11. Werk en sociale zekerheid
De economische crisis en oplopende begrotingstekorten maken hervormingen en bezuinigingen noodzakelijk. Het kabinet kiest voor maatregelen die eraan bijdragen dat iedereen zo veel mogelijk naar vermogen participeert in de samenleving. Doel is om mensen perspectief te geven op werk en inkomen, het draagvlak te versterken onder onze sociale voorzieningen en het bestrijden van dreigende personeelstekorten. Anderzijds moet aan mensen die niet kunnen werken bestaanszekerheid worden geboden. Het beleid van het kabinet draagt bij aan herstel van werkgelegenheid en behoud van solidariteit van werkenden met uitkerings- en pensioengerechtigden.
- Het kabinet streeft naar een sociaal akkoord met werkgevers en werknemers over de maatregelen die nodig zijn uit de crisis te komen.
- Het kabinet bevriest de lonen in collectieve sector (exclusief zorg) in 2011.
- Voor topinkomens in de collectieve sector wordt de hoogte van de ontslagvergoeding gemaximeerd op 75.000 euro.
De krapte op de arbeidsmarkt die in de toekomst dreigt, in combinatie met de toegenomen economische dynamiek, vraagt om mobiliteit en weerbaarheid van mensen op de arbeidsmarkt. Een grotere flexibiliteit is ook nodig om de groeiende tegenstelling tussen mensen met vaste contracten en flexwerkers (uitzendkrachten, tijdelijke contracten, zelfstandigen zonder personeel) tegen te gaan. Zelfstandigen zonder personeel leveren een belangrijke bijdrage aan ondernemerschap en dynamiek op de arbeidsmarkt.
- Het kabinet wil bevorderen dat werkgevers en werknemers afspraken maken over scholing en langdurige inzetbaarheid. Hierdoor neemt de werkzekerheid van werknemers op een dynamische arbeidsmarkt toe.
- Zelfstandigen zonder personeel krijgen een reële kans op overheidsopdrachten. Er komt een eenduidige definitie van zelfstandigen zonder personeel in alle wetgeving.
- Ambtenarenrecht wordt gelijkgetrokken met het arbeidsrecht. Voor de overgang van werk naar werk voor ambtenaren moeten dezelfde voorwaarden gelden als voor werknemers in de private sector.
De krimp van de beroepsbevolking en de toename van het aantal 65-plussers maken langer doorwerken noodzakelijk. Alleen zo kan het draagvlak onder de AOW voor de toekomst worden veiliggesteld. Alleen zo voorkomen we dat grote personeelstekorten ontstaan in sectoren zoals het onderwijs, de zorg alsmede in de private sector.
- De AOW-leeftijd wordt verhoogd naar 66 jaar.
- Bovendien zal het kabinet een voorstel doen om in lijn met de afspraak die sociale partners onderling hebben gemaakt de AOW-leeftijd op den duur te koppelen aan de levensverwachting waarbij minimaal met worden voldaan aan de 0,7% houdbaarheidsopbrengst.
- De fiscale bijdrage aan de pensioenopbouw via het Witteveenkader wordt in 2013 beperkt in verband met de verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd.
- Alleen CAO's die aandacht besteden aan leeftijdsbewust personeelsbeleid en duurzame inzetbaarheid (scholing) worden algemeen verbindend verklaard.
- Premiekorting voor werkgevers die oudere werklozen in dienst nemen en ouderen in dienst houden, wordt gehandhaafd.
- Voor een robuust en toekomstbestendig pensioenstelsel is meer deskundigheid, versterking van intern toezicht, transparantie in beleggingen en pensioenopbouw noodzakelijk.
- Vrijwillig langer doorwerken na de pensioengerechtigde leeftijd blijft aantrekkelijk.
Het kabinet wil mensen in staat stellen een goede balans te vinden tussen betaald werk, zorgtaken, vrijwilligerswerk, scholing en vrije tijd. Een werkelijke verhoging van de arbeidsparticipatie kan alleen worden bereikt als er genoeg mogelijkheden zijn om werk op flexibele wijze te combineren met andere activiteiten.
- Vitaliteitsregeling. De levensloopregeling en het spaarloon worden geïntegreerd tot een regeling die ondersteunt in zorgtaken, in het volgen van scholing, het opzetten van eigen bedrijf, demotie of deeltijdpensioen. De regeling kan niet worden gebruikt voor vervroegd uitreden.
- Tegengaan belemmeringen voor thuis- en telewerken. Stringente Arbo-regels met betrekking tot thuiswerkplekken worden opgeheven. Dit helpt ouders om werk met zorgtaken te combineren en is goed tegen de files.
- Beperken vrijstelling van sollicitatieplicht voor alleenstaande ouders met kinderen tot 5 jaar. De uitzonderingsgrond in de WWB voor alleenstaande ouders wordt hersteld en de vrijlating voor het werken in deeltijd voor deze ouders wordt verruimd naar 120 euro.
Kindregelingen
Het kabinet blijft via de kinderbijslag ouders in de kosten van kinderen ondersteunen. De kindregelingen (kinderopvang en kindgebonden budget) staan in het teken van bevordering van de eigen verantwoordelijkheid van ouders. Het kabinet hecht aan goede en betaalbare kinderopvang. Na onstuimige groei van het deel dat de overheid bijdraagt aan kinderopvang, is een correctie nodig, zodat ouders proportioneel bijdragen. Ouders houden de keuze tussen georganiseerde opvang en gastouderopvang.
Werk boven uitkering
Mensen mogen niet afhankelijk worden gemaakt van een uitkering. Voorkomen moet worden dat mensen te snel worden afgeschreven en permanent langs de kant staan. In de bijstand zal een wettelijke plicht tot tegenprestatie naar vermogen komen.
Het kabinet wil toe naar één regeling voor de onderkant van de arbeidsmarkt,
die de WWB, Wajong en de WSW hervormt. Hierdoor kunnen de gemeenten meer mensen
laten participeren, budgetten gerichter en effectiever inzetten en kosten
besparen. Voor jongeren die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn blijft
de Wajong bestaan. Mensen met een indicatie voor een beschutte werkplek houden
toegang tot de WSW. Huidige WSW-ers worden niet herkeurd en kunnen gewoon op hun
WSW-werkplaats blijven werken. Arbeidsgehandicapten met een beperkte
verdiencapaciteit worden zoveel mogelijk via loondispensatie aan de slag
geholpen bij reguliere werkgevers. Voor deze groep is een regeling voor begeleid
werken beschikbaar, met loonaanvulling tot maximaal het wettelijk minimumloon en
persoonlijke voorzieningen (begeleiding, aanpassing werkplek). Overige middelen
voor re-integratie worden alleen nog selectief ingezet voor kwetsbare groepen op
de arbeidsmarkt.
In de WWB wordt de bijstand voor inwonenden afgeschaft en wordt de toets op het
partnerinkomen vervangen door een toets op het huishoudinkomen. Voor jongeren
tot 27 jaar geldt dat zij werken, leren of stage lopen. De voorwaarden en
sancties voor jongeren tot 27 jaar die een beroep doen op de bijstand (Wet
investeren Jongeren) worden aangescherpt. Zolang men zich kan scholen, dient een
beroep op studiefinanciering te worden gedaan; dat gaat boven bijstand.
- De dubbele heffingskorting in referentieminimumloon wordt geleidelijk afgebouwd (vanaf 2012 in 20 jaar). Hierdoor wordt voorkomen dat het steeds minder aantrekkelijker wordt om vanuit de bijstand een baan te aanvaarden.
- De inkomensgrens van gemeentelijk minimabeleid wordt genormeerd. Het is niet acceptabel dat mensen die gaan werken vanuit een uitkering er in inkomen op achteruit gaan doordat ze allerlei gemeentelijke toeslagen en voordeeltjes mislopen.
- Bij investeren en aanbestedingen van diensten moet de Rijksoverheid net als veel gemeenten aandacht besteden aan stage- en leerwerkplekken voor kwetsbare groepen.
- Hardere aanpak fraude uitkeringen. Fraude met uitkeringen ondermijnt de solidariteit. Onterecht verstrekte uitkeringen zullen daadwerkelijk worden teruggevorderd, ongeacht de hoogte van de fraude. Bijstandgerechtigden worden bij fraude bestraft met het inhouden van de uitkering gedurende drie maanden.
- Het kabinet wil de regeldruk en de bureaucratie in de sociale zekerheid terugdringen door minder en gerichter toezicht door de Arbeidsinspectie.