselijk geweld en kindermishandeling. Het
kabinet komt met een voorstel voor een algemeen verbod op gelaatsbedekkende
kleding zoals boerka’s. In voorschriften wordt opgenomen dat de politie en leden
van de rechterlijke macht geen hoofddoek dragen.
Er wordt bezuinigd op de subsidies van de rijksoverheid op het gebied van
integratie met uitzondering van de subsidie aan Vluchtelingenwerk. Het kabinet
zal geen subsidie geven aan organisaties die activiteiten ondernemen die zich
tegen de integratie richten.
Verkrijging van het Nederlanderschap vormt de bekroning van kwalificatie, participatie en integratie.
- Het kabinet komt met een voorstel dat de minimumtermijn voor naturalisatie in meer gevallen op vijf jaar stelt en dat de vereisten voor naturalisatie aanvult met een kwalificatievereiste, een middelenvereiste en een aanscherping van het openbare orde vereiste waaronder het vereiste van het ontbreken van een strafrechtelijke veroordeling met uitzonderingen voor een veroordeling op grond van het jeugdstrafrecht, een veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een veroordeling tot boetes ter hoogte van negentig dageenheden. Voor optanten komt er een taaleis.
- Het voorstel van het kabinet houdt tevens in dat het Nederlanderschap pas definitief wordt verkregen indien afstand is gedaan van een of meer andere nationaliteiten waarvan afstand gedaan kan worden.
- Het kabinet zal met een voorstel komen om personen die binnen vijf jaar na verkrijging van het Nederlanderschap veroordeeld zijn of worden voor een misdrijf waar 12 jaar of meer op staat, het Nederlanderschap te ontnemen. Hiertoe wordt gepoogd binnen het kader van het europees verdrag inzake nationaliteit te komen tot een ruimere uitleg van artikel 7d. Indien deze ruimere uitleg niet mogelijk zal blijken te zijn, zal met de verdragsluitende partijen worden overlegd om te komen tot een wijziging van het verdrag. Indien voor 1 januari 2012 blijkt dat de verdragsluitende partijen niet tot een dergelijke wijziging bereid zijn zal de Nederlandse wetgeving zodanig worden gewijzigd dat de eerste vijf jaar sprake is van een voorwaardelijke verkrijging van de Nederlandse nationaliteit die, met inachtneming van de aangescherpte afstandseis, van rechtswege definitief wordt tenzij men veroordeeld wordt voor een misdrijf waar 12 jaar of meer op staat.
Het zwaarwegende belang van arbeidsparticipatie en integratie in Nederland heeft ook gevolgen voor de inrichting van het stelsel van sociale zekerheid.
- Indien gedrag of kleding van iemand feitelijk zijn kansen op beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt beperkt, volgt een weigering, korting of intrekking van een uitkering op grond van de Wet Werk en Bijstand (WWB). Zo nodig zal het kabinet daartoe met een voorstel komen.
- In het kader van de sociale zekerheid verdient de verhouding met het land van herkomst van migranten en asielzoekers eveneens aandacht. Het kabinet zet in op het zoveel mogelijk verkrijgen van medewerking van lokale autoriteiten in deze landen bij de controle en handhaving van de vermogenstoets in de WWB.
Het kabinet streeft naar beperking van de export van sociale voorzieningen, onder meer door
- Stopzetting van de export van kinderbijslag en het kindgebonden budget naar landen buiten de EU en
- Hantering van het woonlandbeginsel bij de AOW-tegemoetkoming en de WGA-vervolguitkering.