Daling inwilligingspercentage eerste asielaanvragen

Minder dan een derde van de 1e asielaanvragen waarover in de periode januari tot en met december 2017 is beslist, is ingewilligd. Dit blijkt uit de meest recente kerncijfers asiel van het ministerie van Justitie en Veiligheid. In 2016 lag het inwilligingspercentage nog boven de 50 procent. De daling wordt mede verklaard doordat in 2017 een stuk minder beslissingen zijn genomen op 1e asielaanvragen door Syriërs, Eritreeërs en staatlozen dan in 2016. Het inwilligingspercentage voor deze groepen asielzoekers ligt relatief hoog. Daarnaast steeg het percentage asielaanvragen dat wordt afgewezen op basis van de Dublinverordening van 19 procent in 2016 naar 30 procent in 2017.

De meeste asielzoekers die vorig jaar een eerste asielaanvraag deden, komen net als in 2016 uit Syrië en Eritrea. Het inwilligingspercentage voor deze landen lag vorig jaar opnieuw boven het gemiddelde: respectievelijk 70 en 65 procent. De asielaanvragen van Syriërs en Eritreeërs die wel worden afgewezen worden meestal afgewezen omdat ze eerder in een ander EU land zijn geweest en daar hun asielaanvraag moeten doen. De top 5 1e aanvraaglanden wordt gecompleteerd door  Marokko (7%), Algerije (6%) en Irak (5%). Ongeveer 21 procent van de asielzoekers die in 2017 voor het eerst een asielaanvraag indienden, komt uit een veilig land van herkomst.

Drie procent van het totaal aantal eerste asielaanvragen werd vorig jaar gedaan door mensen met de Turkse nationaliteit. Het inwilligingspercentage voor deze groep asielzoekers was 73 procent. Dit relatief hoge percentage wordt mede verklaard door de complexiteit van de Turkse aanvragen in de nasleep van de coupepoging uit juli 2016. Vanwege deze complexiteit en het belang van een zorgvuldig proces is het merendeel van deze zaken in de verlengde asielprocedure behandeld. Besluitvorming vond met name plaats vanaf eind september 2017, ook op de aanvragen uit 2016. Het merendeel van de zaken is ingewilligd. Daarnaast wordt slechts 8 procent van de Turkse asielaanvragen niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening. Dit leidt tot minder afwijzingen dan bij andere groepen asielzoekers. Gemiddeld ligt dit percentage op 30 procent.