8. Onderwijs
Nederland heeft de ambitie om te behoren tot de top vijf van
kenniseconomieën.
Dit vraagt om versterking van de kwaliteit van het onderwijs en bevordering van
hogere prestaties.
In alle opleidingen komt de kerntaak van het geven van goed onderwijs in
voldoende contacturen centraal te staan. Management en staf zijn hieraan
dienstbaar. Vakmensen moeten hun vak kunnen uitoefenen. De overhead wordt
beperkt, er komt meer ruimte voor vakmanschap in het onderwijs. Om te komen tot
meer excellent onderwijs is meer structuur en focus op kennis nodig. Er wordt
toegewerkt naar een absolute kwaliteitsnorm waarbij de toegevoegde waarde
zwaarder meeweegt. Ieder talent telt, of het nu jongeren betreft met een
beperking, de gouden handen in het beroepsonderwijs of de knappe koppen op de
universiteit. Presteren is geen vies woord maar een noodzakelijke voorwaarde.
Iedereen in het onderwijs wordt hierop aangesproken: ouders, leraren, leerlingen
en schoolbestuurders: de basis op orde, de lat omhoog. De aansluiting tussen de
verschillende vormen van onderwijs wordt verbeterd.
De gebouwen, infrastructuur en faciliteiten in het onderwijs worden in
weekeinden en vakanties meer gebruikt voor opleidings- en scholingsactiviteiten
zoals zomerscholen en leven lang leren-activiteiten. Op adviesraden en
instituten vindt een efficiencykorting plaats via de bijdrage aan deze
instellingen die niet raakt aan het primaire onderwijsproces maar de
bestuurlijke drukte en overbodige stapeling van instituties in het onderwijs
terugdringt.
De prioriteiten binnen de onderwijsbegroting worden herschikt ten gunste van de
kwaliteit van het onderwijs.
De basis voor de kenniseconomie wordt in elk deel van het onderwijs op orde gebracht. De kerntaak van basisscholen ligt bij taal en rekenen.
- Kinderen met een grote taalachterstand gaan met dwang en drang deelnemen aan vroeg- en voorschoolse educatie.
- Ouders zijn mede verantwoordelijk (ook financieel) voor de taalontwikkeling van hun kinderen.
- De keuze voor pakket, loopbaan of studie wordt vereenvoudigd, onder meer door doorlopende leerlijnen, het volgen van lessen en colleges in vervolgonderwijs en studiekeuzegesprekken.
- Er komen verplichte leerlingvolgsystemen met uniforme toetsen in het primair en voortgezet onderwijs.
- Scholen gaan roosters zonder tussenuren maken en voorkomen lesuitval.
- Het aantal voortijdig schoolverlaters wordt door het programma "Aanval op de uitval", het pakket aan extra maatregelen dat schooluitval actief bestrijdt, teruggebracht tot hoogstens 25.000.
- Het kabinet komt met een actieplan tegen laaggeletterdheid.
De prestaties in het onderwijs gaan omhoog. Jongeren worden op alle niveaus voorbereid op een meer internationale arbeidsmarkt. Er komen meer goede en professionele leerkrachten.
- De toegevoegde waarde (leerwinst) gaat zwaarder wegen bij de beoordeling van scholen en instellingen waarbij scholen ook het predicaat excellent kunnen verdienen.
- Het programma Leerkracht van Nederland, het actieplan om het lerarentekort aan te pakken en de kwaliteit en positie van leraren te versterken, wordt voortgezet.
- Er komt meer ruimte voor prestatiebeloning, zowel van personen als van teams.
- De kwaliteitsverhoging van de lerarenopleiding wordt voortgezet.
- In de PABO komt differentiatie die leidt tot een brede bevoegdheid voor de hele basisschool maar een specifieke bekwaamheid voor het jongere of oudere kind
- Binnen een jaar komt de sector met een beroepsregister waarbij de inschrijving is gekoppeld aan een periodiek bijscholingsvereiste
Het hoger en wetenschappelijk onderwijs heeft een kwaliteitsimpuls nodig. Het is van groot belang dat Nederlandse studenten veel beter onderwijs krijgen zodat zij beter zijn voorbereid op de arbeidsmarkt. Nederland moet excellente docenten en studenten kunnen aantrekken en Nederlandse toppers kunnen vasthouden. Belangrijk wetenschappelijk onderzoek moet in Nederland kunnen worden gedaan. Ook het omzetten van de resultaten van dit onderzoek naar de markt moet worden verbeterd.
- Maatregelen en geld zijn nodig om een forse kwaliteitsimpuls te kunnen geven. Dit kabinet maakt geld vrij om het primaire onderwijsproces te versterken. Ten behoeve daarvan zijn met name die onderdelen van de begroting, die niet bijdragen aan het primaire proces, geschrapt of verminderd.
- Ook aan de student wordt een investering gevraagd in zijn eigen toekomst, in ruil voor veel beter onderwijs. Daarom wordt voor de masterfase een sociaal leenstelsel ingevoerd. De opbrengsten hiervan komen geleidelijk vrij en zullen dus ook geleidelijk in de kwaliteit van het onderwijs worden geïnvesteerd
- Het kabinet bevordert dat onderzoek plaatsvindt in samenwerking met bedrijfsleven, overheid en universiteiten
- Het opzetten van bedrijfjes bij universiteiten wordt bevorderd.
- Het rapport van de commissie Toekomstbestendigheid hoger onderwijs (commissie-Veerman) wordt uitgevoerd, met inbegrip van ruimte voor selectie, op kwaliteit gerichte bekostiging met minder perverse financiële prikkels en het stimuleren van excellentie.
- De basisbeurs en aanvullende beurs blijven bestaan in de bachelorfase.
- Om het studierendement te verhogen zal van langstudeerders een hoger collegegeld worden gevraagd.
- De numerus fixus zal binnen vijf jaar worden afgeschaft.
- Er komt meer ruimte voor specialisatie van onderwijsinstellingen, zo kunnen instellingen uitgroeien tot topinstelling op een bepaald gebied.
- De doelmatigheid van de kennisinfrastructuur wordt verbeterd door besparing op systeemkosten, het tegengaan van versnippering en bevordering van samenwerking.
Er zijn betere vakmensen nodig voor de 21e eeuw. Waar mogelijk wordt de oriëntatie in het onderwijs op ondernemerschap en arbeidsmarkt versterkt door samenwerking met het bedrijfsleven.
- Meer mensen die werkzaam zijn in het bedrijfsleven gaan tegelijk les geven op scholen.
- Binnen de daarvoor geschikte vakken komt meer aandacht voor ondernemerschap.
- Het MBO zoekt meer aansluiting bij de arbeidsmarkt en biedt geen nieuwe opleidingen aan die daar niet bij passen.
- Bij de bekostiging van het beroepsonderwijs zal de tevredenheid van het bedrijfsleven worden meegewogen.
- MBO-1 wordt betrokken bij de ontwikkeling van werkscholen.
- De drempelloze instroom in MBO-2 verdwijnt.
- Het VMBO-MBO2 experiment wordt structureel voortgezet en uitgebreid waardoor meer ruimte ontstaat voor vakcolleges.
- Bij selectieve doorstroom van MBO naar HBO wordt de centrale examinering van kernvakken betrokken.
Aan de vrijheid van onderwijs zoals gewaarborgd door art. 23 Grondwet, wordt niet getornd. Dit neemt niet weg dat (zeer) zwakke scholen sneller, binnen een jaar, het onderwijsproces op orde moeten hebben. Zo niet, dan wordt tot sluiting overgegaan. Uit onderzoek is gebleken dat het islamitisch onderwijs zwakke kanten kent qua bestuurskracht, onderwijskwaliteit, burgerschapsvorming (rechtsstaat) en rechtmatigheid van de besteding van middelen. Uit onderzoek is verder gebleken dat ook scholen met een radicaal vernieuwend onderwijsconcept deze problemen kennen. Deze scholen zullen dus sneller met sluiting geconfronteerd worden. Bij de beoordeling weegt eveneens zwaar hoe scholen aandacht geven aan integratie. Scholen worden gestimuleerd contracten te sluiten met ouders over bijvoorbeeld het meedoen aan oudergesprekken, tegengaan van verzuim en spijbelen, fatsoenlijk gedrag en het spreken van Nederlands op school.
Cultuur
De overheid schept condities op het gebied van kunst en cultuur die de kwaliteit verhogen en de toegankelijkheid waarborgen. Uitgangspunt is dat in alle regio's een hoogwaardig cultureel aanbod blijft bestaan. Het kabinet wil meer ruimte geven aan de samenleving en het particulier initiatief en de overheidsbemoeienis beperken. Kunst en cultuur zijn tenslotte ook van en voor de samenleving. Bij verstrekking van subsidies wordt voortaan eerst gekeken naar de mogelijkheden eigen inkomsten te verwerven. Er komt meer aandacht voor de verdiencapaciteit van cultuur.
- Er wordt bezuinigd op de middelen voor kunst en cultuur.
- De cultuurkaart en de innovatie- en matchingregeling worden geschrapt.
- Met name de fondsen worden samengevoegd en omgevormd tot een cultureel investeringsfonds.
- Het kabinet komt met een voorstel voor een "Geefwet".
- Culturele instellingen en kunstenaars worden meer ondernemend en gaan een groter deel van hun inkomsten zelf verwerven.
- De creatieve industrie draagt door innovatie bij aan economische ontwikkeling.
Behoud en onderhoud van monumenten blijven taken van de overheid. Hierbij verdient herbestemming de aandacht, evenals behoud van het religieus erfgoed. Actieve cultuurparticipatie blijft ook van belang, met name bij de beoefening van amateurkunst en volkscultuur en bij bibliotheekbezoek. De uitgaven aan behoud en beheer van cultureel erfgoed, bibliotheken en het Nationaal Archief worden zoveel mogelijk ontzien.
Internet
Het kabinet bevordert een vrij en open internet.
Media
De publieke omroep heeft als opdracht dat er een kwalitatief hoogwaardig
programma-aanbod is voor een breed publiek. Omroepverenigingen en hun leden
waarborgen de pluriformiteit van het bestel.
Dit bestel wordt doelmatig, open en bestuurbaar gehouden.
- Er wordt bezuinigd op de publieke omroep zonder de kwaliteit aan te tasten. Indien hierdoor het aanbod verschraalt vervalt er een televisienet.
- Themakanalen worden alleen uit de eigen middelen van omroepen gefinancierd.
- Waar mogelijk vindt een bundeling of nauwere samenwerking van omroepverenigingen plaats.
- De Nederlandse Publieke Omroep (NPO) krijgt een taakstellende bezuiniging en reduceert bureaucratie, management en coördinatie in de verhouding met de omroepen en laat hen meer ruimte. De NPO beperkt zich tot audiovisuele taken.
- Het muziekcentrum voor de omroep wordt afgeschaft.
- De Wereldomroep richt zich op zijn kerntaken waaronder het brengen van het vrije woord en wordt gefinancierd uit de begroting voor Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking
- De beschikbaarheid van programmagegevens wordt verruimd.
- Landelijke en regionale publieke omroepen worden meer geïntegreerd, bijvoorbeeld door regionale vensters op een landelijk net. Besparingen komen ten goede aan de regionale omroep.
Het kabinet komt met voorstellen voor de volgende concessieperiode die ingaat in 2015 ten aanzien van het aantal netten, de vorm van lidmaatschap van de omroepverenigingen en de bovengrens van 400.000 leden.