Rutte: ‘Niet méér Europa, maar een beter functionerend Europa’

Het is tijd dat Europa zich concentreert op het beter uitvoeren van zijn kerntaken. Kerntaken die liggen op bijvoorbeeld het gebied van veiligheid, stabiliteit en het creëren van groei en banen. Met die woorden blikte minister-president Rutte op zijn wekelijkse persconferentie vooruit op de Europese top in Bratislava op 16 september.

Persconferentie na ministerraad 2 september 2016

Inleidend statement minister-president Rutte:
Goedemiddag. Ik heb vanochtend voor de Ministerraad nog even, of nou nog even, vrij uitvoerig gesproken met Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, over de bijeenkomst in Bratislava die plaatsvindt, er staat hier volgende week, maar volgens mij is die over twee weken, op 16 september. Afgelopen maandag heb ik mijn Sloveense collega ontvangen, en vorige week vrijdag stond hier Lodewijk Asscher omdat ik toen wel een deel van de Ministerraad kon bijwonen, maar daarna snel naar Duitsland ging voor overleg met collega's uit Duitsland, maar ook Zweden, Finland en Denemarken. Wat je merkt is een zekere mate van consensus die begint te ontstaan over, laten we zeggen, de noodzaak om met elkaar te werken aan de verbetering van de samenwerking. In meerdere lidstaten staat de steun voor Europa, voor de Europese Unie, onder druk. En is er ook een absolute overtuiging dat deze Europese samenwerking niet zomaar op deze voet kan doorgaan. Het is geen business as usual in Europa, om maar even kort samen te vatten. Dat betekent voor Nederland dat wij ons niet willen verliezen in grootse visioenen of ideologische vergezichten, maar dat we werken aan een effectieve samenwerking en dat we zoveel mogelijk willen werken aan concrete resultaten. Dat betekent wat mij betreft niet méér Europa, maar wel een beter functionerend Europa op al die zaken die wij als lidstaten niet zelf kunnen doen. Er zijn belangrijke thema's waarvan de lidstaten niet meer in staat zijn om die op een niveau te organiseren en voor de eigen bevolking voor elkaar te krijgen, die zo goed is als die kan zijn wanneer we in Europa goed met elkaar samenwerken. Dat zijn er eigenlijk een paar. Dat is de markt, de interne markt levert heel veel extra op en zou je daar geen lid van zijn, en daar is ook het Verenigd Koninkrijk nu over in gesprek natuurlijk met zichzelf, dan verlies je heel veel waarde en welvaart. Dat geldt voor veiligheid, dat geldt voor migratie. Deze grote onderwerpen hebben het nodig dat je samenwerkt. Samenwerkt in dit geval in het kader van de Europese Unie. Dus die samenwerking terug naar zijn kerntaken, geen grootse vergezichten. Die kernactiviteiten beter uitvoeren. En dan praat je dus inderdaad over stabiliteit, over veiligheid, maar ook aan het creëren van groei en banen. Dat is onze inzet in Bratislava, dat is de bijeenkomst van de Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk, die zijn daar niet bij, waar we dus praten over die toekomst van de Europese samenwerking.

We hebben ook vandaag in de ministerraad over Europa uiteraard gesproken, maar ook over heel veel andere onderwerpen, maar zeker ook over de onrust in de Turks-Nederlandse gemeenschap die voortduurt. We hebben de stand opgemaakt, daarbij opnieuw met elkaar vastgesteld dat in alles wat we hier aan doen de Nederlandse waarden voorop staan. Onze vrijheden, onze zekerheden. Dat betekent dat we benadrukken dat we hier niet intimideren, maar dat we praten met elkaar. Dat betekent concreet dat wij uiteraard intensief contact houden met alle mogelijke organisaties, ook Turks-Nederlandse organisaties en sleutelfiguren in de gemeenschappen. Dat we hulp bieden waar dat nodig is bij scholen en in de klas. Maar ook heel stevig dat de leerplichtambtenaar er bovenop zit als kinderen worden thuisgehouden. Maar ook dat we inderdaad daadwerkelijk verwachten dat iedereen die zich in Nederland bevindt, en zeker als hij het Nederlandse paspoort heeft en hier al zoveel generaties is, dat hij zich verbindt aan Nederland, zich verbindt aan onze vrijheden en aan onze rechtstaat. We vragen aan niemand om de banden met het land waar je zelf of vader of grootvader vandaan zijn gekomen, om die banden volledig door te snijden. Daar gaat het niet om. Het is logisch dat mensen daarmee begaan zijn. Maar het kan niet zo zijn dat de spanningen uit die landen hier worden geïmporteerd, en dat er niet ondubbelzinnig een keuze is gemaakt inmiddels voor Nederland.

De emoties, daar moeten we reëel in zijn, zullen zeker nog lang nawerken. De coup in Turkije was buitengewoon heftig, er zijn honderden doden gevallen, het parlement is gebombardeerd. En wat we moeten voorkomen is dat dat conflict uiteindelijk geëxporteerd wordt naar andere delen van Europa. Wat doen we daar aan? In eerste plaats als de veiligheid in het geding is, dan is daar politie en justitie. Sinds de couppoging zijn er bij de nationale politie ongeveer 175 aangiften gedaan, binnengekomen. We zagen in de week na de couppoging, dus zeg maar tweede helft juli, zagen we een piek. Dat is de afgelopen weken overigens wel weer gedaald. Mensen die een drempel voelen om aangifte te doen, Algemeen Dagblad berichtte dat vanmorgen, die kunnen dat ook afgeschermd doen, of zelfs anoniem. Afgesproken is ook dat de politie terugkoppelt na de aangifte. Waar nodig wordt een Team Grootschalig Optreden ingesteld, zoals dat in Rotterdam is gebeurd, waarin deskundigen worden toegevoegd aan de politie en aan het parket.  En natuurlijk hoort bij die aanpak ook het contact met Turkije zelf. En zo is bijvoorbeeld Bert Koenders vandaag niet in Den Haag, maar hij is vandaag en morgen in Bratislava om met zijn Europese collega's het gesprek met en over Turkije voort te zetten. We willen samenwerken met Turkije, ook juist in de nasleep na deze coup, maar we kunnen niet accepteren dat er inmenging is vanuit Turkije in onze binnenlandse aangelegenheden. Dat is de grens die wij als Nederlands kabinet bewaken en ook zullen bewaken.

Tijdens deze top praten de lidstaten van de Europese Unie, zonder het Verenigd Koninkrijk, over de toekomst van samenwerking binnen Europa. Volgens de minister-president bestaat er ook onder de lidstaten de ‘absolute overtuiging’ dat de samenwerking niet op de oude voet kan doorgaan. ‘Het is geen business as usual in Europa.’

Voor Nederland is het volgens Rutte van belang dat de Europese landen werken aan een effectievere samenwerking en concrete resultaten.‘Dat betekent wat mij betreft niet méér Europa maar wel een beter functionerend Europa op al die zaken die wij als lidstaten niet zelf kunnen doen.’

Onrust in Turks-Nederlandse gemeenschap

In de ministerraad is ook gesproken over de situatie in Turkije en over de onrust binnen de Turks-Nederlandse gemeenschap die hiervan het gevolg is. Volgens Rutte hebben de bewindslieden opnieuw met elkaar vastgesteld dat in deze discussie de Nederlandse waarden voorop dienen te staan.

‘We vragen aan niemand om de banden met het land waar je zelf of vader of grootvader vandaan zijn gekomen, volledig door te snijden. Daar gaat het niet om. Het is logisch dat mensen daarmee begaan zijn. Maar het kan niet zo zijn dat die spanningen uit die landen hier worden geïmporteerd en dat er niet ondubbelzinnig een keuze is gemaakt inmiddels voor Nederland.’

Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders is vandaag en morgen in Bratislava om met zijn Europese collega’s te praten over de relatie met Turkije.

Rutte: ‘We willen samenwerken met Turkije, ook juist in de nasleep na deze coup, maar we kunnen niet accepteren dat er inmenging is vanuit Turkije in onze binnenlandse aangelegenheden. Dat is de grens die wij als Nederlands kabinet bewaken en ook zullen bewaken.’