Actueel

Deze hoofdrubriek bevat 2 rubrieken:

Kindvriendelijke gezinsvoorziening 1 oktober in gebruik

Gezinnen met minderjarige kinderen en alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) worden vanaf 1 oktober niet meer geplaatst in reguliere centra voor vreemdelingenbewaring of grensdetentie. Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) neemt vanaf die datum een tijdelijke, kindvriendelijke gezinsvoorziening in Zeist in gebruik.

Deze gesloten voorziening is bedoeld voor gezinnen met minderjarige kinderen die aan de buitengrens asiel hebben gevraagd en aan wie, na een negatieve uitkomst van de screening aan de grens, de verdere toegang tot Nederland is ontzegd. Ook gezinnen met minderjarige kinderen die niet mee werken aan terugkeer kunnen in afwachting van hun vertrek naar land van herkomst in deze voorziening worden geplaatst. Dit geldt ook voor amv’s die in een gesloten setting aan hun terugkeer moeten werken en anders in een justitiële jeugdinrichting geplaatst zouden worden.

Teeven opent de tijdelijke voorziening vooruitlopend op de definitieve gezinsvoorziening, waarover hij de Kamer eind mei al informeerde. De definitieve voorziening zal eind eerste kwartaal van 2015 in gebruik worden genomen. In deze nieuwe, ruim opgezette voorziening in Zeist kunnen kinderen en ouders vrij bewegen op het terrein. Ze verblijven in woonpaviljoens, waar het gezinsleven en de privacy geëerbiedigd wordt. Zo kunnen de paviljoens bijvoorbeeld van binnenuit door de bewoner zelf afgesloten worden. Verder kunnen mensen zelf koken en draagt het personeel geen uniform. De voorziening zal afgesloten zijn om het risico op onttrekking en daarmee het verdwijnen in de illegaliteit, tegen te gaan. De tijdelijke gezinsvoorziening zal zo veel als mogelijk tegemoet komen aan de omschrijving van de structurele voorziening.

Vanaf de ingebruikname van de tijdelijke voorziening kunnen gezinnen met minderjarige kinderen, als ultimum remedium en onder specifieke voorwaarden, weer kort voor vertrek in vreemdelingenbewaring worden geplaatst voor een periode van in beginsel maximaal twee weken. Dit was sinds 13 september 2013 alleen nog mogelijk als het gezin zich eerder aan het toezicht had onttrokken. Door die beleidswijziging is het aantal gezinnen met kinderen dat zich (deels) aan het toezicht onttrekt zodra zij worden geïnformeerd over hun vertrekdatum, sterk toegenomen. Van 13 september 2013 tot en met juli 2014 zijn 45 gezinnen niet in bewaring geplaatst op grond van deze beleidswijziging. Bijna twee derde van deze gezinnen, bestaande uit 105 personen waarvan 59 minderjarige kinderen, is vlak voor vertrek met onbekende bestemming vertrokken. “Deze gezinnen komen niet in beeld bij de bekende opvanginstellingen en gaan een onzeker bestaan in de illegaliteit tegemoet”, schrijft Teeven in zijn brief aan de Kamer. “Juist gelet op het belang van het kind vind ik dit een zeer onwenselijke situatie.”

De Rijksoverheid. Voor Nederland